Robert GesinkIk moest aan David Millar denken toen Robert Gesink gisteren in het sportjournaal vertelde over zijn hartprobleem – de korte zuchtjes, of waren het meer pufjes?, na bijna iedere zin vertelden het verhaal beter dan zijn woorden.

David Millar. Even snapte ik het zelf ook niet. Meteen daarna wel. Ik zag een gebalde vuist. Ik zag een uitgetelde Schot op de grond liggen. Ik zag het kippenvel op m’n armen. Het was 13 juli 2012 en David Millar had een touretappe gewonnen. Of beter geformuleerd: de renner én zijn verhaal, ze hadden vandaag allebei gewonnen.

Carrières zijn als etappes. Bergetappes, met pieken en dalen, zijn interessanter dan de etappes waarin, om Gary Lineker te parafraseren, je 200 kilometer door de zonnebloemenvelden rijdt en er aan het einde een Duitser met een modieuze kuif wint.

U snapt de metafoor. Robert Gesink snapt de metafoor. En ik weet dat Robert Gesink liever niet de bergetappe, het verhaal, was geweest, maar gewoon 200 vlekkeloze kilometers door de zonnebloemenvelden.

Maar ik weet ook: Robert Gesink krijgt ooit zijn 13 juli 2012. Het zal een prachtige dag zijn. Aankomst bergop.

Andre van den Ende

Onder het pseudoniem Zwoebe stelt hij belangrijke misstanden aan de kaak op de website Upcoming. Is bij tijd en wijle satirisch bezig op de website De Speld. Bezoekt teletekst.nl om op de hoogte te blijven van het dagelijkse nieuws. Soms ook niet digitaal actief, dan doet hij voor het Dagblad van het Noorden verslag van allerhande sportevenementen. En koken, dat moet natuurlijk ook gebeuren. Vraagt zich nog dagelijks af waarom Wim Van Huffel nooit de Tour won.