Salomonsoordeel vanuit een donkere kamer in Kuurne

By |dinsdag 24 februari 2015|
Fotofinish in Kuurne, 1961

Fotofinish in Kuurne, 1961
(archief K-B-K)

Meteen nadat Fred de Bruyne was omgekeerd naar de finishlijn in Kuurne vertelde hij de journalisten zegezeker te zijn. Zijn kattensprong was volgens hem precies op tijd ingezet om op een halve meter voor het finishdoek langszij te komen. Daar hoefden wat De Bruyne betreft geen foto’s voor ontwikkeld te worden. Het verschil was misschien minder dan een banddikte geweest, maar dat deed er niet toe. Een zege is een zege, en die zouden ze hem toch zeker niet afpakken?

Eigenlijk was het een wonder dat Fred de Bruyne in Kuurne had kunnen starten. Een paar maanden eerder was zijn auto gecrasht, en hijzelf ook. Ploegmaat Willy Vannitsen had de wagen gereden omdat Fred nog zat ingepakt vanwege een sleutelbeenbreuk. Bij het Bois de Boulogne was Brigitte Bardot hen voorbijgereden en het was Willy geweest die haar toen als eerste had opgemerkt. Brigitte Bardot! Ze werden van links aangereden terwijl hun neuzen rechts tegen de ruit van de wagen waren gedrukt en hun tongen nog naar buiten staken.

Kuurne-Brussel-Kuurne was op deze eerste dag van maart erg kalm, zelfs wat saai van start gegaan. Honderdvijftig kilometer lang mocht een klein groepje voorop rijden, tot ze op de Kruisberg waren bijgehaald. Op een rotslecht stuk steenweg richting de Kwaremont was het pas begonnen. Vanuit het peloton kwamen renners vooraan aansluiten, waarbij ook Fred de Bruyne. Hij was in de winter toch weer gaan trainen en reed nu voor het kleine team Baratti. Hij had zich tijdens deze West-Vlaamse openingskoers steeds beter gevoeld.

Langs de betonbanen stond het zwart van de mensen. Volgens koersdirecteur Mielke Ternest was er vanwege het zachte lenteweer dubbel zoveel volk uitgelopen als een jaar eerder. Het stemde Ternest tevreden. In een opwelling had de koersdirecteur twee zegeboeketten gekocht, je kon maar beter overal op voorbereid zijn.
Heuveltjes met vrolijk klinkende namen als het Vossenhol en de Kanarieberg met het Muziekbos sloten de reeks af die samen opgeteld tijdens dit vroege voorjaar nog als ‘bergzone’ mocht gelden. De finale brandde als altijd los op de rechte wegen naar West-Vlaanderen, waar de knotwilgen geen beschutting tegen de wind boden, de rijtjeshuizen-zonder-rijtje evenmin. Toen ze bij Sint-Eloois-Vijve aankwamen was het nog amper twintig kilometer tot Kuurne.
Opnieuw kwamen er renners naar voren. De rappe Leon van Daele zat er dit keer bij voor Flandria. Net als De Bruyne kon hij bogen op een erelijst waarop Parijs-Roubaix in kapitalen stond geschreven. Een renner om rekening mee te houden. Zeker nu Belgisch Kampioen Frans de Mulder met een kapot wiel reed en als kandidaat voor de winst kon worden afgeschreven. Tuur Decabooter was al eerder met een lekke band weggevallen. Er zou gesprint gaan worden en Fred de Bruyne gaf zichzelf een goede kans.

In de laatste honderden meters ging Jacques van der Klundert van veel te ver aan. Met gemak hield De Bruyne het wiel van de jonge Nederlander. Plotseling kwamen de Flandria’s pijlsnel opzetten om van Daele naar de streep te brengen. De Bruyne wist dat hij snel moest reageren, of zijn laatste kans op winst in Kuurne zou in de mist verdwijnen. Fred de Bruyne en Leon van Daele kwamen zij-aan-zij over de streep, hun voorwielen bolden alsof er een onzichtbare as tussen zat. Niemand in Kuurne bezat een bloot oog dat de winnaar aan kon wijzen.

Leon van Daele was direct na de sprint klaar geweest om een boeket en een aantal kussen in ontvangst te nemen, zo legde ook hij de journalisten rustig uit. Soit, hij zou met nóg groter gemak van de Bruyne hebben gewonnen als hij iets later zijn sprint had ingezet. In café Vieux-Temps in Zedelgem konden ze vast het feest gaan voorbereiden. Het was er Vlaamse kermis geweest toen Leon een paar jaar eerder Parijs-Brussel won.
Toch kon slechts de uitslag van de nummers drie tot en met tien met zekerheid worden gegeven. Mathieu Brouwers, de afgevaardige-generaal van de Belgische Wielerbond, had twee renners precies tegelijk de witte lijn zien passeren. Op zijn gezag deelde de wedstrijdleiding voorlopig twee halve zeges uit. Brouwers voegde eraan toe dat de uitslag in elk geval zou vaststaan tot de finishfoto goed bekeken was. Zijn initiatief om de aanwezige wedstrijdleiders van de BWB op handgeschreven briefjes hun stem uit te laten brengen had immers ook in een ex-aequo uitslag geresulteerd.
Terwijl De Bruyne en van Daele samen in een open wagen werden rondgereden, gonsde het van de geruchten aan de Bavikhoofsestraat. Journalisten die niet langer het geduld op konden brengen, informeerden hun redacties met het nieuws dat Leon van Daele tot winnaar van Kuurne-Brussel-Kuurne was uitgeroepen. De Bruyne moest wat hij nooit kreeg alweer inleveren. Hij tekende protest aan.

De ontwikkelde foto’s lagen uitgespreid op de tafel waarover de wedstrijdjury was gebogen. Een echt goede finishfoto zat er niet bij, de opnames lieten slechts de situatie op één meter voor het finishdoek zien. Er kon met geen mogelijkheid een winnaar worden aangewezen. De discussie duurde voort en om half tien s’-avonds was er nog steeds geen officiële uitslag. Uiteindelijk viel het definitieve besluit dat Kuurne-Brussel-Kuurne voor het eerst in haar geschiedenis twee winnaars zou krijgen. De Bruyne en Van Daele kwamen samen op de officiële erelijst van editie 1961, zo luidde het Salomonsoordeel vanuit de donkere kamer van Kuurne. En daar bleef het bij.

Ze hadden die dag een prachtige koers gezien. Daar was iedereen in Kuurne het naderhand wél over eens geweest.

De twee winnaars van 1961 (foto archief K-B-K)

De twee winnaars van 1961 (foto archief K-B-K)

 

Bronnen:

 

Martijn Sargentini

Martijn Sargentini

Martijn Sargentini (Amsterdam, 1976) is auteur van 'Koersen over kasseien en kiezelstenen in Nederland' (uitgeverij Spectrum, 2018) en schrijft artikelen voor o.a. De Muur, Fiets magazine, Soigneur en Bicycling. Neemt zo nu en dan het wielernieuws door op Radio1.

Martijn Sargentini

Geef een reactie