Waarom de Tour de France blij mag zijn met Bernard Hinault

By |maandag 20 juli 2015|

Ik ben een koersjunk. Zoals een heroïneverslaafde leeft voor zijn volgende shot, zo wankel ik van koersfix naar koersfix. Kan ik de slaap niet vatten? Ik tel geen schaapjes. Ik probeer dan alle etappewinnaars van de afgelopen Tour in de juiste volgorde op te lepelen. Binnen enkele minuten vallen de ogen toe en slaap ik als een roos. Mijn verslaving is halverwege de jaren negentig begonnen. Het is een verslaving waar al 20 jaar prima mee te leven valt. Ik verkeer na al die jaren koers volgen nog steeds in goede gezondheid en het is leuk voor vrienden op verjaardagen: daar zit die zonderling die je kan vragen wie derde werd in de Tour de France van 1937.

Toch was er één keer in al die jaren van mooie HD-beelden uit Frankrijk tot constant vastlopende live-streams uit Azerbeidzjan dat ik de tv heb uitgezet. En dat was tijdens de huldiging van de 100ste Tour de France in 2013. Ik herinner het mij nog goed. Nadat de Champs Élysées met Marcel Kittel voor het eerst in vijf jaar een andere winnaar zag dan Mark Cavendish, was het tijd voor de huldiging. Niet meteen mijn favoriete onderdeel van koers kijken, maar als je al drie weken voor de buis zit, loop je nu niet weg. Het begon allemaal met een spectaculaire op de Arc de Triomphe geprojecteerde lichtshow. 100 edities, dan hoor je uit te pakken als organisatie. En ik moest het toegeven, zelfs ik zat geïnteresseerd te kijken: het deed me voor even de opkomende angst voor het onvermijdelijke zwarte gat van de koers-loze dagen na de Tour vergeten.

Na deze frivoliteiten kwam het podium in beeld. Centraal achter de plek waar de truien uitgereikt zouden worden staan 3 mannen: Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain. Allen wonnen ze 5 keer de Tour. Bij leven en gezondheid was Jacques Anquetil ongetwijfeld de D’Artagnan van deze Drie Musketiers geweest, maar de 4de vijfvoudig Tourwinnaar overleed op relatief jonge leeftijd (in 2013 zou hij 79 zijn geweest). Bij het zien van deze 15 gezamenlijke Tourzeges voelde ik ineens enorme woede opkomen en heb ik mijn tv uitgezet. Ik heb de winnaars van 2013 dus nooit gehuldigd zien worden.

Het wielrennen leeft bij de verhalen uit het verleden. Het lijden van coureurs bij weer en wind, op toppen en in dalen, op de fiets en onfortuinlijk van de fiets: het maakt de koers bij uitstek een sport geschikt voor verhalen en legende-vorming. In die verhalen speelt ook het gebruik van prestatiebevorderende middelen een belangrijke en discutabele rol.

Prestatiebevorderende middelen, oftewel doping, zijn van alle tijden. De manier waarop er naar gekeken wordt, verandert wel per generatie. Feit is dat de dood van Tom Simpson op de Mont Ventoux in de Tour de France van 1967 leidde tot het invoeren van dopingcontroles.

Niet helemaal toevallig viel dit samen met het einde van de profcarrière van de eerste vijfvoudig Tourwinnaar Jacques Anquetil. Hij is het nooit eens geweest met het houden van dopingcontroles – met als reden dat een mens zijn beroep moet kunnen uitvoeren zoals hij dat wenst – en weigerde er een aantal te ondergaan aan het einde van zijn carrière. Het kostte hem onder meer de officiële erkenning van een door hem verbeterd werelduurrecord. De invoering van controles zorgde ervoor dat de laatste goesting verdween bij Anquetil.

Eddy Merckx, de beste wielrenner aller tijden, werd wel structureel gecontroleerd gedurende zijn carrière. Het leverde hem drie positieve plasjes op, en kostte hem een uitsluiting in de Giro van 1969 en de zege in de Ronde van Lombardije 1973. Bijna kostte het plasje in 1969 hem deelname aan zijn eerste Tour. De reglementen werden aangepast, zodat Merckx toch mocht starten: het betekende zijn eerste Tourzege. Elke keer dat Eddy positief werd getest, was de morele verontwaardiging groot bij zijn supporters: er moest vast iets niet kloppen aan de tests. Of had een concurrerende ploeg hem een vuile bidon gegeven? Aan Merckx’ onschuld werd nooit getwijfeld.

De NOS zond ooit een mooi filmpje uit waarbij de gehele Banesto-ploeg van Miguel Indurain met de teambus een bezoek bracht aan dottore Conconi. Daar was toen niets geheimzinnigs aan: de renners ondergingen allemaal de zogenaamde Conconi-inspanningstest. Hiermee werd gemeten wat de waardes en de kwaliteiten van de verschillende renners zouden zijn. Dit verklaarden ze tenminste tegenover de camera. Waarschijnlijk zouden de Banesto-ploeg en haar omkadering vandaag de dag niet meer zo blij zijn met het klakkeloos meewerken aan de reportage, laat staan dat ze open en bloot met de teambus naar een van de grootste epo-deskundigen uit de wielrennerij reden. ‘The Times They Are A Changin’ zong Bob Dylan al.

