Wat doet Tom Dumoulin deze week?

By |woensdag 1 juli 2015|

foto_dumoulinWe zitten in de laatste week voor de Tour. Volgers breken hun hoofd nog eens over hun Tourpool en als ze dat niet doen, vragen ze zich licht verontrust af of ze zaterdag wel een mooi plekje zullen weten te bemachtigen langs het parcours.

Maar wat doen de renners deze week eigenlijk? Languit liggen op de bank? Beetje gamen? Of valt er nog iets te verbeteren aan de vorm? En is er nog verschil tussen een renner die zaterdag al top moet zijn en eentje die anderhalve week later, in de Pyreneeën, met de besten mee omhoog wil?

Adriaan Helmantel heeft beide typen renners onder zijn hoede. Als trainer bij Giant-Alpecin is hij o.a. verantwoordelijk voor de training van Tom Dumoulin en Warren Barguil. Volgens Helmantel is wat je in de laatste week wel of juist niet doet cruciaal. Helmantel: ‘Het belang daarvan zien we steeds meer. Je moet in die week opladen. Fysiek maar zeker ook mentaal. Het is gewoon een integraal onderdeel van de voorbereiding. ’

Laten we bij Dumoulin beginnen. Van Helmantel: ‘Tom kwam vanuit een hoogtestage naar de Ronde van Zwitserland. Normaal gesproken begin je dan niet in volledige topvorm. Maar hij won de proloog en daardoor kwam hij als leider in een voor hem nieuwe positie. En als je in Zwitserland podium kunt rijden of zelfs winnen, dan laat je dat niet lopen omdat je je wilt sparen voor een tijdrit van die weken later. In de koninginnenrit en de tijdrit op zondag leverde hij een maximale inspanning en daardoor kwam hij vermoeider terug uit Zwitserland dan vorig jaar. Lichamelijk, maar ook mentaal. Het is ook vrij logisch dat hij de woensdag erop bij het NK Tijdrijden niet top was. En dus heeft hij daarna een paar dagen extra rust gepakt. Helemaal niets doen dus en anders een beetje uitfietsen. Bij dat herstel hoorde het NK op de weg zeker niet. Ook omdat een harde koers van ruim 250 kilometer niet meer gaat bijdragen aan een betere tijdrit van bijna 14 kilometer zes dagen later.’

En dan die laatste week. Helmantel: ‘Tom heeft maandag twee uurtjes licht getraind op de tijdritfiets. Dinsdag heel rustig twee uur trappen en vandaag, woensdag, was er een ‘Twitterrit’ met fans en daarna heeft hij twee uur achter de scooter gereden met korte momenten op wedstrijdintensiteit. Dat laatste om ervoor te zorgen dat het lichaam deze week nog wel een keer maximaal geprikkeld wordt. Anders treedt er er een soort luiheid op. Maar het heeft ook te maken met de verwachte temperatuur van zaterdag. Dan is het verstandig van tevoren al een keer bij hoge temperatuur serieuze arbeid te leveren.’

‘Morgen doet Tom nog anderhalf uur en vrijdag 2 keer een uurtje. Maar de intensiteit is dan niet hoog, het is niet veel meer dan activeren. Het lichaam moet volledig herstellen van de hoogtestage en de Ronde van Zwitserland en echt herstellen kan alleen met relatieve rust.’

Het mentale opladen kan volgens Helmantel nauwelijks worden overschat. ‘Je moet in de eerste week van de Tour superscherp zijn. De koers is zo hectisch, je moet steeds in een split second beslissen en dat is onmogelijk als je er niet helemaal bij bent. Anders heb je ook net niet die laatste bereidheid om voor dat ene hoekje ruimte te vechten. Daarom is het ‘taperen’ zo belangrijk; het terugbrengen van trainingsintensiteit kort voor een belangrijke wedstrijd. Je doet fysiek minder en sterkt daardoor aan, en dat werkt ook door in je hoofd.’

Voor klimmer Warren Barguil, wiens topvorm iets later in de Tour gewenst is, ligt het iets anders. Helmantel: ‘Voor Warren was de Ronde van Zwitserland een soort verlenging van zijn hoogtestage. Deze week neemt hij wel gas terug, maar hij heeft vorige week donderdag nog een heel pittige training afgewerkt en zondag reed hij het Frans kampioenschap. En vandaag bijvoorbeeld doet hij ook meer omvang dan Tom. Warren mag zaterdag op 98 procent zitten, want anderhalve week later moet het pas 100 zijn. We proberen met hem de situatie na te bootsen van de Vuelta van vorig jaar, waarin hij heel goed was (8e in eindklassement, MH). Wat toen de Ronde van Polen was, was nu die van Zwitserland. En in Zwitserland was hij al beter dan vorig jaar in Polen, want hij reed zijn beste tijdrit ooit.’

(Tourpool-twijfelaars, leest u mee?)

Menno Haanstra

Menno Haanstra (36) is een belangrijk persoon. In zijn vrije tijd bestijgt hij graag zijn Trek Madone 5.2 en fietst hij een rondje door het Groningse land. Dat zijn fietskwaliteiten het bezit van een dergelijke fiets niet rechtvaardigen deert hem nauwelijks. Het siert hem dat hij ondanks het bezit van een Madone toch heel gewoon is gebleven. Menno’s belangrijkste schrijfsel is de biografie van Jan Ykema, die in 2009 verscheen bij Amstel Sport. In De Muur 34 (najaar 2011) verscheen een verhaal van Menno over Henk Nijdam, de renner die niet trots mocht zijn.


Auteur van:


Related Post

One Comment

  1. Adri 01/07/2015 at 18:24 - Reply

    Voegt een hoogtestage echt iets toe aan de conditie behalve meer zuurstofopname waar je drie weken later juist de terugslag van krijgt?

Geef een reactie