Het was een zonnige dag met een beetje wind die donderdag 25 juni 2015, het weer van alle mensen. De wethouder van sport onthulde bordjes met straatnamen van Diemense sporthelden. Op één daarvan staat: Jan Brediuslaan wielrenner (1930-2008). Er zijn wel meer Brediusstraten en -wegen in Nederland, maar die zijn vernoemd naar Brediussen uit een patriciërsgeslacht van dominees, dijkgraven en Tweede Kamerleden. Dit is een andere tak. Uit het Diemer Nieuws van 26 juni 2015: “Wielrenner Jan Bredius won, als verdienstelijk amateur, vele wedstrijden.” Maar is dat wel zo?

De vlaggen van de gemeente Diemen, drie strepen blauw-wit-blauw met in de witte streep drie zwarte eenden, konden vrijuit wapperen. “Maar ze was er niet hè”, zegt Martha Bredius tegen haar man George, die ze aanspreekt als Sors. “Mijn schoonzus, een echte dame”, vervolgt George, “Ze was gevraagd wat te zeggen, terecht natuurlijk, het was haar man waar die straat naar genoemd werd. Maar ze was er dus niet. Nou toen heb ik het maar gedaan. Genoeg te vertellen natuurlijk. Ik heb jaren met mijn broer gekoerst.”

Martha: “Ja hoor en daar kwam ze. Maar toen was Sors al klaar. Iedereen eigenlijk. En gelijk van, wat is dit nou? Ja meid, dan moet je op tijd komen, ken je je verhaal ook op tijd kwijt. Ja, zo is het toch? En Sors deed het leuk hoor. Afijn, praten ken ie wel, horen gaat minder, maar dat maakt bij hem niet uit hè?”

George: “Ja en toen een tijdje later, ik voelde het al aan mijn intuïtie, dat heb ik nou eenmaal altijd. Ik denk op een middag, ik rij er effe heen, het is om de hoek. Toch mooi, een straat voor je broer. En ja hoor, het bord was weg. Dus ik bel mijn schoonzus en zeg dat ze echt effe de gemeente in moet lichten. Ze wist het al. We dachten dat het bord gestolen was. Maar het bleek in een bosje bij de sloot te liggen. Ja, wie dat gedaan heeft? Mijn broer won veel en er was een hoop kinnesinne in die tijd …”

Op weg naar de verzamelde sportvelden van Diemen kom je door of langs vijf korte straatjes, meer landweggetjes eigenlijk. Er moet nog asfalt overheen, sommige huizen zijn in aanbouw, de meeste tuinen zijn modderig. De gemeente Diemen heeft haar sporthelden geëerd met dit kleine eiland straatnamen dat verder geen samenhang heeft dan die namen van de sporthelden. Het sportersvierkantje ligt aan de rand van de nieuwe wijk de Plantage. De meeste mensen noemen de wijk Sniep, omdat dat op de tram uit de grote stad staat. Die lijn 19, de langste van Amsterdam zelfs als je het stuk in Diemen niet meerekent, heeft aan de andere kant van de wijk zijn eindpunt.

De naambordjes zijn slordig en onlogisch neergezet. Gewoon op de hoek van de straat is blijkbaar uit de mode. Eén staat zelfs verkeerd om, zodat alleen de eenden in de sloot het bord kunnen lezen. Het zijn overigens geen straten, maar lanen. Alleen, aan een laan staan bomen, maar daar is zelfs nog geen begin mee gemaakt. We noteren:

Piet Troosterlaan schaatser (1912-1987) meermalen de Elfstedentocht gereden (1940, 1941, 1947, 1954, 1956)

Jaap Havekottelaan schaatser (1912-2014) langebaanschaatser Nederlands kampioen 5 en 10 kilometer (1942)

Iet van Feggelenlaan zwemster (1921-2012) wereldrecordhoudster alle afstanden rugslag (1935)

Joop Niemanslaan bokser (1917-2000) meermalen Noord Hollands en Nederlands kampioen zwaargewicht (1944-1948)

En de Jan Brediuslaan, “meermalen winnaar amateurwedstrijden”.

