Violette Morris, femme qui cort.

By |dinsdag 29 januari 2019|

In het laatst verschenen nummer (januari 2019) van het Franse letterkundige magazine l’Actu Litteraire, de aankondiging van een nieuwe roman over een fenomeen. Een atlete zonder weerga. Van de hand van ene Gérard de Cortanze, met de wat cryptische titel “Femme qui court”*. De subtitel laat wel wat minder aan de verbeelding over, trouwens. Het zoveelste boek in de rij. Kennelijk krijgen ze in Frankrijk niet genoeg van die legende met een inktzwart rafelrandje.

Wíj hadden in die dagen Mien van Bree en Bet van Beeren. Vrouwen met oer-Hollandse namen. Die het vermoeden wekten dat we hier te maken hadden met struische madammen met dijen als tempelpilaren en dito verder voorkomen. Mien reed op de koersfiets en Bet op de motor. Maar wie hadden zij dan wel niet, daarginds in Frankrijk? Nou zullie hadden Violette. Een lieflijke naam waar -op het eerste gehoor- charme, elegantie en gratie vanaf druipen. Toch?
Violette reed zowel op de fiets als op én achter de motor. Violette Morris, “femme qui court”, die nog zoveel andere bijnamen zou krijgen.

Ze was beslist van goede komaf. Geboren in 1893 te Parijs als dochter van een pensioneerde cavaleriekapitein baron Pierre Morris en Marie Antoinette ”Betsy” Sakakini, telg van een welvarend Levantijns geslacht. Een moeder die gekweld werd door het verlies van hun enige zoontje. Wat een beklemmende weerslag op het gezinsleven had. Als puber werd Violette naar een religieus meisjesinternaat in het Waalse Huy gestuurd. Dat belette haar niet om in die feminiene context bij de nonnen een vrijgevochten sportieve natuur te ontwikkelen. Eigenlijk al best opmerkelijk voor die tijd. Even later, in de Groote Oorlog van ’14-’18 zien we haar terug als ambulancechauffeur en motorordonnans in de brandhaarden van Verdun en aan het Somme-front. Voor Violette een absolute uitdaging om toen al te laten zien wat ze allemaal in huis had.
Ze trouwt in 1914 met de Cyprioot Eduard Gouraud. Heel lang duurde die verbintenis niet want in 1923 scheidde ze van hem. Naar verluidt nadat ze hem met een man in bed had betrapt. Een typische coïncidentie, zo zal later blijken.

Violette in het Velodrome d’Hiver

Ze blijkt over een uitzonderlijk atletische bagage te beschikken. Met haar compacte gestalte straalt ze onverzettelijkheid uit. Één brok onvoorwaardelijke energie. En ze pakt letterlijk alles aan en schittert ook daarin. Met name in de twintiger jaren wordt ze een veelvuldig laureaat, zowel nationaal als internationaal. Recordhoudster en kampioen. Zwemmen, schoonspringen, kogelstoten, discuswerpen, worstelen, boksen, gewichtheffen, boogschieten, paardrijden. Noem het maar op. Met als devies: “ce qu’un homme fait, Violet peut le faire”. Oftewel: voor een man ga ik niet onderdoen. Zo deinst ze er niet voor terug om het in de boksring op te nemen tegen een mannelijke tegenstander. Voetbal, de vrouwelijke variant die net in zwang is gekomen, doet ze er ook nog eventjes bij. Ze speelt ettelijke seizoenen voor Femina Sport en Olympique de Paris. Achter de hand wordt gefluisterd dat ze haar medespeelsters meer amfetaminepillen toespeelt als de bal. Denkelijk puur de kift.

Natuurlijk mag het cyclisme niet op haar sportieve conduitestaat ontbreken. In 1922 en 1924 wint ze tussen neus en lippen de Grote Prijzen van Andrésy en Pontoise. En op de piste van het Vel d’Hiv en de Buffalo baan vertoont ze haar kunsten achter de motor, de demi-fond, waar ze de respectabele snelheid van ruim 62 km/h weet te halen. Er staat geen maat op Violetje.

 

Violet vóór haar failliete winkel in auto-onderdelen.

Intussen brengt haar hang naar mannelijkheid haar toch behoorlijk in de problemen. Voor de Olympische Spelen van 1928 (de eerste waar vrouwen waren toegelaten) wordt ze door de Franse Vrouwensport Federatie (FFSF) in de ban gedaan. Omdat ze vaak een pantalon droeg en zich ook anderszins wel mannelijk uitdoste. Dat was niet alleen tegen het zere been van de H.H. Bestuurderen, maar ook tegen de goede zeden. Want het is zelfs al sinds 1800 wettelijk verboden voor vrouwen om een broek te dragen. Een wet die overigens tot op de dag van vandaag nooit officieel is ingetrokken. Op die basis verliest ze ook een proces om haar gelijk te halen en uitzending af te dwingen. Voldoende aanleiding om een sluipende aversie op te bouwen tegen Frankrijk en haar instituties. Toch, ondanks haar masculiene verschijning en duidelijk openlijk geëtaleerde, al kantelende, bisexualiteit knoopt ze een (platonische?) verhouding aan met Raoul Paoli, eveneens een polyvalente atleet. Een blok beton van 1 meter 86, bij 125 kilo. Uitblinkend en gelauwerd in de zware disciplines. De eerste Franse vlaggendrager op de Olympische Spelen.

