Piet Agten (Foto: Wim Daniëls)

Piet Agten (Foto: Wim Daniëls)

Vandaag ontmoette ik Piet Agten. Nooit eerder had ik Piet Agten ontmoet. Ik kende hem ook helemaal niet, maar vandaag ontmoette ik hem. Op zaterdag 5 maart 2016, rond 11.30 uur, in Helmond, op de plaats waar vroeger theater het Speelhuis stond, dat met Kerstmis 2011 afbrandde. Ik was op de fiets en ik groette een man die op zijn fiets wilde stappen. ‘Hé Wim’, zei hij, ‘wacht eens.’ Ik stapte af en hij hield op met opstappen. ‘Ik heb nog foto’s van jou’, zei hij, ‘van de Ronde van Gerwen. Die heb je toch ooit gewonnen? Als aspirant. Amateur ben je nooit geweest, hè? Waarom eigenlijk niet?’

Zo begon het gesprek. De man bleek alles van wielrennen te weten. Alles. Hij somde in een half uur tijd uitslagen op van grote, kleine en heel kleine koersen. Ik zei een naam uit een lang vervlogen wielerverleden, Van Hoogstraten, en hij wist onmiddellijk de voornaam erbij (Mari), de plaatsnaam (Sint Anthonis), de ploeg waarin Mari van Hoogstraten indertijd fietste, diens ereplaatsen, de framehoogte van zijn fiets, zijn verzet, alles. Ook van Jan Spetgens, Matthijs de Koning, Cor Vriens, Jan Aling, het maakte niet uit welke naam ik noemde. Hij vertelde dat hij zijn levenlang plakboeken had bijgehouden van renners, ook van renners die al gestopt waren. In dat laatste geval maakte hij dan plakboeken met terugwerkende kracht, via kopieën van kranten die hij in het archief in Eindhoven raadpleegde. Of hij belde coureurs en oud-coureurs op met de vraag of ze nog iets hadden liggen dat hij mocht hebben, knipsels, foto’s.
Als jonge jongen ging hij al uren voor een wielerwedstrijd begon naar het parkoers. Hij liep dan naar de hooibalen die in de bochten waren neergelegd om de val van renners te breken. ‘Dat hooi’, zei Piet Agten – ik had inmiddels naar zijn naam gevraagd – ‘daar kreeg ik de kriebels van. En dan ging ik naar het café waar de renners hun rugnummer kwamen afhalen en dan keek ik alleen maar. En na de wedstrijd schreef ik alles op. Je moet maar eens komen kijken naar wat ik allemaal heb. Hij wees naar de flat waar hij woonde. Op nummer 503. Je bent altijd welkom.’

Tijdens mijn verdere fietstocht naar huis zei ik steeds hardop zijn naam: Piet Agten, alsof ik hem niet mocht vergeten. En dat mag ik ook niet. Ik heb nog een foto van hem genomen. Dat wilde ik graag, zodat ik aan anderen kan laten zien wie Piet Agten is, de fenomenale kenner van de gekste wielerweetjes. Wie ooit renner was en misschien niet eens heel erg uitblonk, moet weten dat hij of zij gekoesterd wordt door een man van 67 uit Helmond, getooid dus met deze naam: Piet Agten.

Wim Daniëls is schrijver van onder meer het boek De tambour-maître waarin hij het ontstaan van de fiets ontrafeld heeft!

Latest posts by Wim Daniels (see all)