Matt DecanioMatt DeCanio (5 april 1977)

Iedere zomerse zondag komt op de parkeerplaats van Macy’s bij Aventura Mall een groepje van ongeveer dertig mannen van uiteenlopende leeftijden bij elkaar. Samen fietsen die mannen naar Key Biscane en terug. Er zijn bouwvakkers bij, urologen en studenten. Allemaal willen ze zich eens per week een echte renner voelen, eventjes maar.
Op een hete augustuszondag sluit zich een nieuwe jongen aan. Een magere, ja, bijna miezerige kerel is het, zonder shirt, met een bovenlichaam vol tatoeages en met een fiets die er zo goedkoop uitziet dat de mannen van de zondagmiddaggroep opzet vermoeden.

Een helm heeft de nieuwe ook al niet.

Helmloos fietsen, een doodzonde bij de zondagmiddagfietsers.

Matt DeCanio’s liefde voor de fiets dateert van zijn jongste jeugd, toen hij een jongen op een BMX zag onder zijn jongenskamer voorbij zag racen. Hij kan zich het moment nog zó voor de geest halen.

In één klap verliefd.

Op zijn eerste mountainbiketraining verschijnt hij in een voetbalbroekje. Zijn vriend Alex moet hem er in volle beklimming aan herinneren dat zijn fiets versnellingen heeft die hij kan gebruiken om zijn benen te ontzien.

De trainer van zijn clubje heet Ruth. Zij ziet het bijna onmiddellijk: die jongen in dat voetbalbroekje is een ‘natural’, met een lichaam dat grenst aan wat de wetenschap voor mogelijk houdt.

Ruth is Ruth Stornetta, professor aan de University of Virginia. Op haar aanraden onderwerpt Matt zich aan een serie fysieke tests. De uitkomsten laten aan duidelijkheid niets te wensen over: Matt DeCanio bezit een uithoudingsvermogen dat volkomen uniek is in zijn soort.

Ruth laat hem aan de belangrijkste nationale wedstrijden meedoen, maar succes levert het nog niet op: wanneer Matt in de laatste ronde van het Amerikaans jeugdkampioenschap uitzicht heeft op een medaille, neemt hij een verkeerde bocht.

Een fysiek van zijn formaat laat zich echter niet temmen door een enkele bocht en al snel groeit DeCanio uit tot een van de

Style past want no give www.geneticfairness.org I side, and better nails did at.

meest beloftevolle junioren van de Verenigde Staten.

School en sociaal leven zijn al snel nog slechts onaangename afleidingen in een wereld die wordt geregeerd door de monomanie van de fiets. Grote successen kunnen dan ook niet uitblijven: Matt wordt Amerikaans tijdritkampioen en neemt een jaar later deel aan de Wereldkampioenschappen in Lugano. Hij eindigt er 17e en eerste Amerikaan.

Verbaasd kijkt hij naar het Zwitserse asfalt, waar cynische wielerfans spuiten op hebben geschilderd, vergezeld van de aanmoediging ‘Vai EPO!’

Het is de eerste keer dat Matt DeCanio begint te begrijpen dat wielrennen en dope een ingewikkeld huwelijk hebben gesloten.

In 1997 vertrekt hij naar Europa, naar Toscane, daar waar de grote kampioenen worden gevormd. Hij gaat er fietsen voor de GS Filati Alessandro, een team dat bekendstaat om zijn grondige begeleiding van de jeugd. Wanneer hij zich voor het eerst bij de ploeg meldt, denkt hij dat hij verzeild geraakt is in een kraakpand vol verslaafden: de naalden liggen werkelijk overal. Zo zijn dus kennelijk de manieren hier, denkt Matt.

DeCanio geniet van de trainingen, van de natuur, van het met teammaats op de Toscaanse terrassen zitten terwijl ze espresso drinken en naar mooie meisjes fluiten.
Eenmaal van de fiets is de lol er gauw af. De ploegleider van GS Filati dwingt zijn renners zich te doperen, ze krijgen korting bij een bevriende apotheker.

Matt weigert vriendelijk maar beslist.

Dan nog wel.

Een jaar later keert hij Toscane de rug toe. Zonder doping heeft hij in Europa niets te zoeken. Hij keert terug naar Amerika, schrijft zich in op de universiteit en gaat filosofie en religie studeren. Het is het najaar van 1998 en Matt DeCanio is geen wielrenner meer.

Een paar maanden later begint hij weer te fietsen, voor het universiteitsteam dit keer De fiets is sterker dan zijn goede voornemens, hij kan het eenvoudig niet laten.

In 1999 keert hij alweer terug naar Europa, om er te gaan fietsen voor het vegetarische Linda McCartney-team. En met het Europese wielrennen keert ook de dope terug in Matts leven, en ook dit keer verzet hij. EPO is in die jaren echter niet iets waar je voor kunt kiezen, het is een minimumvoorwaarde om mee te doen.

