‘He was a hero. Few believed the nasty rumours about him. After all, surely a man who did so much for charity had to be good. But a year after he left the public stage, he was exposed.’

Zo begint de bekende Brits-Nederlandse columnist Simon Kuper op 22 oktober 2012 zijn column in de Financial Times. Een column over twee mannen die ooit wielrenner waren. De inleiding slaat op allebei. De een staat op het punt uit de geschiedenisboeken te worden gegumd. Zeven Tours zullen voortaan winnaarloos door het leven moeten. Het bewijs is overweldigend. Het enige wat nog ontbreekt om de val compleet te maken, is een bekentenis in een speciale tv-uitzending van ’s werelds grootste talkshowhost. Die bekentenis zal de bodem zijn, het einde van een decennium van leugens.

De ander is dan precies een jaar dood.

*

Jimmy Savile stierf in het najaar van 2011 als een belangrijke Brit. Een beroemdheid. Iedereen kende hem, en hij kende iedereen, tot Blair en Thatcher en de koningin aan toe. Bijna vijftig jaar was hij de nationale troetelzot. Met zijn witte haar en zijn trainingspakken in psychedelische kleurcombinaties leek hij meer op een figuur uit een macaber mediasprookje dan op een normaal mens. Een columnist omschreef hem eens als Woody Allen die in een tekenfilm is beland. Leeftijdsloos, awkward. Repelsteeltje met een sigaar. Een verzinsel van Lewis Carroll. Toch was hij niet alleen maar vreemdsoortig: hij was misschien wel Engelands beroemdste televisiepresentator, vanaf 1963 al de spreekstalmeester van Top of the Pops en als leading man in de naar hem genoemde show Jim’ll fix it (catchphrase: ‘Howzabout that then?!’), waarin hij de wensen van kinderen vervulde. Dat laatste programma duurde bijna twintig jaar; op het hoogtepunt van de show ontving de redactie twintigduizend kinderbrieven per week. Voor meerdere generaties in Groot-Brittannië is Jimmy Savile nog altijd degene die in staat was dromen te verwezenlijken. Hij, en God.

Midden jaren negentig was hij een van de bekende Britten die door Louis Theroux werd geportretteerd in diens BBC-documentairereeks ‘When Louis met…’ Ik heb die aflevering vaak opnieuw bekeken, nog voor ik over Jimmy Savile wist wat iedereen nu weet. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Niet van hem, en niet van Theroux die zijn onderwerp voortdurend en tevergeefs in zijn vingers probeerde te krijgen. Die aflevering is een soort drie kwartier durende bokspartij. Theroux mept en mept en Savile duikt steeds weer even soepel aan de kant.

‘Waarom doe je je veters niet vast?’

‘Niemand heeft me ooit een goede reden gegeven om dat te doen.’

‘Omdat je er over kunt vallen.’

‘Zijn ze te kort voor. Next!’

Savile beantwoordt geen vragen. Hij praat er doorheen, negeert ze of gebruikt ze als aanleiding om iets heel anders te zeggen. Vrijwel alles wat hij zegt, lijkt totaal absurd, of toch op z’n minst niet helemaal waar. En Theroux die het steeds maar opnieuw blijft proberen.

Na Theroux zouden nog tientallen journalisten, presentatoren, interviewers en schrijvers zich over Savile buigen. Soms letterlijk. Ze wilden weten wat waar was en wat gefabuleerd, en als alles gelogen was, wat er dan eigenlijk wel waar was. Geen van hen slaagde daar in zolang Savile leefde. Na zijn dood bleek zijn leven een groot rookgordijn, bedoeld om de werkelijkheid te verhullen. Niet uit desinteresse, maar uit angst.

Maar weinig van wat Jimmy Savile bij leven vertelde, was waar. Ook over zijn sportieve prestaties loog hij het behang van de muren. Wat wel echt was, was zijn liefde voor de fiets. Als ongewenst jongste kind in een gezin van negen groeide hij op in het Leeds van voor de oorlog. Jimmy was een ziekelijk kind, dat al op jonge leeftijd bijna dood was. Zijn moeder Agnes, bij wie hij tot haar dood zou blijven wonen en die hij The Duchess (De Gravin) noemde, schonk hem een fiets. Zo kon hij wat aansterken.

