Steun Beukeboom en ga stofzuigen (of iets anders)

By |dinsdag 21 augustus 2018|

Een paar weken terug zat ik met een slaperig hoofd achter mijn ontbijt. Mijn vrouw zei: “Dat shirt wat je aan hebt, dat kan toch niet meer.” Ik keek omlaag en zag wat ze bedoelde. Ik had mijn gele Dumoulist shirt aan, aangeschaft in de zomer van 2015 toen ‘onze’ Tom in Utrecht wel even de proloog, pardon de openingstijdrit, van de Tour zou winnen. Het lukte hem niet. Rohan Dennis verpeste het Dumoulisten feestje en ik had er een slaapshirt bij.

Dat die Dennis overigens geen kleine jongen was (1 meter 82 om precies te zijn) wilde ik op dat moment niet horen. Maar inmiddels, een paar jaar ouder en wijzer, minder fan maar meer journalist, weet ik beter. Dennis was op het moment dat hij de proloog, pardon tijdrit, won net twee maanden werelduurrecordhouder af. Alex Dowsett en vervolgens Bradley Wiggins hadden het record van hem afgepakt. Waarschijnlijk was de Australiër er nog pissig over toen hij op zijn fiets het startblok op de Truus van Lierlaan in Utrecht afdenderde.
Na Wiggins hebben weinig wielrenners nog de moed gehad om het werelduurrecord aan te vallen. De Brit reed drie jaar terug een afstand van 54 kilometer en 526 meter in het uur en ja, dat is geen kattenpis. De Deen Martin Toft Madsen heeft het drie keer geprobeerd. Hij kwam steeds verder maar niet verder dan Wiggins op 7 juni 2015 reed.

Maar dan is daar nu onze dappere landgenoot -en al helemaal geen kleine jongen met zijn 2 meter- Dion Beukeboom die de handschoen oppakt. Aanstaande woensdag, 22 augustus, gaat ‘Beukie’ proberen om Sir Wiggo’s afstand van 54 kilometer en 526 meter te verbeteren. “Moet er geen Beukeboom shirt komen?”, vroeg mijn vrouw. “Mwah, weer zo’n shirt”, antwoordde ik, “dat is niet echt origineel”.

Eerlijk gezegd vond ik het een fantastisch idee maar dat liet ik niet blijken. Kijk, ik ben geen taalvirtuoos als Frank Heinen die door middel van een column wielerminnend Nederland zo gek kreeg om zich Dumoulist te gaan noemen. Bovendien ben ik een boek aan het schrijven over Beukeboom en het werelduurrecord en dan hoor je als journalist afstand te bewaren tot je onderwerp. Dan kan je niet met een Beukebomist shirt gaan rondlopen. Bovendien bekt het ook niet, Beukebomist.

Maar nu zie ik hier in het Mexicaanse Aguascalientes Beukeboom zijn rondjes rijden in een leeg Velodromo Bicentenario en dan begint het toch te knagen. Want ja, het is wel het werelduurrecord! Een historisch record, ouder dan de Tour de France (1893 om 1903; Henri Desgrange pakte eerst het werelduurrecord voordat hij de Tour ging organiseren). Volgens Ron Couwenhoven, schrijver van ‘De wereld van het uurrecord’ groeide het uit tot ‘het felstbegeerde record in de wielersport, maar ook de veruit hoogst gewaardeerde wielerprestatie’. Laat dit maar eens tot je doordringen en dan kijk je als wielerfan toch even anders tegen pak hem beet een etappezege in de Binckbank Tour aan.

En nu zou Beukeboom een beetje anoniem in Mexico zijn rondjes moeten draaien omdat ik, onder het mom van mijn journalistieke onafhankelijkheid, te beroerd ben om iets op poten te zetten? Dit zouden Mart Smeets en Jack van Gelder niet zijn overkomen, dat besef dringt wel tot me door inmiddels. Weg met die journalistieke correctheid dus. Come on Beukie!

