Voorbeschouwing Giro

By |dinsdag 2 mei 2017|

Nu Alejandro Valverde de efficiëntste methode in jaren schijnt te hebben gevonden om bloed te verversen en Philippe Gilbert geen ijver schuwt om ‘Ibargureneffect’ in de woordenboeken te jagen, scheen het in de sterren geschreven dat Michele Scarponi de Giro zou winnen, in alle geval niet dat hij inmiddels zelf aan de hemel zou fonkelen.

De acteur Michele Scarponi, in alle vroegte repeterend voor een laatste kunststukje, achteloos gegrepen door het lot. De anders ogenschijnlijk ondoordringbare wielerbubbel weerloos tegen blikken trommels op vier wielen; die werken niet met tweede kansen.

De renner Michele Scarponi, de renner annex dopingzondaar Michele Scarponi corrigeert een NOS-redacteur mij, die fietst en fietst en van geen ophouden weet, de suggestie wekkend dat er geen andere Michele Scarponi bestaat dan die fietst en fietst en van geen ophouden weet.

De mens Michele Scarponi, die eens uit het zicht van de camera’s zich uit zijn fel lichtblauwe kostuumpje murwt waarin hij placht op te treden, het blijft schreeuwlelijk denkt hij, terwijl hij zijn acteerattributen aan de kant gooit en bidt dat in dit sjofele hotel de internetverbinding niet uitvalt net wanneer hij met zijn vrouw en twee kinderen skypet.

In dat opzicht is het maar wat logisch dat het antwoord op de vraag wie dan wel de Giro wint, zich nederig tussen haakjes bevindt.

(Niet Jurgen Van den Broeck, u verwacht nu een veelvuldig heropgewarmde spitsvondigheid aangaande Jurgen Van den Broeck die het asfalt kust, komt er niet.

Niet Jan Hirt, nee? Nee. Of toch, of toch? Nee.

Niet Mikel Landa. Met hartzeer deel ik mee dat Mikel Landa de Giro niet zal winnen. Het zit namelijk zo, Mikel Landa doet van alle renners in dit peloton het hardst aan de jaren negentig denken, harder dan Zakarin en Foliforov na het verorberen van een komeet en Doel 3. Dat hij niet voor Astana doch nu voor Team Sky rijdt, is pakketjes later niet meer dan slechte camouflage. De ene dag parkeert hij zich tussen twee mobilhomes, de volgende twee etappes wint hij, even spelenderwijs klimmend als Jelle Vanendert in 2011, om de dag daarop te lossen wanneer een sprinter daar nog niet aan denkt. Landa zal twijfel zaaien zoals in de mooiste Giro aller tijden, zijnde het Astana-trainingskamp in 2015. Hoe hij het doet, wie zal het zeggen? Zolang dingen onzichtbaar zijn, beroeren ze. Niet weten intrigeert. Landa snapt wielrennen.

Niet Patrick Konrad, niettegenstaande introduceren slimmeriken hem in hun Wielerprono. Of net niet.

Niet Paolo Tiralongo, maar wat als wel? De verwarring, de bochten die gegraven worden om het acceptabel te maken (altijd al een talent geweest, nooit voor eigen rekening kunnen rijden tot nu door omstandigheden en de tegenstand is ook niet je dat) en de onherroepelijke twijfels dientengevolge botsende met de realiteit dat hij flitspalen en trajectcontrole feilloos overleeft. Oh, wat een schouwspel.

Niet Sergey Firsanov, een laatbloeier die – en hoewel deze waarheid ontzettend hard is, zeg ik ze zonder voorbehoud – de belofte in de voetsporen van Andreï Zintchenko te treden nooit zal kunnen waarmaken.

Niet Maxime Monfort, wiens enige belager voor de veertiende plaats Hubert Dupont heet, nu zowel Mikel Nieve als André Cardoso ontbreken.

Niet Carlos Verona, die eindigt achtste.

Niet Eros Capecchi, maar vertel het hem een andere keer.

Niet Hugh Carthy, Cannondale.

Niet Felix Grossschartner, die is nog te jong. Soms is het zo prozaïsch, niets aan te doen.

Niet Ilnur Zakarin, weg sfeer.

Niet Rohan Dennis, ofschoon hij lang een andere suggestie zal wekken.

Niet Rein Taaramäe, de tegengestelde gedachte is al veel.

Niet Joe Dombrowski, Cannondale.

Niet Tejay Van Garderen, ah nee?

Niet Domenico Pozzovivo, begin deze eeuw lid van Zoccorinese-Vellutex, het team van Anza en Caruso, Bileka en Popovych, Bernucci en dus ook Pozzovivo, daarna handlanger van Sella en naar zich laat verstaan pas laat het vertrouwen van een team in de WorldTour gewonnen, zijnde AG2R, ondanks bewonderenswaardige resultaten. Maar waarom Pozzovivo daarom de Giro dit jaar niet wint, is volstrekt een raadsel.

Niet Vincenzo Nibali, die maar met veel moeite in de Ronde van Kroatië Jaime Roson en Jan Hirt van zich kon afhouden en dan nu de Giro zou winnen? Dat zou te raar zijn, of hij heeft te zijner beschikking een middel waardoor hij gedurende de Giro almaar beter wordt teneinde in de derde en de laatste week herboren te schijnen. Oh, wat zullen we dan van een voortreffelijke timing gewag maken.

Niet Alexander Foliforov en dat het me zeer spijt.

Niet Bauke Mollema, hyperspecialist van de omgekeerde Nibali.

Niet Geraint Thomas, wiens rekenmachine aldoor vernuftige berekeningen maakt, zo ook nu: Giro ≠ wiskunde.

Niet Sebastien Reichenbach, al weet je natuurlijk nooit. Welke pretentie heb ik immers om de ene renner na de andere bij voorbaat af te schrijven, ja hoe legitimeer ik dat? Neem nu Tejay Van Garderen, slecht voorbeeld, neem nu iemand anders dan Tejay Van Garderen, ik mag nog zo wijsneuzig klinken als ik wil, het is niet onmogelijk dat iemand anders dan Van Garderen de Giro wint, dat geldt niet in de laatste plaats voor Sebastien Reichenbach.

Niet Andrey Amador, die iedere Giro miraculeus tot leven wordt gewekt en daarna haast even miraculeus wegdeemstert, maar niet miraculeus genoeg.

Niet Steven Kruijswijk, ondanks de hulp van Jurgen Van den Broeck in de twee individuele tijdritten.

Niet Carlos Betancur, die rijdt niet mee. Maar anders, dan!

Niet Hubert Dupont, vijftiende op 29 seconden van Maxime Monfort.

Niet Gregor Mühlberger, zoals reeds gezegd: je kunt het nooit uitsluiten, maar de voortekenen zijn in geval van Gregor Mühlberger niet bepaald gunstig. Nog geen profoverwinning op zijn naam, één grote ronde uitgereden waarmee alles ook is gezegd en afkomstig uit Haidershofen, het Oostenrijkse plaatsje vooral bekend vanwege zijn bekendste inwoner, Gregor Mühlberger, de renner die vooralsnog nooit een profwedstrijd wist te winnen en één grote ronde uitreed.

Niet Rui Costa, in Rui Costa schuilt een klassiek renner, een winnaar van rittenkoersen, maar het misverstand dat hij al is het maar de suggestie kan wekken drie weken lang te wedijveren met een Quintana, Froome of Nibali mag stilaan de wereld uit.

Niet Pierre Rolland, Cannondale.

Niet José Herrada, de enige fietsende broer van Jesus. Francesco Casagrande, Francesco Masciarelli en Davide Rebellin hadden allen twee broers die profwielrenner zijn geweest of het scheelde althans niet veel. Francesco Moser zelfs drie. Maar kent u ook hun namen? (de oplossingen vindt u terug in de voorbeschouwing van de Giro d’Italia 2018)

Niet Thibaut Pinot, :-(

Niet Kenny Elissonde, maar wat wil ik, later als ik groot ben, groot zijn om achter zijn rug te kunnen schuilen.