Het zou nog jaren duren voor hij zich echt fanatiek op de fiets zou storten. Dat gebeurde pas na de oorlog, toen hij bijna omkwam bij een ontploffing in de mijn waar hij toen werkte. Weer moest hij revalideren, en weer nam hij zijn toevlucht tot de fiets.

De eerste keer dat heel Engeland Jimmy Savile zag, was in 1949. In de film A boy, a girl and a bike, een romantische film tegen de achtergrond van de opkomst van de wielersport, die in het hele land in de bioscopen draaide, was hij een van de fietsende figuranten. Voor de opnames ontving hij acht pond per week. Mooi meegenomen, want Jimmy had geen werk. Hij fietste vooral, vertelde iedereen over de marathontochten die hij maakte op zijn eerste racefiets, een prijzig Oscar Egg-frame, vernoemd naar een van de eerste wereldrecordhouders. Hij was vooral een liefhebber van wat hij de brown stuff noemde. Dat waren de heuvels in het noorden, bruin van kleur op de landkaart waarop hij zijn routes uitstippelde.

Langzaam maar zeker belandde Jimmy Savile in de wereld van het Britse wielrennen. Iedereen daar noemde hem Oscar, naar zijn fiets. Hij wilde dolgraag een groot coureur worden, maar het ontbrak hem aan ernst. Meer nog dan met trainen was hij tijd kwijt met zijn uiterlijk. Bij iedere koers – hij reed er zo’n driehonderd – zag hij er piekfijn uit. Soms als een lord, in smoking, dan weer als een piraat, maar nooit onopvallend.

Het was niet zo dat het Jimmy Savile volkomen aan talent ontbrak. In zijn eerste jaar als amateur werd hij bijvoorbeeld tweede in Edinburgh – Newcastle, een zware eendagskoers. En een jaar later stond hij al aan de start van de belangrijkste wedstrijd op het eiland: de Tour of Britain.

Op de ochtend van 15 augustus 1951 stonden in Hyde Park in Londen 49 renners aan de start, verdeeld over dertien teams. De deelnemers zouden in veertien dagen twaalf etappes afleggen, alvorens weer in Londen te finishen. Het prijzengeld voor de winnaar bedroeg 1.000 euro. Onder de starters: Jimmy Savile, als lid van het sterke, vierkoppige Yorkshire-team. Rugnummer 48.

De eerste rit was nog maar nauwelijks op streek of rugnummer 48 was al gedemarreerd. Zomaar, opeens. Die aanval droeg niet ver, maar het leverde hem de volgende dag wel een voorpagina op. De Daily Express plaatste een foto van Savile met sigaar, plus de kop: ‘Oscar The Duke rides in the Tour’.

De finish van de Tour of Britain zou Jimmy Savile nooit halen. Althans: niet op de fiets. Al na een paar ritten had hij er de brui aan gegeven, zogenaamd omdat hij de ferry had gemist die de renners naar de startplaats zou voeren. Ook dat verhaal, waar of niet, stond de volgende dag groot in de Daily Express. De rest van de wedstrijd liet Jimmy zich door de organisatie inhuren om de aankomsten van de ritten van commentaar te voorzien. Het moet de eerste keer zijn dat hij begreep hoe je de aandacht voortdurend op jezelf gevestigd kan houden.

Zijn collega-coureurs waardeerden het misschien niet allemaal, maar de journalisten en de mensen langs de kant smulden ervan.

Altijd verrassend uit de hoek komen, daar gaat het om.

Saviles wielerloopbaan liep al vlug spaak. Soms, als er een wielerwedstrijd in de buurt passeerde, ging hij langs het parkoers staan, zodat alle toeschouwers naar hem keken in plaats van naar de renners. Fietsen deed hij alleen nog binnenshuis, op een hometrainer.

Een paar jaar na die Tour of Britain al baatte hij verschillende discotheken uit in Noord-Engeland, de zogenaamde Mecca-dancehalls. Zo belandde hij in de wereld van de showbizz, van de popmuziek, de sigaren en de mooie meisjes. Verkering had hij echter nooit. Hoe zeer zijn roem (en daarmee zijn aantrekkingskracht) ook groeide, Jimmy bleef trouw aan The Duchess. In interviews suggereerde hij soms dat hij zijn leven lang maagd bleef, terwijl hij aan Theroux een caravan in zijn enorme tuin toonde, bedoeld om met vriendinnetjes in te overnachten.