De straatnamencommissie heeft de sportgeschiedenis van Diemen aldus samengevat en een moeilijke taak tot een goed einde gebracht. Het zal zo te lezen wel even zoeken zijn geweest naar sporters uit Diemen die een straat waardig zijn. En de Diemense sport beleefde haar hoogtepunten kennelijk in en rond de oorlog. Verder leren we door de analyse van de straatnamenbordjes dat de successen vooral van het schaatsen moesten komen (“meermalen de Elfstedentocht gereden”, “Nederlands kampioen 5 en 10 kilometer”). Verder keurig een vrouw erbij en na enig onderzoek weten we dat er blijkbaar geen gekleurde sporters voorhanden waren om mogelijke vragen vanuit de gemeenteraad voor te zijn. Groen Links is er de grootste partij, altijd even rekening mee houden.

De nood was zo hoog dat Iet van Feggelen en Jaap Havekotte in 2012 nog in leven waren bij de toekenning van de straatnamen. Straten vernoemen naar nog in leven zijnde personen is taboe, tenzij je van koninklijke huize bent of Nelson Mandela was. De gemeente Diemen week daar in dit bijzondere geval van af. De redenering van de straatnamencommissie kwam er op neer dat de straten in Diemen zo’n beetje op zijn, er zal niks meer bij komen. Annexatie van Diemen door Amsterdam om nieuwe straten aan te leggen zit er niet in, zo meldt de gemeentesecretaris. Dit was zodoende de laatste kans om straten naar sporthelden te noemen en nog dichtbij een sportcomplex ook. Maar dan moet je ze dus wel hebben, die sporthelden.

Dan komt onmiddellijk als eerste kandidaat voormalig topvoetballer Danny Blind in beeld. Woont al heel lang in Diemen en leeft nog. Nu is dat in Diemen dus wat minder dan elders een probleem, dat in leven zijn, maar je weet met levende mensen nooit wat ze nog gaan uitspoken om op termijn wellicht minder straatnaamwaardig te worden (tenzij je Prins Bernhard heet). En Danny Blind heeft alles in zich om bij een alsnog mogelijke uitbreiding niet in het bestemmingsplan opgenomen te worden. Hij is namelijk bestuurlijk verbonden aan Ajax en dat is hoe dan ook vragen om problemen. Maar goed, waar zeuren we over. De Jaap Havekottelaan en de Iet van Feggelenlaan, ze zijn inmiddels ook gestorven en de namen klinken alsof het er altijd waait met flarden koude motregen.

George Bredius woont in een flat aan de andere kant van de spoorlijn die Diemen in oud en nieuw verdeelt. Een hartverwarmende, vrolijke man, die tot niet zo lang geleden zo’n beetje alles repareerde wat op zijn pad kwam. Als voormalig tegelzetter en metselaar is hij gepensioneerd klusspecialist. Jarenlang was hij dè man voor 8-track recorders. Dat zijn vooral in Amerikaanse auto’s gebruikte, maar in Nederland nauwelijks bekende muziekcassettes met magneetband die in de jaren tachtig verdwenen door de komst van de kleine compact cassette.

George deed ook in fietsen voor het dagelijks gebruik. Hij knutselde van alles aan elkaar tot fiets en wij, mijn vrouw, kinderen en ik, kochten die. In Amsterdam, dat ligt boven Diemen, heb je veel fietsen nodig. Soms verlangde ik naar een fietsendiefstal. Wij zijn nogal gesteld op George en zijn vrouw. Ze zijn ontwapenend. Dat duurde daarom altijd even, die aankoop. Hij nam me meestal even mee naar zijn 8-track rommelkamer en begon daar over zijn grote reparatiewerken. Tot het moment.

“Zie je die foto daar jongen? Die boven m’n bureau? Heb ik je dat wel eens verteld? Van m’n zoon?”

Natuurlijk heeft hij het wel eens verteld. En weer moet hij huilen en hou ik het ook nooit droog. 21 jaar, nare ziekte, lieve jongen. En daarna ga je weg met een zak snijbonen voor een week weeshuis, “van de tuin”. En vergeet je bijna voor je fiets te betalen.

En George vertelt graag over zijn carrière als wielrenner in de jaren veertig en vijftig. Ik ken wel een paar namen uit die tijd. Die namen herhalen we altijd even als een vast ritueel van herkenning.

André Reijnders uit de Bloemstraat in de Jordaan. “De sprinter, dat was toch een vriend van jouw vader?” (klopt).

Willem Holleeder, ook uit de Bloemstraat (de vader van de grote boef, die eind jaren veertig en jaren vijftig in de uitslagenlijsten van de KNWU regelmatig opduikt, maar ook bij de schorsingen vaak vermeld staat).

Jan Bruggekamp. “Uit IJmuiden, daar kom jij toch ook vandaan?” (klopt).

Wout Wagmans.

