‘Begenadigde klimmer Scarponi was populair, maar niet onomstreden’ was de kop die de NOS zaterdagochtend plaatste boven het bericht dat de 37-jarige Michele Scarponi was verongelukt tijdens een alledaags trainingsritje. Ook in het item van het NOS-journaal over Scarponi’s dood werd het nadrukkelijk vermeld: ‘niet onomstreden’.

Het maakte me woedend. Als een vader van twee jonge kindjes op zaterdagmorgen even de benen gaat losrijden en nooit meer terugkeert, hoe relevant is het dan om een paar uur na zijn dood ook nog even zeer nadrukkelijk te vermelden dat hij in zijn carrière – zoals het gros van zijn generatiegenoten overigens – doping heeft gebruikt? Ik probeerde me voor te stellen dat de NOS in juni 2009 had bericht: ‘Michael Jackson dood, populair maar niet onomstreden’ en dat lukte simpelweg niet. Ik heb het NOS-journaal van die dag even teruggekeken, om te checken. Maar liefst 2 minuten en 35 seconden duurt het item – het moment waarop Jackson zijn baby over een balkonrand laat bungelen wordt ‘excentriek’ genoemd. Pas na ruim twee minuten woord over kinderen die hij op Neverland liet logeren en beschuldigingen van seksueel misbruik.

Nee, dan dopinggebruik. Een smet op je naam, tot in het graf. Nu, een paar dagen later, besef ik waarom het me zo laaiend maakt: het zo nadrukkelijk noemen in de kop, wekt de indruk dat het minder erg zou zijn dat hij dood is, omdat hij niet vrij van zonde was. Dat het ‘dood zijn’ en ‘niet onomstreden zijn’ van even groot belang zijn, dezelfde nieuwswaarde hebben. Zo’n bericht gaat volledig voorbij aan het feit dat Scarponi bovenal gewoon een mens met een sportcarrière was.

Ik zag vanochtend een tweet voorbij komen in mijn timeline, van iemand die zich afvroeg waar die verering van Scarponi opeens vandaan kwam: ‘Tot gisteren kuchten we nog besmuikt als ie wat won. #nietsdangoeds.’ En ik wist het antwoord op de vraag: tot Scarponi overleed en Twitter volstroomde met berichten van collega’s die hem zouden gaan missen om zijn lach, zijn sympathieke karakter en zijn grappen, hadden we geen flauw idee wie Scarponi eigenlijk was. Het enige wat we van hem wisten, was dat hij koersen had gewonnen en ooit klant was bij dopingdokter Eufemiano Fuentes, en daar hadden we een oordeel over, daaruit hadden we geconcludeerd dat ook deze Italiaanse renner voorgoed op ons lijstje onbetrouwbare renners zou blijven staan. En daar lieten we het bij. We hebben het jarenlang niet gezien en niet geweten, wat een leuk mens Scarponi moet zijn geweest, wat een fijne collega. En nu we er met terugwerkende kracht nog eens naar kijken, naar die papegaai bijvoorbeeld, naar die foto van de man met zijn tweeling op zijn rug, zien we hem pas écht.

In Italië gaat het ‘over de doden niets dan goeds’ wat mij betreft te ver – ik ben absoluut geen voorstander van blinde verering van mensen na hun dood, en het verzwijgen van zonden en fouten. Maar wij zijn hier in ons piepkleine landje volledig doorgeschoten de andere kant op. Als we één ding kunnen leren van de dood van Scarponi, is het wel dat we er wellicht goed aan zouden doen om sporters allereerst te zien als mens, als een levend wezen dat zich net als wij ook maar gewoon door de dag ademt tot de dood ons komt halen, en daarna pas als sporter die wel of niet presteert, en dat wel of niet volgens de regels doet.

Lidewey van Noord

Lidewey van Noord (1985) is freelance (sport)journalist, schrijver en redacteur. In haar vrije tijd geeft ze Nederlandse les aan expats en maakt ze wielergerelateerde pelgrimstochten door Italië. Bovenaan haar lijst met verhalen die ze nog wil schrijven: ‘Mijn Route 66-roadtrip met Taylor Phinney’ en ‘Cowboy Lance en de whiskyproeverij’.


Schreef: