Springplank naar het professionele wielerpeloton

By |maandag 9 september 2013|

Veertig uren reizen scheidt hen van familie, vrienden en lief. Toch zoeken steeds meer jonge Nieuw-Zeelanders hun wielerheil in Vlaanderen.

Foto: Courtesy Jean Bollaerts

Foto: Courtesy Jean Bollaerts

Het lokale wielercircus draait in de zomer op volle toeren: de kalender van Wielerbond Vlaanderen puilt deze dagen uit. Twee maanden lang wanen jeugdrenners zich prof. Even geen schoolboeken meer. Enkel focussen op materiaal, training en voeding. Liever met de benen in de zetel omhoog liggen dan zich op één of ander festival de ziel uit het lijf te dansen.

Naar analogie van het dancefestival Tomorrowland dat de landsgrenzen helemaal overstegen is, trekt de microkosmos van de Vlaamse kermiskoersen de meest uitlopende nationaliteiten aan. Wie er de uitslagen op nakijkt, merkt dat de Belgische juniores en beloften het allerminst onder de markt hebben. Amerikanen, Australiërs, Britten, Hongkongers, Ieren, Israëli, Nieuw-Zeelanders, Spanjaarden en Zuid-Afrikanen snoepen de winstpremies voor de neus van onze eigen jeugd weg.

Wielermekka Vlaanderen

Vlaanderen is meer dan ooit het wielermekka voor jongeren die een profcontract hopen te bemachtigen. Eén van hen is Ryan Wills, een ruig bebaarde Nieuw-Zeelander. “Dit seizoen moet het gebeuren. Volgend jaar word ik al 26. Wellicht te oud in de ogen van veel ploegleiders.” België is Wills’ tweede thuis geworden. “Ik kwam hier voor het eerst in 2006 met de nationale selectie van Nieuw-Zeeland. Ik stond toen aan de start van het juniorenwereldkampioenschap in Spa. Een bijzondere ervaring, aangezien ik nog nooit eerder in Europa geweest was.”

Zijn sterke prestaties in eigen land bleven niet onopgemerkt. In 2008 keerde Wills terug naar België, waar hij een kans bij een opleidingsteam uit de Lotto-wielerpiramide kreeg. “Ik mocht meteen van het grote werk proeven. Zo werd ik in de Ronde van België met mijn limieten geconfronteerd. In die periode was ik al blij als ik de wedstrijd kon uitrijden.” Wills slaagde er niet meteen in om de deur naar een profcontract open te beuken. Via omzwervingen bij lokale ploegjes in Frankrijk en Nieuw-Zeeland, probeert hij het dit jaar een laatste maal bij de ploeg Terra Footwear-Bicycle Line.

“Het team staat erom bekend Angelsaksische renners in dienst te nemen. Aangezien de Nederlandse taal voor mij een duister labyrint blijft, kan ik me geen betere omgeving indenken.” Wills verblijft met twee andere Nieuw-Zeelanders, een Brit en een Ier in een door de ploeg gehuurd huisje in Zottegem. “Ik ben de oudste van de bende en neem de taak van chef-kok op me.” De accommodatie noemt hij alvast een hele verbetering ten opzichte van zijn eerste verblijfperiode in België. “Toen logeerde ik bij een gastgezin in de regio van Luik. Een nogal grauwe regio waar ik niet het maximum uit mijn kwaliteiten kon puren, omdat ik me er niet thuis voelde. Zottegem daarentegen is de perfecte uitvalsbasis. De streek is prachtig. Ik hou ervan om zowel langs de Schelde als doorheen de Vlaamse Ardennen te fietsen.”

“Integreren is een stukje eigenheid opgeven”

Hoe het leven in Vlaanderen hem voor de rest bevalt? “Eerlijk? Ik vind het hier heerlijk! Ik mis mijn familie en vrienden in Nieuw-Zeeland wel, maar mocht ik ongebonden in het leven staan, dan zou ik hier gerust komen wonen. De Vlaamse chauffeurs zijn bijvoorbeeld een verademing in vergelijking met de Nieuw-Zeelandse.” Aanpassen is voor Wills het codewoord. “Welke Nieuw-Zeelandse jonge kerel kan zeggen dat hij op een ander continent ten volle van zijn hobby geniet? Je krijgt niet elke dag zo’n opportunity.” Daarom probeer ik volgens de Belgische mentaliteit te denken en te handelen. Veel immigranten blijven zich aan hun culturele waarden vastklampen. Om te kunnen integreren moet je evenwel een stukje van je eigenheid opgeven.”

Wills is niet voor het pure plezier naar Vlaanderen gekomen. “Mijn dagindeling is vrij simpel: ’s ochtends vroeg opstaan, ontbijten en daarna op de fiets springen om mijn training af te werken. In de namiddag probeer ik zo veel mogelijk te rusten. Filmpje bekijken, het avondeten voorbereiden of wat surfen op internet.” Hij maalt er niet om. “Alleen op die manier kan ik de top bereiken. Ik moet de kansen die ik krijg ten volle proberen te benutten. Als ik mijn jongere huisgenoten soms bezig zie… Lang in bed blijven liggen en hun trainingen niet optimaal uitvoeren. Tja.”

De tijd dringt voor Wills. “Ik kan mijn ouders niet blijven vragen om financieel hun steentje bij te dragen. Tijdens de zomer in Nieuw-Zeeland tracht ik wat centen bij te verdienen, maar het zijn vooral mijn vader en moeder die voor financiële ondersteuning zorgen. Kan ik na dit seizoen niet mijn brood met de koers verdienen, dan hang ik de fiets wellicht aan de haak en ga ik studeren. Grafisch ontwerp of architectuur. Alleszins iets creatiefs.”

Pistefocus

Van de Nieuw-Zeelandse wielerfederatie krijgt hij nauwelijks ondersteuning. “Het baanwielrennen is prioritair. Wegwielrennen hangt in de grijze zone tussen het recreatieve en het professionele.” Als Nieuw-Zeelandse renner ontsnap je niet aan de piste. “De erelijst van (ex-)nationale toppers als Julian Dean, Greg Henderson en Hayden Roulston spreekt boekdelen. Allen veroverden ze aan het begin van hun carrière titels in het baanwielrennen.”

“Lokale wielerclubs over het hele land organiseren wel regelmatig criteriums op de weg, maar de afstanden van die wedstrijden zijn zodanig kort dat je ze niet met koersen op het Europese vasteland kunt vergelijken. Wie met zijn koersfiets gaat fietsen, doet dat meestal in het weekend met vrienden. Er is een evolutie bezig – wegwielrennen is de sterkst groeiende sport in Nieuw-Zeeland – maar het ontbreekt ons nog aan een echt professioneel georganiseerde wedstrijd met World Tourploegen aan de start. Dat zou voor heel wat renners in Nieuw-Zeeland een enorme boost betekenen.”

Daarnaast doemt alweer het financiële plaatje op. “Voor ploegen wordt het vanaf volgend seizoen opnieuw moeilijker om de status van Pro Continentale ploeg in de wacht te slepen. Sponsors staan bovendien niet te springen om in een met dopingperikelen belaste sport te investeren. Waar mijn voormalige Nieuw-Zeelandse team tot voor enkele jaren plannen had om een licentie voor het Pro Tourniveau (tegenwoordig World Tour, LS) aan te vragen, had ze vorig seizoen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen.”

Troefkaarten op tafel gooien

Wills vertelt het allemaal met een beetje wanhoop in de ogen. Al tien jaar traint hij zich, zijn profdroom najagend, te pletter. In juli vierde hij met de eindzege in de Ronde van Vlaams-Brabant zijn mooiste overwinning tot nog toe. “Het deelnemersveld was toch niet van de poes en als je de erelijst bekijkt, dan is het een rittenwedstrijd met uitstraling”, zegt hij op een toon die smeekt om een positief gekleurde reactie waarin ik zijn kansen op een profcontract hoog inschat.

Eind september zet Wills alles op een rijtje. “Dan vertrek ik terug naar Nieuw-Zeeland. Tijdens mijn laatste maand in België wil ik nog spraakmakende resultaten in enkele (semi-) profwedstrijden behalen. Ik zal me achteraf niet kunnen verwijten dat ik niet het onderste uit de kan gehaald heb.” Het managementbureau achter Tom Boonen zou daarenboven het ontbrekende puzzelstukje kunnen zijn. “Het is belangrijk om op een uitgebreid netwerk te kunnen terugvallen. Resultaten zijn de eerste stap, maar daarmee alleen red je het aan de onderhandelingstafel jammer genoeg niet.”

Dit verhaal verscheen eerder op DirectVelo.com

Related Post

Geef een reactie