Het kan nog. Ik heb nog een paar dagen te gaan, een paar dagen om een Beukeboom gekte in Nederland te veroorzaken. Hoe dan? Een grote commerciële campagne, dat gaat hem niet worden, daar is de tijd te kort voor en vind ik te vluchtig. Koop je een shirtje, doe je het één keer aan en verdwijnt daarna in de zak van Max of tussen de pyjamas. Waar het om gaat is bewustzijn creëren bij de mensen in Nederland, bewustzijn dat er in Mexico iets bijzonders gaat gebeuren, bewustzijn dat een landgenoot wielerhistorie kan gaan schrijven. Kost geen drol. ‘Gaat dat Beukeboom helpen dan?’ Tuurlijk, collectief geheugen, telepathie, morfische resonantie, je weet wel. Als je er maar in gelooft. En anders gewoon via de sociale media, die leest hij ook wel.

‘Bewustzijn? Lekker vaag. Zeg even wat ik precies kan doen?’ hoor ik je zeggen. Nou, ga stofzuigen bijvoorbeeld. ‘Stofzuigen?’ Ja, stofzuigen. De baan in Aguascalientes is recentelijk gerenoveerd en na een ritje komt er uit alle kieren en gaten stof op de baan te liggen. Dat fietst niet fijn, dus Beukebooms team zie je regelmatig achter de stofzuiger lopen. En zeg nou eerlijk: je huis stofzuigen moet je sowieso wel eens. Ga dat vooral de komende dagen doen en denk daarbij aan Beukeboom en een wielerbaan in Aguascalientes die je helemaal spik en span wil krijgen. Maak een foto van je stofzuigende zelf en gooi hem op Twitter, Facebook, Instagram met een ludieke hashtag (#deBeukerin #uurtjeBeuken #eenBeukisgeeneik bijvoorbeeld).

Is je huis helemaal stofvrij? Plant dan eens een beuke(n)boom in je tuin. De Fagus sylvatica is niet alleen een fraaie boom, hij kan je volgens Wikipedia ook beschermen bij een blikseminslag. ‘De eiken moet je wijken, de beuken moet je gebreuken’ luidt immers het oud Veluwse gezegde.

Moet je naar de kapper? Ga dan voor de ‘coupe Beukeboom’. Lekker fris en handig in het gebruik. En zeker niet heel duur.
Spuit je fiets okergeel. Trek witte schoenen aan als je gaat fietsen. Ga Mexicaans eten. Drink je het leplazerus aan margarita’s. Stop beukennootjes in je salade. Bestel bij de snackbar een Mexicano in plaats van een frikadel. Zet de Les Humpries Singers of voor mijn part de Zangeres zonder Naam op. Doe iets en denk daarbij aan Beukeboom!

En als je toch liever een t-shirt wil, nou zelfs dat kan (zie hier of hier).

Enne…mocht Beukeboom nou niet slagen (en die kans zit er altijd in), dan heb je in ieder geval een schoon huis, een mooie boom in je tuin, een snel kapsel, een unieke kleur fiets en een kater van de margarita’s.

Muchas gracias!

Jurgen van Teeffelen

Jurgen van Teeffelen (1968, Hilvarenbeek) is freelance journalist. Hij werd besmet met het wielervirus toen hij als 8-jarige op vakantie in Frankrijk de Tourkaravaan voorbij zag komen. Was vooral ook onder de indruk van de grote Michelinman. Thuisgekomen monteerde hij een racestuur op zijn jongensfiets en ging rondjes rijden op het pleintje voor zijn huis. Bij afwezigheid van een derailleur vond hij het virtuele schakelen uit: alleen de handbeweging was voldoende om het gevoel van wielrenner te zijn op te wekken. Vele jaren later heeft hij heel wat andere sporten geprobeerd, maar hij komt toch weer altijd bij het wielrennen terug. Wanneer hij op zijn tijdloze titanium fiets de majestueuze pieken van de Utrechtse Heuvelrug bedwingt voelt hij zich weer de 8-jarige Jurgen van vroeger. Gaat dan spontaan virtueel schakelen. Hij hoopt nog altijd zijn kinderen enthousiast te krijgen voor het wielrennen, maar vooralsnog vinden die het saai. En daar snapt Jurgen dus helemaal niks van. Zijn hogere doel: een biografie over Jaanus Kuum schrijven.

Related Post

Geef een reactie