Van Est. “Ja die kwam ik ook tegen hoor” (wat voor horloge had ie om?).

Adri Voorting (Nederlands kampioen geweest). ”En zijn broer natuurlijk, Gerrit (nog in het geel gereden in de Tour). Ja, die kwamen ook daar bij jou uit de buurt vandaan”.

Ottenbros. “Nee, niet Harm (de wereldkampioen). Jan, zijn vader, ook uit Alkmaar”.

Maar wat heeft zijn broer, “meermalen winnaar amateurwedstrijden” volgens het straatnamenbord en het Diemer Nieuws, eigenlijk gewonnen?

“Ja van alles en nog wat. Daar vraag je me wat. Ja, rondes enzo. Die had je toen overal, elk weekend, ook in de winter. We gingen het hele land door. En naar België, sliepen we in hooibergen, twee Swiebertjes samen. En altijd amateurs gebleven hé. Nooit geld gepakt. Nou ja, wie zal het zeggen, premies wel natuurlijk. Bij “noodweer”, als door omstandigheden niet gekoerst kon worden, kreeg je ook geld. Maar normaal waren het fietsonderdelen, gereedschap, dat soort dingen, dat waren de prijzen. Of ik kon iets regelen bij RIH fietsen in Westerstraat in Amsterdam. Zij waren één van de eersten die lichte frames bouwden. Ik heb er nog één staan beneden in de kelder, met mijn naam erin gegraveerd. Moet je ‘m effe zien? ”

Ook deze fiets is vanzelfsprekend omgebouwd, er zit een normaal stuur op.

“Ik rij er vaak op naar de stad. Soms willen ze hem spontaan kopen, dat trekt toch de aandacht van kenners, RIH – Sport groot op de stang. Maar mijn naam staat erop hè, ik zal er nooit iemand anders op laten rijden.”

De familie Bredius was beroemd in Diemen. Vader Bredius liep ooit met een vat van Vollenhoven bier voor zich uit rollend van Amsterdam naar Parijs en terug. George laat me een briefkaart zien met foto van zijn vader met een vat voor zich en het opschrift:

v. Vollenhoven’s bieren

Altijd smakelijk

_________________

J.G. Bredius Amsterdam – Parijs en terug,

te voet en rollend met een vat.

middel van bestaan: verkoop dezer kaart.

“Ja, geld heb ik wel gewonnen, niet met wielrennen, maar met het gevecht tegen de beer. Ja, dat geloof je vast niet jongen, maar dat is toch echt gebeurd. Het circus kwam naar Diemen, die hadden een beer en als je daar tegen vocht en won, kreeg je 100 gulden. Is twee keer gebeurd, in Rotterdam en Diemen … Ja wie denk je? Ik greep hem zo bij zijn kanis. Het hele land wist ‘t, ik stond in de krant! Als ik op het Rembrandtplein liep, wist niemand dat ik wielrenner was, maar ze wisten wel van de beer! Maar wat Jan nou gewonnen heeft, echt, ik weet het niet meer. Ik heb niks meer uit die periode, alles is weg.”

De gemeente Diemen, de bron van de vermelding op het straatnamenbord “meermalen winnaar amateurwedstrijden” weet het ook niet. We gaan via een uittreksel van het Collegebesluit van hoog naar laag in de organisatie en weer terug. Na ruim een half jaar, maar wij begrijpen dat er belangrijkere zaken spelen in het dynamische Diemen, ontvangen we deze mail van de ambtelijk contactpersoon voor de straatnaamcommissie:

Ik heb navraag gedaan bij leden van de straatnaamcommissie. In het tijdschrift Historische Kring Diemen (1-2002) staat in het artikel van de heer Haag ‘De hel van Diemen’ (over de Ronde van Diemen) dat Jan Bredius in 1950 tweede werd en in de categorie nieuwelingen; en 15de in 1957 (in de tussenliggende jaren werd de ronde niet verreden). Hij nam ook deel aan de Ronde van Betondorp in 1951. De straatnaamgeving voor een wielrenner als sportheld uit Diemen aan Jan Bredius is dus terecht geweest. De motivering had anders moeten zijn. Ik hoop u bij deze voldoende te hebben geïnformeerd. Vriendelijke groet.

George Bredius is er van overtuigd dat zijn broer in ieder geval minstens één keer tweede is geworden in de Ronde van Betondorp. We zien het voor ons, jochie Cruijff langs de straat, met vader Manus voor de groentezaak kijkend naar de koers.

