In Nederland moet Pino soms wijken voor politiek. Dat vind ik altijd een gotspe. Zelfs volwassenen steken meer op van Meneer Aart, die gekke blauwe vogel en de allesbehalve homoseksuele Bert & Ernie dan van de cliché uitbrakende politici bij een spoeddebatje over de zoveelste crisis. Voor kinderen moet het helemaal een ramp zijn. In plaats van Tommie in beeld, schallen er schimmige metaforen over een bedrijfspoedel door de huiskamer, begeleid door dat zinnetje bovenin in beeld: ‘Sesamstraat komt te vervallen’. Tranen met tuiten, denk ik.

16 mei. Ferrari steekt zijn hand in de lucht. Hij wint de etappe. De huisvrouwen (e.a) worden getrakteerd op een minder leuk bericht.

NeighboursIn België hebben ze ook zo hun problemen. Daar gooit de politiek geen roet in het eten, maar is het uiteraard De Koers. De groep mensen die wordt benadeeld, is ook een andere: huisvrouwen in plaats van kinderen. Om precies te zijn: de huisvrouwen die werkdagelijks het wel en wee van Toadfish Rebecchi en anderen willen volgen in de Australische soap Neighbours, die de Vlamingen, trots als ze zijn op de Nederlandse taal, Buren noemen.

Tijdens grote rondes of op een woensdag in het voorjaar moeten ze altijd vrezen. Rijden de wielrenners door of is het zo’n dag dat die twee woorden weer in beeld verschijnen rond half zes. ‘Buren vervalt’. Soms staat er ook: ‘De aflevering van Buren schuift door naar morgen’, maar gedurende een grote ronde weten de dames inmiddels dat de kans groot is dat morgen precies dezelfde tekst in beeld verschijnt.

Meer nog dan de wielrenners smachten de Vlaamse huisvrouwen naar de rustdag in een grote ronde. Dan is het na een week koers eindelijk echt morgen.

Toadfish Rebecchi Je zou mededogen kunnen voelen bij de gedachte aan de Vlaamse huisvrouwen die het eventjes zonder de belevenissen van Toadfish Rebecchi moeten stellen. Bij mij zit het anders. Iedere wieleruitzending op Sporza zit ik hartstochtelijk te hopen op die paar woorden. Vooral omdat ze niet alleen in beeld verschijnen als de renners nog een kopgroep achtervolgen of de laatste loodzware col van de dag beklimmen, maar ook als de winnaar van die dag allang een pluchen paard, overhandigd door een Italiaanse middenstander, omhoog staat te houden met twee wulpse dames naast zich.

Nog mooier: een onbekende Italiaanse dwerg die niet ondertiteld zijn verhaal van de dag doet in 5000-toeren-Italiaans, terwijl z’n gezicht door een iets te dikke soigneur wordt schoongemaakt met een washandje. En dan die tekst bovenin beeld. Op dat moment zie ik ze op de bank zitten vloeken, de Vlaamse huisvrouwen. Heerlijk. Daar kan geen heroïsche beklimming van de Stelvio of Mortirolo tegenop.

Aan de andere kant, een week zonder Toadfish Rebecchi, dat moet voor ons, wielerliefhebbers, zoiets zijn als een jaar zonder klassiekers, Giro, Tour en Vuelta, veronderstel ik. Dat gun je eigenlijk niemand.

 

Andre van den Ende