Valpartij. Belkin. Rugnummer 1.

By |donderdag 19 juni 2014|

De Ster ZLM toer was afgelopen donderdag bij mij in de buurt. Jetse Bol startte met nummer 1 en ik had nog een ritje tegoed van ploegleider Michiel Elijzen. Appeltje eitje! Nu is de etappe Ruchpen – Sint Willibrord niet de meest spannende: 2374 keer linksaf en dan sprinten. De Ster ZLM toer is een wedstrijd zonder oortjes, dus veel ploegleidertje spelen was er ook al niet bij. Toch werd het een enerverende dag. Allereerst als een kind zo blij wanneer je eens in een echte ploegleidersauto mag zitten. Veel apparatuur (waarom geen bluetooth-oortjes?), materieel, technieker Tim en afgunstige blikken van omstanders. Mij wordt verteld wat ik al verwacht: saaie rit, af en toe bidonnetje en hopen dat Bos mee kan doen voor de punten. Zo rijden we de parkeerplaats af en sluiten aan in de karavaan achter het peloton. De tourradio braakt wat klassementen uit en vertelt welke hoge pief in welke gastenwagen zit. Twee concurrerende timmerbedrijven uit het dorp in één auto? Is dat verstandig? Het obligate praatje wordt onderbroken door de melding van een valpartij. De bolletjestrui ligt op het asfalt. In de auto wordt er stoïcijns op gereageerd: geen Belkinrenner dus niet boeiend. We passeren de renners die inmiddels weer op fiets zitten. Elijzen vraagt mij of ik iets weet over de route. Het ligt in mijn achtertuin, dus ik kan vertellen dat het rondje weinig houvast geeft voor spektakel. Veel draaien en keren op niet al te brede wegen. Soms open, vaker beschut en vandaag weinig wind. Fantastisch fietsgebied voor de fietstoerist dus. Met eigen ogen zie ik nu ook wat Elijzen opmerkt: wat voor de eenzame fietser verrukkelijk is, is voor een nerveus peloton eigenlijk niet te doen.

Weer een valpartij. Nu mét een Belkinrenner. Jetse Bol. Als wagen nummer 7 zijn we zo op de plek des onheils. Een geknakt voorwiel, een halfnaakte Jetse Bol en behoorlijk wat bloed. Eerste prioriteit is de renner weer op de fiets te zetten en hem vaart te geven. Pas als we hem teruggebracht hebben tot aan de staart van het peloton komt de vraag of het gaat. Het gaat. Eén vinger is flink beschadigd, voor de rest enkel oppervlakkige schaafwonden. Bol gaat zich bij de jury beklagen over de veroorzaker van zijn valpartij. Komt nadien nog even langs de auto met de opmerking dat het toch wel wat bloedt. Jetse wordt naar de dokter gedirigeerd. Verbandje er omheen en gas erop. Niet veel later Jetse weer aan de auto. Dat de adrenaline van de valpartij nu wel is uitgewerkt en dat het toch wel wat pijn doet. De linkerkant van de auto krijgt het aanzien van een plaats delict (bloedbad). Nog maar even naar de dokter voor een pijnstiller. We zakken weer af naar plaats 7. De dokter komt langszij. De vinger van Jetse moet gehecht worden. We scheuren terug naar de staart van het peloton en manen Bol tot stoppen. Het hechten duurt een minuutje of 5. Jetse krijgt een nieuw shirt aan en met 90 op de teller duwen we hem naar de staart van het peloton. Ik durf niet te kijken zo hard gaat het. Aanhangen aan de brommer vond ik vroeger al een heel gedoe, laat staan met 90 aan een auto zo breed als de weg. Juist voordat we achter aansluiten bij de colonne komt de jurymotor langszij. Dat aanhangen mag niet. Stayeren wordt oogluikend toegestaan. O ja, dat hij rugnummers op moet.

 

Dat laatste is erover volgens Elijzen. We halen de stoet ploegleidersauto’s in op zoek naar de wagen van de hoogste commissaris. Een of andere UCI-bobo met genoeg lakens om uit te delen hoort het relaas van Elijzen aan. Kaderplaatje, transponder, het ongeluk, de verdoemenis, de heropstanding en meer: niets helpt. Meneer wil dat alle renners met een rugnummer rondfietsen. Geen meelij voor de renner die nadat hij gehecht is toch nog opstapt en ruim 10 minuten vol heeft moeten achtervolgen. De meneer met minstens 20 kilo te veel aan ervaring gunt ons wel de mogelijkheid om langszij het peloton te gaan rijden om aldaar een rugnummer in of op de rug van Jetse te spelden. Het lukt wonderwel. Niet veel later blijkt het vergeefse moeite. Het is voor Jetse niet te harden op de fiets en hij wil afstappen. “Rij even tot aan de finish, daar staat de bus,” is het advies aan Bol. Jetse stemt toe. “Dat is nog ongeveer 40 kilometer met 42 à 43 per uur. Dat fiets ik wanneer ik topfit ben niet eens”, denk ik bij mezelf. Kort daarop zien we Jetse afstappen bij een Belkin-gastenwagen die toevallig dat punt gekozen heeft om de gasten een doorkomst te laten meemaken. Ik vind het fijn voor Jetse dat hij niet nog tot aan de finish hoeft te lijden.