En George weet ook zeker dat Jan wedstrijden heeft gewonnen. Op naar de Historische Kring Diemen, nu willen we het echt weten.

Die is alleen op maandochtend open. In een soort bouwkeet vol kasten met papier bestuderen daar vrijwilligers de rijke geschiedenis van Diemen. Gebogen over archiefmateriaal en objecten doen zij aandachtig hun nuttige arbeid. Zo wil ik ook pensioneren, op maandagmorgen uit elkaar vallend papier en stoffige rommel duiden in het licht van de geschiedenis. Het kost even moeite te laten merken dat iemand hun stille domein heeft betreden. Dan staat een vriendelijke man mij te woord. Ze weten van de sportheldenstraten, maar verder, nee, geen idee. Ik ga wel weg met het door de ambtelijk contactpersoon voor de straatnaamcommissie genoemde nummer van hun maandblad. Het blijkt een special over de Diemense sportgeschiedenis. En jawel, daarin duikt Jan Bredius wel degelijk op als meervoudig kampioen.

Maar bij het voetbal. Op de foto met het juniorenelftal van D.V.A.V., mooi die puntjes, dat in 1948 kampioen werd in de 2 klasse B. In dat elftal zien we ook Roel Walraven, later communistisch wethouder van Amsterdam en tot op de dag van vandaag op 88-jarige leeftijd nog regelmatig in het nieuws als actievoerder. Eén jaar later staat Jan Bredius nog een keer op de foto met een nog glorieuzer succes, namelijk als kampioen van de vierde klasse met het eerste elftal van D.V.A.V..

George Bredius: “Maar mijn vader had een hekel aan voetballen, dus Jan kreeg een fiets. Eerst stayerde hij vooral, maar vanwege een of andere keuring mocht dat na een tijdje niet meer. Dus ging hij de weg op, koersen, criteriums rijden en zo.”

Het zal toch niet waar zijn, dat je een straatnaam hebt verdiend door tweede te worden in Betondorp bij het wielrennen en dat betrokkenheid bij het meest legendarische moment in de Diemense voetbalgeschiedenis door de straatnaamcommissie is genegeerd?

Over het wielrennen van Jan Bredius spreken de feiten in verschillende publicaties elkaar tegen. In het door de ambtelijk contactpersoon genoemde verhaal De hel van Diemen. De geschiedenis van de Diemense wielerrondes wordt Jan tweede in de Ronde van Diemen in 1950 na een spannende eindsprint. Het Diemer Nieuws van 26 juni 2015 plaatst deze sprint in 1948. De versie van de tweede hel van Diemen zeven jaar later in 1957 is legendarisch, achter de in de mail van de ambtelijk contactpersoon genoteerde 15e plaats zit een verhaal. Het weer is slecht, zeer slecht. Jan Bredius rijdt lang op kop, lijkt de zege binnen handbereik te hebben, maar krijgt pech. En pakt wel de Pechprijs.

Er is slechts één aanwijzing voor een echte overwinning, in het wielrennen dan. Het Diemer Nieuws meldt in weer een ander verhaal op 6 augustus 2015 “In Krommenie wint hij glansrijk en bij de wekelijkse straatrondes in Amsterdam zit hij meestal bij de voorsten.”

Krommenie. Dit moet tot op de bodem uitgezocht worden, we zijn nu toch bezig. En Sors verdient het. Op naar de KNWU, net verhuisd van Nieuwegein naar het nationale sportcentrum Papendal. Er zijn wel wat uitslagenlijsten op internet te vinden, maar dat spoor leidt niet naar de overwinning in Krommenie. De KNWU wijst op de schatten in hun archief met “oude wielerbladen waar je gerust in mag komen kijken”. Dat laten we ons geen twee keer zeggen.

Op Papendal is het nog even een heen en weer gerij en gesjouw tussen archief en KNWU hoofdkwartier en dan komt de moeilijkste klus: je hoofd erbij houden en geconcentreerd zijn op dat waar je naar zoekt. Terwijl vanaf elke bladzijde je prachtige wielergeschiedenis uit de jaren veertig en vijftig tegemoet spat. Toch een legendarische periode, waar een winnaar gedragen op de vleugelen zijner wil nog triomfator kan zijn, met pedaalridders die huilend als een kind na een bandbreuk hun eigen band verwisselen, waar het op het verbazingwekkend snelle asfaltdek onmogelijk was verder dan twintig meter weg te komen (zelfs voor van Est in een criterium rondom het Olympisch Stadion), waar zwakke broeders het loodje leggen door felle windvlagen die liniaalrecht tegen de borsten van de renners sloegen in maagdelijke polders, renners met de onverzettelijkheid een vechter eigen een bijnaam als Tarzan hadden en staalhard andere renners van hun wiel schudden om na afloop een bakkie leut te drinken. Waar in een verslag twee kleine meisjes met helzwarte kijkers vol spanning met ingehouden adem naar een voorbij flitsende renner kijken met achter hen een charmante vrouw, met even zwarte kijkers die eveneens vol spanning naar die voorbijracende renner met dat rode shirt tuurt.

