Zesdaagse-van-Amsterdam_18042Spektakel op het Siberische hout van de Amsterdamse wielerbaan. Van 21-26 oktober strijden dertien koppels in de Zesdaagse van Amsterdam om de winst. Pim Ligthart verdedigt zijn titel in het Velodrome. Vorig jaar won de voormalig Nederlands wegkampioen aan de zijde van de Deen Michael Mørkøv en dit jaar rijdt hij met de Duitser Marcel Kalz.

Naast afvalkoersen, dernyraces en koppelkoersen, krijgt het publiek ook de Sprint Masters voorgeschoteld. Teun Mulder, vorig jaar goed voor Olympisch brons op het onderdeel keirin, gaat de strijd aan met nationale sprinttoppers als Matthijs Büchli en Hugo Haak.

Dankzij vriend en sponsor Paul van BlueOn bike mag Het is Koers! een aantal tribune kaartjes weggeven voor vrijdag 25 oktober, de voorlaatste dag van de Amsterdamse Zesdaagse. Wil je erheen? Doe dan mee aan deze wielerliteratuurquiz. We verloten de kaartjes onder de goede inzendingen.

 

Quiz:

De onderstaande drie citaten zijn afkomstig uit klassiekers in de Nederlandse wielerliteratuur. Geef per citaat aan uit welk boek ze afkomstig zijn (titel en auteur).

 

Citaat 1:

Jacques Anquetil, die vijf maal de Tour de France won, nam vóór iedere beklimming zijn bidon uit de bidonhouder en stopte hem in de achterzak van zijn koerstrui. Ab Geldermans, zijn Nederlandse meesterhelper, zag dat jarenlang aan, kon tenslotte zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en vroeg naar de reden. En Anquetil legde het hem uit. Een wielrenner, zei Anquetil, bestaat uit twee gedeelten, een mens en een fiets. Weliswaar is de fiets het hulpmiddel van de mens om sneller te gaan, maar hij remt die snelheid ook af, door zijn gewicht. Vooral bij zwaar werk speelt dat een rol en zeker bij klimmen komt het er op aan dat de fiets zo licht mogelijk is. Een goede manier om hem lichter te maken is: de bidon uit de houder verwijderen. En dus verplaatste Anquetil bij beklimmingen zijn bidon van de bidonhouder naar zijn achterzak. Geen speld tussen te krijgen.

 

Citaat 2:

Ik had een herrietje met hem gehad, je weet wel, toen hij tegen mij aan was komen liggen (dat heb ik je immers al verteld !) en toen deed ik iets, wat ik eigenlijk niet had moeten doen, alhoewel het sportief en reglementair volkomen in de haak was. Het was alleen niet collegiaal. Je moet dan weten: hij reed op de bel – dan moet je in Amerika nog 2 x 225 meter rijden – vóór mij, onder aan de baan. Ik volgde hem op ongeveer 25 m eter en wij reden niet harder dan 6 a 7 kilometer. Toen kwam ik op hem toe, niet hard ! want dan zou hij ook hebben aangezet, m aar langzaam doch geleidelijk versnellend. Hij zag mij aankomen, maar mijn tempo was niet snel genoeg om hem bevreesd te maken. Geleidelijk echter versnelde ik, ik gaf nog een extra duwtje toen ik vlak achter hem zat, liep langs hem heen en demarreerde toen uit volle kracht De renners noemen dat: ik ging dus ineens door. Nu moet je goed begrijpen, wat dat betekent. Hij reed ongeveer zeven kilometer snelheid en ik kwam op hem toe met ongeveer 20 kilometer. Die duw, toen ik achter hem zat, bracht me op ongeveer 30 kilometer en toen ik ineens doorging, demarreerde ik uit een tempo van ongeveer 35 kilometer, terwijl hij uit een tempo van zeven kilometer moest volgen. Dat kon hij natuurlijk niet. Dit verschil brak hem. Hij spande zich geweldig in, doch kon mijn achterwiel niet meer te pakken krijgen en verloor met een stuk van hier tot de overkant. Dat was de tactiek van langzaam versnellend naderen en dan ineens doorgaan. Toen Spencer van zijn fiets kwam, was hij erg down. En hij zei iets, w aar hij gelijk in had. Hij zei: ‘Zo mag je niet tegen een gelijkwaardige tegenstander rijden. Wij vormen een hoofdnummer en de ene crack moet de andere nooit een figuur laten slaan. Een renner van mindere klasse mag op die manier trachten te winnen, doch dat mag jij niet doen. D aar moest voor jou geen plezier in zitten, want jij weet heel goed, dat je met zoveel lengten van mij niet kan winnen. Mensen als jij en ik moeten elkaar met zuivere snelheid bestrijden.’ D aar had hij gelijk in. Maar hij vergat, dat ik nog een appeltje met hem te schillen had. Intussen zie je meteen wat met tactiek mogelijk is.

 

Citaat 3:

De dag daarna. Ploegentijdrit over honderd kilometer. Ploeg Post kreeg klop in de ploegentijdrit. Daar werd geschiedenis geschreven. De ploeg was op deze discipline een onklopbare. Op het laatste meetpunt werd Post nog als snelste geklokt, ondanks vroegtijdig verlies van manschappen onderweg. Vijf kilometer voor het einde waren er van de tien nog maar vijf man over. Toen loste de vijfde man. Dit noopte de ploeg tot inhouden, want de eindtijd van de vijfde aankomende werd geregistreerd als eindtijd voor de uitslag. De vijfde man werd opgehaald door Raas en teruggereden naar de andere drie. Dit herhaalde zich nog een keer want die cruciale vijfde had zijn bodem bereikt en nam nog maar vaag de omgeving waar. Uiteindelijk eindigde Post op de vierde plaats. Die vijfde man had een Hollands sprookje wreed verstoord. Dat werd hem unaniem ingepeperd. Deze ordeverstoorder had het liefst met een jas over zijn hoofd willen worden afgevoerd van het toneel. Die vijfde man was ik.

 

De periode om te antwoorden is verlopen en de winnaars zijn getrokken. Tom Reijnart en Jelle Schot, gefeliciteerd! De juiste antwoorden waren De Renner van Tim Krabbé, Te Midden der Kampioenen van Joris van den Bergh en als laatste van Santander naar Santander van Peter Winnen. Met dank aan Blueon voor de kaarten!

Leo Aquina

Leo Aquina (1972) is geboren en getogen in Nijmegen en inmiddels alweer een half leven woonachtig in Amsterdam. Ratelde jarenlang zijn toetsenbord stuk als redacteur en hoofdredacteur van de Infostradasports Newsdesk. Tegenwoordig broodschrijver en sportverslaggever in dienst van zichzelf. Schrijft wat hij leuk vindt en wat betaalt. Zag als wielerverslaggever van de Olympic News Service de finish van Vino en Uran live. Houdt nog steeds van wielrennen. Grootste heldendaad op zijn Bianchi: de Marmotte in 2009.