In de verloren rechtsgang van 1928 is de kiem gelegd voor haar dedain voor Frankrijk. Dat in haar ogen zal verworden tot een natie van slappelingen en onderkruipers, onwaardig aan diegenen die hen voortgebracht hebben.
Als veelwinnaar in de meer reguliere takken van sport, begint de adrenalinekick wat af te botten. De autoracerij wordt haar nieuwe uitdaging. Een macho wereld waar ze zich snel profileert. Ze rijft de ene na de andere overwinning binnen. De Bol d’Or 1927, een 24-uurs solo proef, de Rallye des Dolomites, de GP Saint Sebastian; en nog een hele resem van eerste en ereplaatsen schrijft ze op haar conto. Het is ook een wereld van glamour en glitter. Waar de Parijse beau monde graag opdraaft. Zo draait ze quasi koket, rondjes in de paddock van het racecircuit van Monthlery met Josephine Baker als duo passagier. De boulevardpers smult ervan.

Haar imposante borsten vind ze eigenlijk toch maar hinderlijk in de weg zitten in die nauwe bolidecabines met hun bovenmaatse stuurwielen. Ze besluit daarom -zonder enige medische noodzaak- om ze maar te laten amputeren. Wellicht ook en vooral een transgender statement.
“Une masectomie bilaterale”, die voor Raoul het sein is om definitief met haar te breken.
Ze verschijnt inmiddels alleen nog maar in mannenkostuums. Rookt drie pakjes sigaretten per dag en vloekt de hele dag door als een ketter. De metamorfose naar dominante lesbienne is totaal. Soepeltjes beweegt ze zich in gay-scene van het Parijse nachtleven. In gezelschap van haar veroveringen als graag geziene gast, in bijvoorbeeld Le Monocle. Een gerenommeerde nachtclub voor lesbiennes.

Bol d’Or 1923, 24-uurswdstrijd solo. In cyclecar “Benjamin”.

Maar er is meer. In 1936 is ze op uitnodiging aanwezig op de Olympische Spelen van Berlijn. Niet in haar hoedanigheid als sportvrouw maar als een soort eregaste. De afkeer van het in haar ogen bekrompen Frankrijk krijgt daar een aparte wending. Ze is zwaar geïmponeerd door de allure en grootsheid van Nazi-Duitsland. Onder impuls van ene Gertrude Hannecker, een voormalige collega pilote uit de autoracerij, wordt ze gerekruteerd voor de Sicherheitsdienst. Om in de aanloop naar de oorlog, spionage activiteiten in Frankrijk te gaan ontwikkelen. De opmaat voor regelrechte collaboratie met de Duitsers na de bezetting van Frankrijk in 1940. Later “promoveert”ze zelfs naar de Parijse sectie van de Gestapo. De kennelijke wreed- en meedogenloosheid in de ondervraging van met name vrouwelijke gevangenen, levert haar al gauw de bijnaam “Hyena van de Gestapo” op. Genoeg voor een ter doodveroordeling bij absentie, door de Résistance, de Franse verzetsbeweging. Op 26 april 1944 wordt ze ergens achteraf in Normandië door de “Maquis”, de ondergrondse, in een hinderlaag gelokt en in haar Citroën Traction Avant doorzeefd met kogels.

Tot op de dag van vandaag is ze dus nog onderwerp voor nieuwe boeken en artikelen. En zelfs soms nog voor controverses, zoals dat vaker gaat in dergelijke gevallen. Bijvoorbeeld van de historica Marie-Jo Bonnet. Die nog in 2011 beweert, dat weliswaar collaboratie en zwarthandel evident zijn, maar er geen harde bewijzen zijn geleverd van haar duivelse martelgedrag in die oorlogsdagen bij de Gestapo.

Violette (rechts) met minnares in lesbo-nachtclub Le Monocle, Parijs 1932. Foto Brassaï

*courir= rennen, lopen, stromen, aflopen, najagen; kiest u zelf maar.

Boeken:
La péniche sanglante (Christian Gury)
Violette Morris la Hyène de la Gestap (Raymond Ruffin)
Violette Morris La Gestapiste (Jean-Emile Neaumet)
Violette Morris: histoire d’une scandaleuse (Marie-Josèphe Bonnet)
Femme qui court/ Violette Morris la scandaleuse (Gérard de Cortanze)

Bronnen:
Blogs en artikelen op internet; wikipedia

Foto’s:
Source gallica.bnf.fr/Bibliothèque nationale de France
“Paris de nuit” par George Brassaï

Theo Buiting

Theo Buiting, Eindhoven 1946. Eerste licentie 1965. Veel ambitie, weinig talent. Begon in die tijd ook met verhaaltjes over het fietsen. Na een stille periode met meer regelmaat vanaf eind 80'er jaren. Straatgenoot van vader en zoon Willy van der Heijden, renners/verhalenvertellers en hoofdpersonen in de novelle 'Weerborstels' van neef A.F.Th.


Related Post

Geef een reactie