Het gaat bijna altijd en overal te snel voor Matt. Hij keert terug naar Amerika, waar hij gaat rijden voor Saturn. Pas dan valt het verschil hem op: overzee rijden ze gewoon vijftien kilometer per uur sneller.

Terug in Amerika behaalt hij zijn grootste overwinning uit zijn carrière. Clean, tenminste, dat zal hij altijd volhouden. Op de gruwelijk steile slotklim naar Mont Megantic verslaat hij het Australische supertalent Michael Rogers in een direct duel. Wie naar De Canio’s homepage surft, krijgt tot op de dag van vandaag een verslag van die etappe te zien.

Aan het begin van het nieuwe millennium besluit Matt niet langer U kunt natuurlijk wel winnen, wanneer iedereen zou verliezen dan zou er niemand meer naar een casino online gaan en zouden ze door de hoge kosten alsnog failliet gaan. roomser dan de paus te willen zijn en gaat overstag. Die beslissing valt samen met de komst van een nieuwe renner in zijn ploeg: David Clinger.

Matt en David trekken vanaf het begin veel met elkaar op. Aan het eind van 2002 verhuizen ze zelfs samen naar Los Angeles. Al snel wordt huize Clinger-DeCanio een plaats van verderf en verval: er wordt hasj gerookt, er zijn feestjes en getraind wordt er nauwelijks nog. Als de dagen onverhoopt toch nog saai blijven, bestelt Clinger een paar prostituees.
Matt glijdt ondertussen steeds verder af. Het bedrog van het epo-gebruik valt hem zwaar. Ook als de dope hem zich goed laat voelen, rijdt hij als een krant. Bewust, omdat hij onder geen beding wil winnen.

Steeds vaker verdooft hij de gedachte aan zijn oplichterij met alcohol. De dope brengt hem nauwelijks successen, maar wel periodes van diepe depressie.

Ter afleiding richt hij in 2003 een website op, Stolenunderground.com. Stolen Underground, zo moet de wielerkledinglijn gaan heten die hij voor ogen heeft. Die kledinglijn komt er niet, de website wordt meer en meer een openbaar dagboek waarin hij geruchten over dopinggebruik in het Amerikaanse peloton met zijn lezers deelt. Bijna vijftien renners krijgen op zijn site met naam en toenaam een veeg uit Matts pan.

Stolenunderground.com dreigt een kuil te worden waar de beheerder vroeg of laat in zal vallen. DeCanio verbreekt niet slechts de zwijgplicht van het peloton, nee, nietsontziend vernietigt hij dat waarvan hij vindt dat het vernietigd moet worden. Het is slechts wachten op de onvermijdelijke harikiri.

Een jaar later is het zover: in een impuls schrijft Matt een betoog, “How to Deal with the Problem of Doping”. En passant geeft hij het onvermijdelijke toe: ja, hij heeft zelf geslikt. Hij ook ja. Nooit zal hij nog fietsen, hij belooft het.

Nauwelijks een jaar later stapt hij weer op de fiets wanneer hij een contract aangeboden krijgt bij het Ofoto/Sierra Nevada-team. De ploegleiding vraagt hem per mail zijn expliciete website uit de lucht te halen, om negatieve publiciteit rond het team te voorkomen.
Matt antwoordt: ‘I am going to make this team shine like a diamond in P. Diddy’s ear. If I ever feel that the team is going to lose a sponsor because of me, or our team is negatively affected (sic), I will retire.’

Manager Robin Zellner leest de mail van zijn nieuwste aanwinst, herleest hem en vraagt zich af of hij nu moet lachen of huilen. Eigenlijk heeft hij nu al spijt van DeCanio’s komst. Hij wil de mail forwarden aan zijn collega’s, maar in de verwarring stuurt hij zijn reactie per ongeluk rechtstreeks naar zijn renner: ‘Dude, DeCanio is nuts! I am over him already! He needs to go!’

De volgende dag verschijnt Zellners ‘antwoord’ prominent op Mattdecanio.com.

Als hij alsnog wordt geschorst voor zijn dopinggebruik van jaren eerder, gaat Matt werken bij een BMW-dealer op Biscayne Boulevard. Lang houdt hij het er niet uit. Matt DeCanio houdt het nergens echt lang uit. Daar is hij te eerlijk voor. In een interview zegt hij: ‘Ik ben een outlaw. Ik ben als Vin Diesel in XXX.’

In 2008 komt hij nog één keer in het nieuws wanneer hij in zijn dopingkruistocht de opname van een privé-telefoongesprek op zijn websites zet. Zijn haat tegen alles wat met doping te maken begint in deze periode kenmerken van een obsessie te vertonen.

Het telefoontje gaat tussen hem en Suzanne Sonye, masseuse bij Rock Racing. Sonye vertelt Matt hoe een van de renners – Kayle Leogrande – dopinggebruik aan haar heeft bekend.

Leogrande klaagt DeCanio aan wegens smaad, maar zal later toch schuld bekennen.

Matt DeCanio’s online kruistocht duurt voort tot de dag van vandaag. Hij voert zijn gevecht het liefst alleen; hij is een outlaw.

Frank Heinen