Er waren bouwwerkzaamheden ter hoogte van huisnummer 25. Tijdelijke hekwerken van Boels Verhuur stonden om de plek waar je een gedeeltelijk uitzicht hebt over Haarlem en Bloemendaal als de bomen niet in blad zijn. Een aannemer had zijn bouwbord geplaatst naast een klein rond bordje waarop stond dat je hier niet mag parkeren. Ze waren zo te zien nog niet zo lang geleden begonnen aan hun klus.

Dat zou de plotselinge verdwijning kunnen verklaren.

Het leek alsof iemand het balkon van het Kopje eens flink had opgeruimd, alle troep bij het grofvuil had gezet en alleen de hoge beuk in het midden had laten staan. Wie goed keek, zag duidelijk nog de versleten voetafdrukken van twee poten die hier minstens veertig jaar lang aan de grond genageld hadden gestaan.

Duizenden fietsers komen hier naar boven, in de meeste gevallen via de lange kant met de twee korte, oplopende stukjes waar de klinkers in het wegdek liggen. Ze passeren, schakelen een paar tanden zwaarder en draaien dan rechts naar beneden voor een korte vlucht over de duinen van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Een enkeling stopt even en wacht op achteropgeraakte fietsvrienden. Het is een klim van niks, en toch zijn verschillen op het Kopje snel gemaakt.
Dit is de plek voor een blik op de tijd. Geen moment eerder en zeker geen moment later. De denkbeeldige eindstreep ligt precies ter hoogte van de oranje brievenbus. De bus die al in 1980 door Tim Krabbé als officieel hoogtepunt van ’t Kopje werd uitgeroepen en waar de klok ook volgens Gerrie Knetemann stil hoort te worden gezet. Beginnen in de scherpe bocht beneden bij de ingang van openluchttheater Caprera, daarna zo hard mogelijk doorrammen tot boven. Toen Krabbé over het Kopje schreef was de bus nog brandweerrood en van de PTT, en zonder twijfel werden er in 1980 meer dichtgelikte enveloppen door een van de twee gleuven gekieperd dan nu, maar aan de plek zelf was verder nooit iets veranderd. Op het hoogste punt van het Kopje kon iedereen die dat wilde een ansichtkaartje naar oma of een lange brief aan zijn of haar geliefde posten en daarna afdalen via het brede asfalt van de Hoge Duin en Daalseweg of via de steile treden van de Kijkduintrap.
Dat was nu verleden tijd.

Het kon natuurlijk slechts om een tijdelijke verdwijning gaan. Dan zou de brievenbus na alle werkzaamheden op z’n vertrouwde plek terugkeren. Een telefoontje naar de afdeling Service & Contact van de Koninklijke Post zou volstaan om dat te laten bevestigen. Daar namen ze de verdwijningszaak in behandeling en beloofden er snel op terug te komen.
Dat duurde niet lang.
Nog geen drie uur later ging de telefoon en kon het proces-verbaal van de verdwijning worden opgemaakt. De brievenbus van het Kopje was, zo vertelde de dame van Service & Contact, na tientallen jaren trouwe dienst als postverzamelpunt en bergprijsbaken opgehaald van zijn plek bovenop het duin en stond nu ergens tussen honderden overbodig geraakte bussen te wachten op een mogelijke overplaatsing naar een plek in het land waar de mensen nog wel met regelmaat brieven en kaarten schrijven. Iets dat volgens haar slechts weinig gepensioneerde postbussen werd gegund, want ‘er wordt nu eenmaal steeds minder papieren post verstuurd’.

Acht weken later was het balkon van het Kopje nog even leeg en opgeruimd. De bomen hadden hun laatste herfstbladeren afgeschud, het uitzicht reikte tot ver achter de zendmast van de Waarderpolder. Er was nergens iemand die met gehaaste tred en een enveloppe in de hand probeerde om nog net de laatste lichtingstijd te halen.
Aan de overzijde van de weg, precies ter hoogte van de plek waar de bus gestaan had, stond nog altijd het rood-witte driehoeksbord dat voor de afzink waarschuwt. Er zat een mosgroen laagje op, de buitendienst van de gemeente Bloemendaal had het zo te zien al een tijdje niet afgesopt. Was Krabbé niet al eens over het bord met het ronduit overdreven stijgingspercentage van 10% begonnen toen hij over zijn beklimmingen had geschreven?
Een groepje racefietsers passeerde. In het voorbijgaan keken ze in de richting van het bord en direct daarna naar de fietscomputers op hun stuur. Hadden ze naar links gekeken, naar het balkon van het Kopje, dan zouden ze hebben gezien dat daar de sporen van waar eens de twee poten van de brievenbus hadden gestaan, waren uitgewist.

 

Naschrift: op donderdag 8 november blijkt de gemeenteraad van Bloemendaal een motie te hebben aangenomen waarin wordt voorgesteld om op het hoogste punt van het Kopje van Bloemendaal een bordje te plaatsen met de tekst ‘Kopje van Bloemendaal. 42 METER BOVEN N.A.P.’

Martijn Sargentini

Martijn Sargentini (Amsterdam, 1976) is auteur van 'Koersen over kasseien en kiezelstenen in Nederland' (uitgeverij Spectrum, 2018) en schrijft artikelen voor o.a. De Muur, Fiets magazine, Soigneur en Bicycling. Neemt zo nu en dan het wielernieuws door op Radio1.

Martijn Sargentini