En dit drietal had wel meer dan reden zo intens te ogen naar die coureur die niemand meer of minder was dan Jan Lambrichts uit Bunde en ditzelfde drietal was zijn liefste bezit op aarde. En toen dezelfde Lambrichts na een formidabele rush deze ronde van Beek op zijn naam schreef en hij lachend over de finish stoof, was het moment toen hij vrouw en kinderen een pakkende zoen gaf voor hem het mooiste ogenblik van deze middag vergeleken tegen de rest, die toch ook zo mooi was … Een pracht wielermiddag.

Ik snap die straatnamencommissie van Diemen wel, met hun voorliefde voor deze periode (als ze de keuze hadden). Maar hoe houden we het koppie erbij, waar zijn we aan begonnen? We mogen een bakkie leut uit de automaat nemen. Het gaat om een decennium Wielersport Tijdschrift met waarin opgenomen de Officiële Mededelingen van de Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie en, maar minder interessant, sportief weekblad voor alle sporten “onder leiding van ir. A. van Emmenes”.

Wat leren we van dit historisch onderzoek bij de wielerbond? Dat Jan Bredius vaak voor de premies ging, inderdaad de Nederlandse amateur Poulidor van zijn tijd was, dus veel tweede plaatsen veroverde en dat hij in 1951 licentienummer 687 had. Veel pech onderweg weer, maar niets over “de overwinning in Krommenie”. Bij de verslagen van koersen die uitvoerig de revue passeren lijkt telkens wel of het hele peloton weer voorbij moet fietsen. Renners hebben standaard in de eerste vermelding hun woonplaats erbij. De Ronde van de Vismarkt, van Kraantje Lek, van de Markthallen en verder van alle plaatsnamen in Nederland denkbaar komen langs. Net als de naam van Jan Bredius die in de verslagen opduikt en in de uitslagenlijsten ereplaatsen behaald heeft. Maar nooit iets gewonnen, ook niet in Krommenie. Einde verhaal, de zoektocht eindigt in Papendal.

Dan. “Ja, met Martha Bredius, van de fietsen. Sors ken niet bellen, die hoort niet veel meer, dat weet je. Moet je luisteren, ja je was nooit thuis, dus ik ben blij dat ik je nu effe heb. Mijn schoonzus, die wil wel met je praten. Die heeft bekers enzo, hier heb je haar nummer.”

Ik ben iets te laat en hoor fietsend al de telefoon gaan in mijn binnenzak. De weduwe Bredius woont in een perfect ingerichte  flat met bar in hartje Diemen. De ontvangst is vriendelijk en attent. Maar ik ga hier niet naar buiten met een zak snijbonen, zoveel is duidelijk. Haar zoon schrijft ook, Edwin Bredius van De Telegraaf en PRIVÉ.

“Ja met de onthulling van dat bord met Jan z’n naam, ik kwam er aan en George was al aan het praten. Dat hadden we niet afgesproken. Vond ik niet fijn.”

De weduwe Bredius heeft een compleet archief, zijnde een plakboek en losse knipsels over wijlen haar man. Krantenknipsels dwarrelen over tafel. Ik ben voor even gepensioneerd en vrijwilliger bij de Historische Kring Diemen op maandagochtend.

En we lezen dan toch over overwinningen. Na het voetbal, nu ook bij het schaatsen. Wel ook weer voor D.V.A.V., dat naast voetbal blijkbaar ook het schaatsen in Diemen organisatorisch vorm gaf. En bij elk bericht roemt de betreffende krant of het clubblad ook de verdiensten van Jan Bredius als wielrenner. Uit het blad van de Diemer IJsclub: “In de afvalrace liet Jan Bredius zien, dat een getrainde wielrenner om getrainde voetballers heel hard moet lachen. Eerste werd hij.”