Niet Valerio Conti, geen familie van Samuele of Roberto, wel van Franco en Noë. Noë, zoals u weet winnaar van de Coppa Bernocchi in 1959 en wie werd daar tweede? Niemand minder dan Michele Gismondi, jawel, de Michele Gismondi die dat jaar ook tweede werd op het WK wielrennen. Nu wordt het ingewikkeld maar niet per se: deze Gismondi heeft niets te maken met Felice Gimondi, de grote Felice, naar wie een Gran Fondo is vernoemd, zondag 7 mei in Bergamo en die in 2015 bezoek kreeg van Karl Vannieuwkerke, om maar te zeggen dat ik geen letter overdrijf als ik zijn grootsheid poog tot uitdrukking te brengen. Maar weer over naar Gismondi, zijnde de essentie, die zijn tweede plaatsen op onnavolgbare wijze verwerkte met winst in de Coppa Agostoni, toen niet verreden de dag na de Coppa Bernocchi, maar diep in oktober. Oh jongens, wat een tijden. Enfin, Gismondi zou dat achteraf maar deels beamen, hij kon het nog beamen, dat bleek al heel wat. U moet weten dat Gismondi een loyale knecht van Coppi was en eens diens tijdperk voorbij was zijn eigen roem kon najagen. Zo cynisch als alleen het lot kan zijn, besliste het dat Gismondi in 1960, Coppi’s sterfjaar, een doodsmak zou maken op een circuit nabij Milaan, die hij maar ternauwernood overleefde. Een maand na zijn val kreeg hij dientengevolge een hartaanval, maar hij herstelde wonderwel, ofschoon hij nog schoorvoetend probeerde en 82 zou worden, eindigde in 1960 zijn wielerloopbaan net als die van Roger Rivière, voor eeuwig verbonden aan de Col de Perjuret, die in het traject zit van de Ronde van de Mont Aigoual, een lezer van Het is Koers hoef ik niet uit te leggen waaraan die voor eeuwig verbonden is. Zo zie je maar dat er heel wat over Valerio Conti te vertellen valt.

Niet Wilco Kelderman, ik snap de suggestie, maar andere keer. Eerst een bestaan afdwingen, dan de Giro winnen. Geen stappen overslaan.

Niet Davide Formolo, Cannondale.

Niet Gorka Izagirre, de enige fietsende broer van Ion. Zie José Herrada.

Niet Franco Pellizotti, dzju toch.

Niet Riccardo Ricco, is dat een pijnlijk verhaal. Voor de betrokkenen, maar nog meer voor het wielrennen zelf. We houden allen van Ricco, de vrucht die verboden is, de duivel die bekoort. Wat gingen de harten sneller bonzen wanneer hij flierefluitend een verschroeiende demarrage bekokstoofde, terwijl kopmannen bij trosjes losten. Wat kirden we van de pret wanneer hij op de Poggio zich gemotoriseerd verkeer waande (en best terecht, het was wachten op Sagan eer zulks weliswaar als karikatuur weer vertoond werd), we zullen het alleen niet toegeven. Geef Ricco, de ironie wil het grootste slachtoffer van de woekerende hypocrisie, eerherstel. En wel nu.

Niet Adam Yates, weten we in feite iets over Adam Yates? Dat hij een tweelingbroer heeft die op zijn beurt een tweelingbroer heeft, maar overigens?

Niet Manuel Senni, gewoonlijk is beter klimmen dan je kopman hoopgevend, soms gewoon nodig om niet buiten tijd aan te komen.

Niet Bob Jungels, die de tweede plaats van Andy Schleck in de Giro, nu tien jaar geleden, niet kan doen vergeten. Waarom ik dat zo nodig wil vermelden? U moet dit weten: Andy Schleck en Chris Froome zijn leeftijdsgenoten.

Niet Victor De La Parte, al is nog onduidelijk waarom niet.

Het wordt gewoon Nairo Quintana, niks aan te doen mensen.)

Matthias Vangenechten

Matthias Vangenechten (geboren in het jaar dat Rebellin zijn eerste profwedstrijd reed en ook op de dag dat Eddy Merckx het levenslicht zag) gelooft dat ironie en twijfel het bestaansrecht van wielrennen zijn, al is hij daar niet zeker van. Er lag een grootse carrière voor hem in het verschiet als sportjournalist, maar gelukkig herwon hij tijdig zijn zelfrespect en gaat hij nu door het leven als zelfverklaarde manager van Gianni Wespelaer.

Related Post

4 Comments

  1. Marc Peeters 02/05/2017 at 09:14 - Reply

    Jemig, wat een vervelend insinuerend verhaal, lijkt wel geschreven door een koershater. Maar goed, kritiek geven mag, waarvan akte.

  2. JD 02/05/2017 at 15:24 - Reply

    Ja, inderdaad. Vaag, lang, saai en insinuerend. Jammer hoor.

  3. Mark 02/05/2017 at 16:16 - Reply

    Ach, humor toch
    -korreltje
    -zout

  4. Frank 03/05/2017 at 15:54 - Reply

    Was dit verhaal na 3 alinea’s al beu. Jemig wat een slecht verhaal!

Geef een reactie