Later horen we dat hij naar het ziekenhuis in Veldhoven is gebracht voor nieuwe hechtingen en eventueel een foto. Ik vind renners die na een valpartij mét erg weer opstappen geen helden. Eerder onverstandig of zelfs dom. Nu ik het een keer van dichtbij meemaak ben ik niet van mening veranderd. Ik zie wel in dat in de chaos en door adrenaline het opstappen en pas later inventariseren van de schade de meest efficiënte manier van handelen is. Mits de renner nog zelfstandig op zijn fiets kan kruipen.

We zijn een uur onderweg. Pas 12 bijna-ongelukken en een klein beetje blikschade later. Ik moet niet zeuren, vindt Elijzen. Hij heeft nog geen bijna-ongeluk gezien deze dag. Ons is nog geen rust gegund want er zijn problemen met de derailleur van de fiets van Theo Bos. We halen voor de zoveelste keer de auto’s voor ons in met 2 bandjes in het gras. Na een korte inspectie moet hij het er maar mee doen. Terug in de rij. Ketting eraf bij Bos. Fietswissel gevraagd. We halen voor de zoveelste keer + 1 de auto’s voor ons in met 2 bandjes in het gras. Bos wordt samen met een ploeggenoot achter de auto teruggebracht naar het peloton. Terug in de rij. Stuur van Bos staat scheef. Trappers te los en meer problemen voor fijnproevers. Tim de mechanieker stelt voor de derailleur van de fiets van Jetse op die van Bos te zetten die net gewisseld is en nu op het dak staat. We rijden tot aan de bus vlak na de finish en binnen no-time zet Tim de derailleurs van fiets op fiets. De fiets van Bol blijft uitgekleed achter. Niet meer nodig. Normaal verkeer heeft inmiddels bezit genomen van de weg terwijl wij terug naar de staart van de koers moeten. Waar ploegleiders gewend zijn ingehaald te worden op de meest vreemde plekken en strak rechts rijden is het nu wat ingewikkelder slalommen. Druk claxonnerend schieten we geen meter op. Her en der worden verkeersregels wat ruimer geïnterpreteerd dan wenselijk. Met drie paar ogen zoeken we naar gaatjes in het verkeer en als er een gat valt gaat het gas er vol op. Als we in een bebouwde kom druk verkeer inrijden tip ik Elijzen een weggetje binnendoor. Nu ben ik niet bepaald een erkend postduif voor wat betreft het richtingsgevoel maar hij gokt het erop. We komen kort voor de doorkomst van de wedstrijd uit en stoppen langs de kant van de weg om daar Bos zijn oude nieuwe fiets aan te reiken.

We zijn anderhalf uur onderweg. Hoezo geen spannende etappe? Ik bedenk mij dat voor de buitenstaander de hectiek niet meer is dan twee regels in het verslag. Bol afgestapt en Bos fietswissel.

Nog 100 km rondjes draaien om Ruchpen heen. Alleen vlak voor de finale komen wat renners even langszij voor een kort gesprek over de te volgen tactiek. Die is en blijft simpel. Niet meerijden tot kort voor de finish en Bos afzetten voor de sprint. 3 kilometer voor de meet geeft de wedstrijdradio aan dat Belkin het tempo opvoert. De spanning in onze auto is heel even te snijden totdat blijkt dat Giant-Shimano nu op kop sleurt en Kittel lanceert. Kittel wint. Bos wordt teleurstellend 13de.

Mijn gedachten zijn bij Jetse Bol. Die jongen krijgt begin deze week te horen dat Belkin stopt als sponsor. Ben je net in Spanje gaan wonen om je carrière een impuls te geven, krijg je die onzekerheid weer. Stapt toch vol goede moed – met nog wat rugklachten van zijn val in de Giro – op voor een op het oog eenvoudige etappe rondom Willibrord en nog voordat de winnaar van de dag op het hoogste treetje de bloemen in ontvangst neemt, zit hij reeds in een deprimerend ziekenhuis met uitzicht op een helse nacht.

Ik geef het je te doen.

Hup Jetse!

bolbloed

Bloed aan de band (vrij naar “bloed aan de paal”)

Met veel dank aan de Ster ZLM Toer voor de persaccreditatie en Team Belkin, met name Michiel Elijzen, voor een fantastische ervaring!

Bas Van Eijk

Bas Van Eijk

Bas van Eijk werkt thuis en ziet daarom alles van de Tour. En de rest van de wielerkalender. Werkt soms vanaf de Wahoo Kickr in Zwift.
Bas Van Eijk

Related Post

5 Comments

  1. Petra huijsmans 19/06/2014 at 23:44 - Reply

    Voor fotos Jetse BoL Vlak na de valparty en het duwen aan de auto.. Petra huijsmans fotografie. Ik heb mocht er interesse zijn

    • Bas van Eijk 19/06/2014 at 23:56 - Reply

      Interesse is er zeker, we hebben alleen geen cent te makken en kunnen alleen evt. bronvermelding bieden bij plaatsing.

  2. Stalen Bert 20/06/2014 at 08:22 - Reply

    Goed verhaal. Samenvatting van 1 zin lijk ongepast maar oh zo waar. Mooi tipje van het leven van een wielrenner!

  3. Vincent 20/06/2014 at 09:58 - Reply

    En om niet alleen te mopperen :-)
    Fijn verslag! Leuk!

Geef een reactie