Niemand weet waar Joey McLoughlin gebleven is. Niemand weet of hij nog leeft, of hij zich misschien intussen Joe noemt.

Joey McLoughlin heeft zichzelf uit de wielergeschiedenis gewist met de ernst van een bedrogen geliefde. Maar waarom eigenlijk?

Jongste zonen worden verwend.

Joey McLoughlin werd geboren als jongste zoon in een gezin met zeven kinderen, maar van verwennen kan geen sprake zijn: de familie McLoughlin woont in Cantril Farm, een woonproject onder de giftige dampen van Liverpool, een wijk waar werkloosheid en criminaliteit als mos over de goede bedoelingen van de inwoners woekert.

Cantril Farm is zo’n wijk die ieder stadsbestuur het liefst vandaag nog van een likje verf en een boel hoop zou geven, een wijk waar het goede en het slechte pad soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden zijn.

In zo’n buurt wordt Joey McLoughlin volwassen, terwijl hij droomt van een villa en een grote Mercedes. En terwijl iedereen om hem heen voetbalt, wordt Joey verliefd op de fiets. Geen verstandig mens gaat in de jaren zeventig in Engeland op een koersfiets zitten, niemand, behalve zij die het wel doen.

In dat land der blinden is Joey McLoughlin al snel een koning. Leuke jongen, knappe jongen ook. Iedereen wil in die jaren wel Joey McLoughlin zijn. Met de Britse selectie toert hij over de wereld en hij maakt indruk: hij is snel aan de finish, sterk op korte heuvels en heeft het uithoudingsvermogen van een oude Volvo die altijd binnen heeft gestaan.

Daarbij komt: tegelijk met Joey McLoughlins eerste wedstrijden als wielerprof, begrijpt de commerciële tv-zender Channel 4 dat er met het uitzenden van wielerwedstrijden geld te verdienen valt. Samen met ontbijtgranengigant Kellogg’s zet de zender een heuse tour op, een Brits criteriumcircuit, met korte wedstrijdjes in en om bekende steden, waarin internationaal bekende renners het publiek moeten trekken en lokale helden voor het vuur moeten zorgen.

Veel van die wedstrijden worden live uitgezonden, en Joey McLoughlin wordt er groot mee: het korte, explosieve werk is hem op z’n lijf geschreven en in Cork laat hij Stephen Roche z’n hielen zien. Joey valt op en mag bij ANC het ook eens proberen in grotemensenwedstrijden.

Van zijn eerste salaris koopt hij een Mercedes 190, een rode.

Een jaar later wordt hij zelfs vierde in de Amstel Gold Race en wint hij de Milk Race, Engelands belangrijkste etappekoers. Wanneer hij terugkeert in Cantril Farm, staan er lange tafels door de hele straat en liggen de eerste lappen vlees al op de barbecue.

Ja, Joey McLoughlin is geworden wat hij wilde zijn.

Nu is het zaak om het te blijven. Dat lukt niet.

In 1987 zal ANC debuteren in de Tour. Zonder Joey, van wie men hoopte dat hij definitief zou gaan doorbreken. Hij komt er niet eens aan de start: geblesseerd aan zijn knie. Een probleem dat hem in de jaren erna nog vaak zal bezoeken. Nooit fietst hij nog zonder pijn.

Tenminste, dat zegt hij.

(Jaren later zullen oud-ploegmaats zich hardop afvragen of er ooit zoiets is geweest als een chronisch knieprobleem. Artsen hebben nooit iets kunnen vinden. Ze wijzen op Joeys faalangst de vrees om af te gaan die zich in z’n gewricht genesteld had.)

Wanneer hij weer graaft naar excuses voor langdurig falen, kun je het horen: de onschuld die z’n stem kleurde, is verdwenen.

Ondanks zijn voortdurende pijnklachten, kan hij eind 1987 tekenen bij Z, een van de grootste teams ter wereld. Het wordt geen succes: hij wint niet meer, weigert zich in dienst van anderen te stellen, in roekeloze sprints rijdt hij collega’s het revalidatiecentrum in en zijn knie spreekt hem nog regelmatig tegen, steeds net als hij denkt dat het weer de goede kant uitgaat. Ook een terugkeer naar ANC levert weinig op.

Aan het eind van 1991 stopt Joey McLoughlin, nog geen 27 jaar, met wielrennen.

Drie jaar later keert hij nog een laatste keer terug in het peloton, als zijn vriend Tim Harris hem vraagt het onooglijke FS Maestro door de Kellogg’s Tour te loodsen.

Daarna verdwijnt hij, om niet meer terug te keren.

Eind 2014 gaat wielerjournalist Andy McGrath op zoek naar zijn jeugdheld Joey McLoughlin. Hij noemt Joeys verhaal “as much a detective case as a conventional cycling tale”. McGrath spreekt broers, zussen, oud-ploeggenoten en teammanagers. Hij stuurt brieven en e-mails naar allerhande adressen, hij laat boodschappen achter, maar een reactie komt er nooit.

Het collectieve geheugen is al 21 jaar geleden opgehouden zijn leeftijd bij te houden, maar Joey McLoughlin moet intussen vijftig zijn.

Vergeten omdat hij niet onthouden wilde worden.

 

Bron: The Cycling Anthology 5: Andy McGrath – ‘The Mystery of Joey McLoughlin’

Frank Heinen

Frank Heinen (1985). Neerlandicus. Schrijft voor: HP/De Tijd, De Muur, Hard Gras, 8weekly, Spits, de Volkskrant, Hetiskoers, Nieuwe Revu, nrc.next en wie maar wil. Won: Hard Gras Prijs 2009. Auteur van 'Uit Koers'. Speelt: zaalvoetbal, squash. Supportert voor: renners die fijne verhalen opleveren en vervolgens vergeten worden.


Auteur van (of meegewerkt aan):

Latest posts by Frank Heinen (see all)