Naarmate hij ouder werd, werd Savile van aankondiger van acts zelf een act. Hij leidde een Spartaans leven (al liet hij zich dan rijden in een Rolls Royce en droeg hij de opzichtigste juwelen), rookte sigaren van meters lang. Toen Theroux hem bezocht, midden jaren negentig, droeg hij een week lang hetzelfde paarse, verwassen trainingspak. Het briewitte haar golfde over zijn schouders en zijn ogen gingen half verborgen achter een goedkope bril met blauwe glazen. Om zijn nek hing een ketting die wel uit de 1-eurowinkel moest komen. In die reportage kon de kijker hem volgen in zijn werkzame leven. Het bleek het leven van de B-artiest: een celebrity cruise, een bezoekje aan een van de vele door hem gesteunde goede doelen en veel gepraat over vroeger.

Hij zei: ‘Niemand weet of ik een gek ben. Alleen ik weet dat. En ik ben geen gek.’

Het was goed dat hij het er even bij zei, want Savile maakte in dat programma namelijk de indruk compleet knetter geworden te zijn.

Op 30 juli 2012, de zomer na Jimmy Saviles dood, werd zijn complete fietsenverzameling geveild. Er zat een prachtige paarse Raleigh bij, een felrode toerfiets, twee Viking-koersfietsen en de schitterende turkooizen Oscar Egg-fiets waarop hij ruim zestig jaar eerder de Tour of Britain had gereden. Het kaderplaatje, 48, zat er nog op.

De fiets bracht 2.400 pond op.

[Tekst loopt door onder de afbeelding]

Twee maanden later brak het beeld van de Wily Wonka-achtige weldoener in duizend scherven. De Britse zender ITV zond een documentaire uit, Exposed – The Other Side of Jimmy Savile. Na jaren van geruchten en hele en halve waarheden, van wegmoffelen en glimlachen werd nu voor eens en voor altijd duidelijk wie Savile werkelijk was.

Een verkrachter.

Een pedofiel.

Een mishandelaar.

Een leugenaar.

Een gek.

Tientallen jaren bleek Savile als een maniak door Engeland te zijn geraasd. Hij misbruikte meisjes en vrouwen, in tv-studio’s, taxi’s, jeugdgevangenissen, inrichtingen en kinderziekenhuizen. Minstens duizend verschillende slachtoffers. De term ‘roofdier’ keerde steeds terug, net als de zin: ‘Hij had nooit een dag rust.’

Binnen drie kwartier was er van de mythe van Jimmy Savile niets meer over. Er was een ander, harder verhaal voor in de plaats gekomen.

Het onderzoek naar Saviles praktijken en de cultuur van seksuele gekte binnen de BBC nam jaren in beslag. Meerdere coryfeeën uit de omroepgeschiedenis gingen al voor de bijl. Saviles chauffeur werd dood gevonden toen hij moest getuigen in de rechtbank en Louis Theroux maakte een nieuwe documentaire over de man die hij na die vreemdsoortige bokswedstrijd ‘een vriend’ was gaan noemen.

Straten die naar hem werden vernoemd, moesten zo snel mogelijk worden hernoemd.

*

In het online archief van de Britse wielerbond is een lijst te vinden van alle deelnemers aan de Tour of Britain 1951. Onder de ‘s’ vinden we de naam van ‘Oscar Savile’. Er staat een foto bij. Een vroegoude jongen. Hij moet op die foto 24 zijn, maar je zou ‘m ook vijftig kunnen geven. Het donkere haar is strak naar achter gekamd.

‘He was a hero. Few believed the nasty rumours about him. After all surely a man who did so much for charity had to be good. But a year after he left the public stage, he was exposed.’

 

Frank Heinen

Frank Heinen (1985). Neerlandicus. Schrijft voor: HP/De Tijd, De Muur, Hard Gras, 8weekly, Spits, de Volkskrant, Hetiskoers, Nieuwe Revu, nrc.next en wie maar wil. Won: Hard Gras Prijs 2009. Auteur van 'Uit Koers'. Speelt: zaalvoetbal, squash. Supportert voor: renners die fijne verhalen opleveren en vervolgens vergeten worden.


Auteur van (of meegewerkt aan):

Latest posts by Frank Heinen (see all)