Tourdroom

By |dinsdag 12 juli 2011|

Ik droom zelden. Althans, ik kan me mijn dromen nooit herinneren bij ontwaken. Nachtmerries heb ik alleen bij hoge koorts. Deze weken is alles anders. Het kwik in mijn thermometer slaat elke dag verder uit. Ik heb Tourkoorts en mag er ongebreideld op los dromen. IJlend mijn eigen Tour regisseren.

Ruiken wil ik die Tour, voelen en proeven. Ik wil flaneren en flirten op het grootste fietsfeest van het jaar. Hoewel de Giro vorig jaar tijdens een kortstondige vakantieliefde in Utrecht mijn hart voorgoed stal, mis ik weinig van de bewegingen die zijn concurrent maakt. Grote mannen maken nu eenmaal meer indruk op me, dan kleinere. Drie weken chronisch slaapgebrek heb ik er voor over. Ik wentel me in zijn meeslepende liefdesverklaringen. Waan me veilig in zijn sterke machtige armen. Van voorbeschouwing naar etappe, van samenvatting naar nabeschouwing, van Vive le Vélo naar Avondetappe… Hij put me uit, weet dat ik toch weer zwicht, met zijn narcistische persoonlijkheid. Hij behandelt me als een Ronde Miss, slechts om de boel op te leuken. Gedwee laat ik hem begaan. Het is de enige manier om samen met mijn helden van het asfalt op het schavot te staan.

Bruinkool
De week begint goed. Ik zoen de belittekende wangen van “Phil”. Geen proloog, maar een etappe met een Amstel Gold Race-achtige finale in Redon. Kolfje naar de hand van mijn Waalse achterbuurman. Om vanaf het vroege voorjaar deze vorm te behouden, vereist discipline en een ascetisch leven. Er zijn er maar weinig die dat kunnen. Gilbert kan dat, maar weet niet anders. Een mijnwerker van deze tijd, wars van luxe. Geboren onder de rook van Luik en Seraing, is hij het simpele, harde Waalse arbeidersleven gewoon. Werken, eten en slapen. Alleen dan komt de vrijheid binnen handbereik. Gilbert kan genieten van zijn zelf verworven vrijheid, zonder zijn afkomst te verloochenen. Een brok bruinkool getransformeerd tot diamant. Eenvoud en kracht ineen.

Le Petit Prince
Voor de sprinters heeft deze Tour relatief weinig in de aanbieding. Hoewel de vernieuwde puntentelling voor de groene trui voor meer suspense en nervositeit zorgt dan voorgaande jaren. Dat de Noorse God van de Donder, Hushovd, het groen weer omgehangen krijgt in Parijs is niet vanzelfsprekend. Hetzelfde geldt overigens voor Cavendish, die zeker wat te duchten heeft van Farrar en Greipel, als deze gefrustreerde Gorilla tenminste stopt met om zich heen te slaan en uit de schaduw van zijn ex-ploegmaat durft te treden.

En toch droom ik, tegen beter weten in, dat ik de groene trui omhang bij de Kleine Prins van The Isle of Man. Ik heb een zwak voor kerels van het type ruwe bolster, blanke pit. Dat opgefokte explosief bleek zowaar mens te zijn toen hij zijn eerste sprintzege in de Tour van 2010 boekte. Op het podium in Montargis breekt hij en jankt als een klein kind. En ik jankte mee. Een man die zijn tranen de vrije loop laat, al is het uit frustratie of van vreugde, schenkt een vrouw het allermooiste cadeau dat zij zich wenst. Ik wil Cav en de traan die over zijn wang biggelt inlijsten. Net als het huilende zigeunerjong dat in iedere stacaravan op het woonwagenkamp hangt.

Als Cav met zijn lange natte wimpers op het hoogste schavotje klimt, zullen onze lippen elkaar zonder enige moeite raken. Het lijden in de tandartsstoel, deels oorzaak van zijn slechte voorseizoen vorig jaar, heeft zich uitbetaald. Met het groen in zijn koffer, kan hij met gerust hart gaan rentenieren op een van de Kanaaleilanden. Aan iedere vinger een fotomodel of voor andere heren ogenschijnlijk onbereikbare vrouwen. In de fietshemel wachten 15 maagden op hem; een voor iedere etappezege in de Tour die hij de laatste drie jaar won, maar die hem nooit het begeerde groen brachten.

Fab-bergasted
Over tandproblemen gesproken: Fabian Cancellara, een van de snelste mannen in het peloton. Zo mooi als zijn dijen, zo onvolmaakt zijn gebit. Nou ja, vooral zijn voortanden dan. Fabian, een sociale reus in de ploeg van Team Leopard Trek. Veel ervaring ook, die zijn best moest doen om de spillepoten van de Broertjes Schleck niet aan gort te rijden, du moment hij zijn eerste pedaalslag in de ploegentijdrit deed. Fabian moet heel over de Pyreneeën en Alpen zien te komen om zijn overmacht in de individuele tijdrit op de een na laatste dag van de Tour te tonen. Jammer vind ik dat. Het parcours loopt op en pakt allerminst in zijn voordeel uit. Daarbij gaat hij een boel spiermassa opvreten om überhaupt tot die een na laatste etappe te komen en zal hij veel sleurwerk moeten verrichten om “Quick en Flupke” uit de klauwen van de favorieten te houden.