De knipsels uit een schrift en uit een envelop bedrukt met J. Bredius – aannemer – timmerman Diemen over de tafel verspreidend wordt één ding meer en meer duidelijk als dat het al niet was: de sportprestaties van de schaatsende, voetballende en koersende Jan Bredius zijn meer dan goed voor een straatnaam in Diemen, maar waarom zo’n klein laantje in oprichting?

De veelal ongedateerde berichten over het wielrennen spreken wel weer over veel pech en ook over een ander telkens terugkerend fenomeen, Jan’s raadselachtige “ineenstortingen” en “inzinkingen” aan het einde van de wedstrijd. En het regent weer tweede en nu ook derde plaatsen. Overveen, 17 jan. – Kop: Benjamin uit de Tourploeg ADRI VOORTING winnaar cycle cross. Verrassing amateur BREDIUS stortte in laatste ronde ineen (1954). De overvloed aan knipsels lijkt vrij volledig. Datum onbekend, maar de negende plaats van Jan in de “Grote Dagblad Het Centrum Prijs”, een kleine Tour de France over 165 ronden op baan met omlijsting door Barend Barendse, spreekt boekdelen (pro memorie: 1e plaats finale bijprogramma P. Post A’dam). Soms is het knipsel cryptisch en tot de verbeelding sprekend. Op een schriftvel met 16 andere berichten zonder titel, vermelding of datum: Liefst 25 renners kwamen vrijwel tegelijk boven op de lastigste berg, de Muur van Geraardsbergen. Daarbij waren de Nederlanders (…) en Bredius. (…) Rusman profiteerde tenslotte handig van de rivaliteit tussen de Belgen, die elkaar de zege niet gunden. De Haarlemmer liep bijna een halve minuut uit en behaalde zo de mooiste overwinning uit zijn loopbaan. Bredius werd 37ste. Of alleen deze zinnen uitgeknipt en opgeplakt in het schrift:  J. Bredius 31e (deze had zijn rijwiel afgestaan aan Kooyman die beter geklasseerd pech kreeg. Bravo Jan!). 

Maar terwijl het verhaal in mijn hoofd al een andere kant op gaat, is daar dan toch een overwinning op de fiets. Wanneer weten we niet, dat is weggeknipt, wel waar. In het bericht “Wielerresultaten Utrechtse stadion” lezen wij weggestopt tussen andere uitslagen in een artikel de zin Wedstrijd achter handelsmotoren over drie manches, respectievelijk 15, 15 en 20 km: eerste manche: 1. Bredius tijd 15 minuten en 8.8 seconden. De tweede en derde manche en dus ook de eindzege zijn voor Bredius. We vinden niet veel later nog een knipsel met een eerste plaats in een stayersmanche, maar waar en wanneer dat was, staat niet in het uitgeknipte bericht. En zondag 22 juli 1956 op het circuit Nijverheidsweg (waarschijnlijk in Utrecht):  J. Bredius wint fraai achter handelsmotoren. Jan Bredius is dus wel degelijk “meermalen winnaar amateurwedstrijden”. Weliswaar in ieder geval van drie “wielerwedstrijden met motorgangmaking”, maar de eer van de straatnaamcommissie Diemen is gered. Laat de gemeente nu ook nog een paar bomen planten om er echt een laan van te maken.

We nemen afscheid van de weduwe Bredius. In de gang naar de voordeur stopt ze even.

“Dit was zijn werkkamer, wil je die even zien?”

We gaan naar binnen. De weduwe Bredius wijst op een witte klerenkast.

“Daar bovenop staat zijn urn, zit zijn as in. Zie je die lauwerkrans die er op ligt? Die mag je best effe pakken hoor. Lees maar wat er op staat, was ie heel trots op.”

Ronde van Wormerveer 9-4-1950 J. Bredius.

Toch triomfator in een wegwedstrijd, vlakbij Krommenie.

Wij gedenken Jan Bredius vanachter de snijbonen uit de tuin van zijn broer. Het was me er ééntje.

 

 

Met dank aan Mirjam Tuithof (KNWU), Richard Bosman en Jan Dick de Kort (gemeente Diemen), George en Martha Bredius en mw. J.G. Bredius.

Erwin van de Pol

Erwin van de Pol (1957) fietst afwisselend door Amsterdam en op Schouwen-Duiveland op fietsen die je niet op slot hoeft te zetten. Bezoekt voorjaarsklassiekers voor de sfeer. Schrijft verhalen en blogt voor Hard gras. Is columnist van M&C en heeft geschreven voor o.a. Panenka, het Parool, de Volkskrant, Trouw, de Groene.

Latest posts by Erwin van de Pol (see all)