Wat een ophef toch in deze koersloze dagen rond de keuze van onze rondeheld Tom Dumoulin, de keuze voor uiteindelijk de Giro d’Italia.

Komkommernieuws? De aandacht is desondanks wel begrijpelijk, met zo’n nationale ster aan het firmament. Waarom echter alle aandacht geconcentreerd op het aantal tijdritkilometers?

58 is inderdaad veel meer dan 27, en ik begrijp dat Dumoulin zijn troefkaarten vooral op dat terrein wil uitspelen. Maar wat mij nu juist in het optreden, respectievelijk Giro en Tour, van Dumoulin vorig jaar verraste én bekoorde was zijn presteren in het hooggebergte.

Daar waar zijn winst in de Giro het jaar voordien, subliem zonder meer, toch werd gekenmerkt door het ‘op hangen en wurgen’ aanhaken in de bergen, bijna klassiek Zoetemelks zou ik zeggen, en links en rechts wat steun inhuren, zag ik vorig jaar, zowel in Giro als Tour, een Dumoulin die als protagonist meestreed op de flanken van bergreuzen. Hij initieerde, hij anticipeerde, hij durfde, hij manifesteerde, hij regeerde bij tijd en wijle. Volgens mij was dat mede voor hem zelf ook een openbaring. Feitelijk de zoveelste etappe in de ontdekkingsreis van een ronderenner: wat kan ik, waar liggen mijn grenzen?

Ik ben er daarom van overtuigd dat Dumoulin ook in de Tour de France ondanks het karig tijdrit-menu voor de hoofdwinst had kunnen gaan. Een aanval in de rit in lijn kan toch ook uitmonden in een individueel duel als variant van de tijdrit?

Er wordt nu in de media beweerd dat de Giro-leiding met opzet het parcours naar het format en de wensen van Dumoulin heeft gemodelleerd. Er wordt wederom weer eens een verhaal gemythologiseerd. Dat mag, maar gisteren in de Volkskrant (maandag 7 januari) werd het hoogstpersoonlijk door direttore Vegni in de prullenbak gesmeten. Alsof Dumoulin voor de Italianen zo belangrijk is. (Of Vegni een leugentje om bestwil pleegt, is een tweede.)

De concentratie op de tijdrit-plukjes doet ook onrecht aan de volledige schoonheid, en vooral het episch gehalte van de ronde (in welk land ook). Het lijkt mij nog steeds onwaarschijnlijk dat er meer wielerliefhebbers (ook als het tifosi uit onze eigen contreien zijn) voor de buis aanschuiven, als er achter elkaar gestroomlijnde fietsers door het beeld schuiven, hoe gestileerd fraai en aerodynamisch de houding van de specialist ook is. Ik verwacht dat de meeste aantrekkingskracht nog steeds uitgaat van de etappes met ronkende passages over de Passo Manghen en aankomsten die reiken tot de magnifieke Colle Nivolet en de ruig legendarische Gavia. Een simpele maar o zo treffende illustratie is nog steeds welke beelden de sportredacties kiezen voor het jaaroverzicht. Say no more.

Naar die beelden (integraal en live) zie ik uit, daar ga ik smullen, en zonder twijfel met Tom Dumoulin in de hoofdrol.

Marc Peeters

Marc Peeters (1958) schrijdt en schrijft bij leven en welzijn voort op twee wielen. Fietst bij voorkeur naar boven, in plaats van zich naar beneden te laten vallen. Zijn verhalen volgen de kronkelige lijnen van zijn tochten. Verheugt zich het meest op de Leffe Blond na afloop. Ziet liever meer fietspaden dan een Grand Départ. Mist in alle commotie en aandacht rondom het d-woord de methodologisch verantwoorde nuance.

Latest posts by Marc Peeters (see all)