Fabian, zo scheef zijn voortanden, zo krom zijn “Engelse” gatenkaas-tweets. Daags voor de Tour twitterde hij: “Almost on the hotel. Had a shity flight bevor… We lost around 100feet during the flight… Was first time not on my seat enymore for a bit. “
Bij de start van de tijdrit in Grenoble hou ik zijn zadel vast en fluister hem zacht in zijn oor: “Fab, please stay seated until the fasten seatbelt sign is switched off. Go for it Spartacus!” Aan de finishlijn bij de verzorging ontmoeten wij elkaar weer. Ik krijg een vette knipoog en brede glimlach van de man die de bekrompen staat van zijn Koekoeksklokkenlandje al lang ontstegen is. “Thanks Pé for your encouriging wurds bevor time trial”, lispelt hij. “No thank you, Fab. Just join me for a week in the language institute in Vught and I will teach you the most beautiful sentences in English twitter poetry ever.” ’s Avonds twittert Cancellera: “I’m Fab-bergasted, cos toeday I met the moost confjuzing Miss ever, but I forGod her name”.

Geel voor een groentje?
Uit de Tourstatistieken blijkt geen causaal verband te bestaan tussen de winst van de gele en de witte trui in een en dezelfde Tour. Alleen Contador, Ullrich en Fignon mochten twee truien omhangen in hetzelfde jaar. Voor Gesink is het geel in Parijs nog niet weggelegd dit jaar. Dat is de enige voorspelling die ik durf te dromen. Daarom hang ik hem het wit om zijn knokige schouders en spreek hem bemoedigend toe: “Alles wat goed is komt langzaam Robert. Dus bewaar het lekkerst voor het laatst en zie deze witte trui als jouw echte Tourontmaagding. Volgend jaar pak jij het geel!”

In het rijtje kanshebbers voor het klassement zou ik Evans liever vergeten. Een klasbak natuurlijk, maar niet leuk om over te dromen. Zijn gelaat toont zelden emotie. Met zijn geboetseerde kin met putje en borstelwenkbrauwen doet hij me denken aan een Thunderbirdpoppetje van PVC. En dan is er die Laatste Tsarenzoon, Vino. Ik verguisde hem ooit in een gedicht, terwijl ik zijn vuile douchewater met afgrijzen in een Utrechts riool zag weglopen na afloop van een Girorit. Taaie Vino mag van mij een bergetappe winnen, want het is zijn laatste Tour. Door zijn aanvallend rijden kan hij de bolletjestrui ruiken. Die krijgt ie helaas niet van me, maar die etappezege gun ik hem. In een sport waar met het blote oog de goeien niet van de kwaaien te onderscheiden zijn, moet je altijd nog heel hard trappen om in de frontlinies te vechten.

Wit met rode stippen
Ineens ben ik het spoor bijster. Er racen een paar brutale bostrollen door mijn Tourdroom: Boasson Hagen, Fuglsang, Degenkolb, Gadret, Terpstra, Voeckler. Ze proberen de dromen van de klassementsrenners te verstoren. Ze zetten ontsnappingen op poten en pikken kostbare punten van de grote meneren in. Aan de finish sta ik met de bolletjestrui te wachten, maar word belaagd door 20 renners die hun armen naar voren steken. Boven mijn hoofd vliegt Thomas Dekker met een propeller op zijn helm. Terwijl hij neerstort in een ravijn achter het podium, hoor ik hem krijsen: “Ik ben de winnaar, maar niemand kent mijjjjjjjjjj..!” De twintig klimkabouters worden ongeduldig, ook Johny H. staat er tussen. In blinde paniek spring ik van het podium en breek mijn naaldhak. Het zweet breekt me aan alle kanten uit nu. “Ik weet niet wie de bolletjestrui heeft gewonnen!”, schreeuw ik.

Ik voel dat iemand met een koude lap mijn voorhoofd dept. “Rustig Miss-Poes, het is slechts een boze droom.” Zijn stem is zacht, met een duidelijk Vlaamse tongval en klinkt vertrouwd. “Bent ge nat gegaan in uw Tourdroom?”, vraagt de stem begripvol. Ik open mijn ogen en kijk in de ondeugend fonkelende oogjes van een gerespecteerd Vlaams wielercommentator. En dan… gaat het licht uit.

Petra Uittenbogaard

Brabants-Zeeuws meisje. Ex-alpinist met hardnekkige passieve en actieve fietsgenen. Vond de beklimmingen van Alpe d’Huez en Stelvio ontspannen tochtjes vergeleken met de baring van haar kinderen. Werd op Twitter ontdekt door de drummer van een Utrechtse cultband en kreeg zo haar eerste rol in de beste fietsclip ooit gefilmd. Schrijft en dicht op eigenwijze, houdt niet van half werk, is chronisch structopathisch. Noemde haar adviesbureau Surplace Advies.

Latest posts by Petra Uittenbogaard (see all)

Related Post

Geef een reactie