Rooks en Theunisse, koningskoppel

By |vrijdag 12 oktober 2012|

Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. De laatste Nederlandse namen die Franse wielerliefhebbers nog écht met ontzag uitspreken: ‘Rookse et Thuunisse!
De laatste Nederlandse bergkoningen. Niemand in Nederland bracht de bolletjestrui naar Parijs, behalve de twee ploeggenoten van team PDM. Rooks bracht ‘m zelfs naar Warmenhuizen.
Volgend jaar is het alweer vijfentwintig jaar geleden. Een goed moment voor een speciale uitgave over de twee klimmers, dacht auteur Peter Tetteroo.

Een goed moment ook, omdat de twee onlangs – na een lange periode zonder contact – weer bijeen kwamen. Theunisse: ‘ik heb uit koppigheid een tijdje niets van me laten horen. Een jaartje of vijftien’.
De oud-coureurs reden dit voorjaar een tochtje met de ploeggenoten van PDM, en twee maanden geleden streden ze met andere ex-profs om winst in de Ronde van Katendrecht. Ondertussen tekende Tetteroo hun verhalen op. ‘Rooks & Theunisse, een koningskoppel ondanks alles’ is de titel van het boek over de twee renners die zo vaak in één adem worden genoemd. De foto’s in het boek zijn van Cor Vos.

Het boek beschrijft naast de bekende successen ook het verhaal over de breuk tussen Rooks en Theunisse. Een breuk die ontstond nadat de renners op dezelfde dag in 1994 voor eeuwig uit de Tour stapten. De Tour de France die hen groot maakte.
De knie van Theunisse was kapot, verder fietsen leek onmogelijk. De twee besloten om op de rustdag even los te fietsen, naar die ene plek waar een geblesseerd renner plotselinge genezing kan overkomen. Rooks: ‘ach, dachten we, misschien helpt ‘t.’
Maar Lourdes bracht geen verlossing. Dertig uur later stapten Rooks en Theunisse al op de trein naar Paris gare d’Austerlitz. Theunisse tijdens de presentatie: ‘Van Lourdes naar Auschwitz, zeiden we nog tegen elkaar’.

Verwachtingen over gemaakte afspraken, verbroken beloften, het einde van twee carrières. Dat zijn, in het kort, de redenen voor de breuk. Er verschenen verhalen in de pers. Verhalen over de renners, niet van de renners. Nu, vijfentwintig jaar later, is dat verhaal er wel, vol met citaten van Rooks en Theunisse. Je kunt het ze al lezend horen vertellen. Het Noord-Hollands van Rooks, afgewisseld met het zachte, bijna fluisterende Brabants van Theunisse.

Gio Lippens schreef het voorwoord bij het boek en presenteerde het donderdag in het Amsterdamse Olympisch Stadion. Tegelijk opende een tijdelijke expositie over de twee renners haar deuren. Hier zijn naast de iconische shirts ook prachtige foto’s te zien uit de collecties van diverse verzamelaars. Een baanfiets van Steven Rooks staat te glimmen naast een van de Concordes waar ze voor PDM hun successen op behaalden.

In de vitrinekast staat het boek van Jeroen Wielaert over Gert Jan Theunisse, gebroederlijk naast het boek over Steven Rooks.

  • Peter Tetteroo – Rooks & Theunisse, een koningskoppel ondanks alles
    (Uitgeverij Tirion Sport)
  • Vanaf 12 oktober tot 11 december is de expositie over Rooks & Theunisse te zien in de Olympic Experience, het sportmuseum in het Olympisch Stadion te Amsterdam (openingstijden en toegangsprijzen staan hier)

foto’s: Dirk Spits en Martijn Sargentini

Beantwoord de volgende vraag goed en maak kans op een exemplaar van Een koningskoppel, gesigneerd door Rooks en Theunisse!

[quizmaster quiz=2]

Martijn Sargentini

Martijn Sargentini (Amsterdam, 1976) werkt als planoloog in de regio Amsterdam aan fietsprojecten. Schreef artikelen voor o.a. Soigneur, De Muur en Fiets Magazine en neemt zo nu en dan het wielernieuws door op Radio1. Debuteert begin 2018 bij uitgeverij Spectrum met het boek 'Koersen over kasseien & kiezelstenen'.

Heeft meegewerkt aan / Favoriete wielerboeken:



3 Comments

  1. Sander Peters 12/10/2012 at 12:17 - Reply

    Reuks & Thonisse. Aldus een Zwitserse krant eind jaren ’80. Mooi dat dit boek er is. Benieuwd!

  2. Remco Baggelaar 22/05/2013 at 09:20 - Reply

    Toen ik nog als Amateur koerste heb ik een tijd dezelfde masseur gehad die altijd bij de Amstelploeg soigneur was. De kenners weten wel dat ik ‘Ome Wim’ Schuuring bedoel. Toen de Theunisse-affaire speelde kwam ik regelmatig bij Ome Wim in Landsmeer voor massage. Ome Wim vertelde mij toen een onvergetelijke anekdote over Theunisse die exemplarisch voor hem was volgens Ome Wim.
    Het speelde bij de Amstelploeg waar Theunisse toen reed en volgens het geheugen van Schuuring was het een voorval in de Ronde van de Mijnstreek in de Borinage, een etappekoers.
    ’s Ochtends bij het ontbijt werd de etappe van de dag voorbesproken en met name de verraderlijke aankomst, een kort steil klimmetje van een kleine 150 m.
    Ome Wim drong er bij de jongens op aan vooral binnenblad te schakelen anders zouden ze geparkeerd staan.
    En omdat veel renners er voor het eerst reden en de aankomst niet kenden stelde Ome Wim voor: ‘ik ga vlak voor de laatste bocht staan en als je mij ziet moet je daar al schakelen. Hebben jullie dat allemaal begrepen?’.
    De renners beaamden dat in de oren te hebben geknoopt, alleen Gert-Jan keek wat afwezig.

    Toen er een groep met daarin Theunisse de bocht naderde zag Schuuring tot zijn verbazing dat Theunisse hem of niet begrepen had of niet gezien want schakelen naar het binnenblad deed hij niet.
    Theunisse reed buitenblad (52, want Amateurs) 14 of 13 de loeisteile aankomstklim op en kwam afgescheiden van de wel geschakeld hebbende rest van de kopgroep met ruime voorsprong boven en won de etappe. Klasse natuurlijk.

    Maar toen Ome Wim aan Gert-Jan vroeg of hij hem niet had gezien of ’s ochtends niet had begrepen, zei die doodleuk: vergeten.
    Het was Schuuring toen duidelijk dat een renner die zich een dergelijke stommiteit fysiek kan permitteren een grote zou worden.
    Ik zie het zo voor me.

Geef een reactie