Joop Zoetemelk stond niet op het betreffende podium van 2013, maar was wel een van de mascottes bij de recente Tourstart in Utrecht. ‘Eeuwige 2de’ Joop plaste drie keer in zijn carrière positief, met telkens 10 minuten tijdstraf en een geldboete tot gevolg. Wist u dat Zoetemelk in 1979 niet 2de werd in de Tour met 3 minuten en 7 seconden achterstand op Hinault, maar met 13 minuten en 7 seconden? Waarschijnlijk niet, maar de nummer 3 had een achterstand van 26 minuten, zodat Joops dopingstraf sowieso niet erg opviel.

Bovengenoemde kampioenen staan niet alleen: veel grote kampioenen hebben vanaf de invoering van dopingcontroles tot ver in de jaren negentig te maken gehad met 10 minuten straftijd en een geldboete. Alleen de arme Michel Pollentier is in deze periode bovenop Alpe d’Huez in de Tour van 1978 wegens sportieve fraude uit de Ronde gezet omdat hij een condoom met schone urine probeerde te ledigen bij de dopingcontrole. Een gebeurtenis die Pollentier nooit ontkend heeft en hem een heldenstatus in Vlaanderen opleverde. Maar terwijl ik dit stuk schrijf overweg ik een T-Shirt te gaan laten drukken met de tekst: “Ook Peerke Pollentier had slechts 10 minuten tijdstraf moeten krijgen!”.

De publieke opinie over doping is de afgelopen jaren verhard. Beroepsleugenaar en zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong is voor veel mensen, en voor de Tourorganisatie, een persona non grata. Hierin is voor veel mensen Armstrongs leven als voormalig kankerpatiënt vs. het jarenlang keihard liegen over gestructureerd dopinggebruik een verzwarende factor. De afgelopen jaren is bewezen dat Lance ploeggenoten, journalisten en anderen om hem heen van alles flikte – woorden als bedreiging, geweldpleging en verlinking moeten in deze context vallen – om zijn met prestatiebevorderende middelen bereikte imperium in stand te houden.

Dit jaar is Armstrong voor het eerst weer in Frankrijk rondom de Tour aanwezig. Daar wordt schande van gesproken. Ook van mij hoeft hij niet te komen. Ik was toen geen fan van Lance, en ben het uiteraard ook nooit meer geworden. Hij biedt nu constant aan Jan en alleman zijn excuses aan: too little, too late.

Maar inmiddels weten we ook dat Armstrong rondreed in een periode waarin iedereen zich dopeerde. De straffen waren in die jaren al veel hoger dan ’10 minuten straftijd’, maar de pakkans was zo gering gezien de manier van doperen, dat alle concurrenten van de Amerikaan net zo stevig aan de dope zaten.

Begin 2013 schrapte de Tourorganisatie de zeven zeges van Armstrong. Dit omdat Armstrong eindelijk had bekend tijdens een tv-interview. Eind juli 2013 maakte de Tourorganisatie een mijn inziens enorme misstap door tijdens de prijsuitreiking van de 100ste Tour 2 zeer verdachte vijfvoudig Tourwinnaars de laatste gele trui van dat jaar te laten uitreiken. Alleen omdat ze in het ’10-minuten-tijdperk’ leefden mochten Merckx en Indurain daar wel staan en werden de zeges van Armstrong rond dezelfde tijd uit de uitslagenboeken verwijderd. Deze enorme hypocrisie zorgde dat ik voor eenmaal de tv uitzette terwijl de koers nog bezig was.

En Bernard Hinault dan? Hoe goed je ook zoekt, hij is nooit rechtstreeks in verband gebracht met doping. Wat Hinault de enige terechte vijfvoudig Tourwinnaar maakt die – zelfs iedere dag in zijn geval – op het podium van de Tour mag staan om de ceremonie protocollaire in goede banen te lijden. Een baantje dat de Tourorganisatie aan Hinault gegeven heeft omdat hij te licht ontvlambaar was voor een dagelijks ritje in een van de auto’s van de organisatie die met renners meerijdt. En zo heeft iedereen zijn zwarte randje…

Lexan Pieterse

Lexan Pieterse (1980) woont in Bunnik. Studeerde geschiedenis en journalistiek in Utrecht. Doet nu iets compleet anders. Sinds zijn puberteit verslingerd aan de koers. Iets wat maar niet over gaat. Grote Rondes doen hem steeds minder, maar de Vlaamse Wielerweek is mooiste week van het jaar. Al weent hij wel nog steeds over de Muur van Geraardsbergen. Zelfbenoemd ambassadeur van de Vogezen. Kent ieder weggetje daar.

Latest posts by Lexan Pieterse (see all)

Related Post

2 Comments

  1. Bob 21/07/2015 at 10:06 - Reply

    Leuk geschreven Lexan!

  2. Dust23 21/07/2015 at 12:56 - Reply

    Weer goed geschreven Lexan!
    Maar dat je serieus weet wie derde werd in de Tour van ’37…daar moet je echt wat aan doen (-;
    Zie graag je nieuwe stuk tegemoet!
    Groetjes Dumas

Geef een reactie