Het moest nog donker worden, toen in de late namiddag van de vier en twintigste april 2016 in zijn woonkamer, ter hoogte van de zetel en de televisie, de held van deze geschiedenis, De Wielerliefhebber, nogmaals die dag ontwaakte. ‘Dit was het weer,’ mompelde hij, terwijl hij voor het eerst een herhaling van de eindsprint (1/23) zou zien. ‘Wat een jammerlijk korte droom,’ dacht hij. Toch betrapte hij zichzelf erop de inhoud met moeite in zijn hoofd na te kunnen spelen. Sommige delen beleefde hij als een roes in een droom. ‘Waar ging het nu ook weer over?’

***

Het begon allemaal de zevenentwintigste februari van datzelfde jaar 2016. Hij gunde de klok klaarwakker een blik toen het halfvijf was. Hij was noch vroeg noch laat gaan slapen. Dit kon maar één ding betekenen, dacht De Wielerliefhebber in zichzelf. Voor hij het hardop durfde te zeggen, sprong hij uit zijn bed en keek op de scheurkalender. ‘Het is Zaterdag.’ Drie woorden die hem ontdeden van de laatste zucht twijfel. Zaterdag of niet, hij kleedde zich aan en genoot van het verlangen terwijl buiten de eerste vogels hun melodietje neurieden. Hij nam een hap van een boterham, geen tweede, de krop in zijn keel gaf hem niet onmiddellijk een aangenaam gevoel, maar stelde hem tezelfdertijd gerust. De wielerliefhebber in De Wielerliefhebber was niet verloren gegaan in de eindeloosheid van de winter die geen wedstrijd aan de rand van de wereldkaart aan de muur kan verhullen. De Wielerliefhebber zocht tevergeefs naar een krant op de deurmat, schuifelde zenuwachtig van de ene kant van de woonkamer naar de andere, las Teletekst, bijna kwart over vijf. Aan de andere kant van de wereld wist men nu reeds wie de Omloop heeft gewonnen. Aan het andere uiteinde moest men nog langer wachten. Ontstellend wat verlangen met een mens doet. De wintermaanden lijken een triljoenste van een seconde in vergelijking met de uren voor de eerste livebeelden, de eerste verhakkelde trillingen in de stem van José De Cauwer, de eerste keer Mariaborrestraat. Hieraan denkend ontspoorde zijn verlangen helemaal. Zijn bestaan zou weer een cadans krijgen, elke woensdag, zaterdag of zondag viel er wel ergens weer een levensdoel te rapen. Vooruitzichten zo groot dat men over het resultaat kort mag zijn: de organisator van een veldrit en een chocolatier zegevierden dit weekend. Het blijft Vlaanderen.

***

De droom ging voort, sloeg weekdagen over, vooralsnog moet gezegd. De macht is aan de zaterdagen, zoals betaamt in geval van Italiaanse monumenten en de Strade Bianche. Gestampte aarde, grind, in de berm over het parcours verspreid mannen hulpeloos roepend om hun moeder, zijn ze een beetje snugger ook om een nieuwe fiets, De Wielerliefhebber lust er wel pap van. Ze zijn niet met velen die nog Coppi, Bartali, laat staan Girardengo en Binda hebben weten rijden, maar De Wielerliefhebber idealiseert graag en het liefst de dingen die hij nooit heeft gekend. Stofbrillen in plaats van kekke zonnebrilletjes geleverd door een van de sponsors. Strijd man tegen man in een idyllische setting, wars van tactische bespiegelingen bedisseld in achterliggend verkeer, stofwolken die opdoemen in de uitgestrekte wijngaarden en aankomst op een muurtje in het centrum van Siena dat als vast adjectief pittoresk voor zich draagt. De Wielerliefhebber had zelfs niet in de smiezen dat de witte grindwegen op twintig kilometer van het einde niet meer suspens hadden opgeleverd dan asfalt ergens tussen pakweg Milaan en San Remo. Het enige wat de wedstrijd met andere woorden nog mist zijn zwart-witbeelden, de Italiaanse regie doet de rest.

***

Als je de schoonheid van Milaan-San Remo niet opmerkt, hoeft het voor De Wielerliefhebber ook niet. Geef hem maar eens ongelijk. Het gebeurt dat hij zeurt op het koersverloop, ook hij verwart wielrennen weleens met snel vertier en hij durft in een anders zonderlinge vlaag van zinsverbijstering te opperen dat [vul een rondje om de kerktoren of door de akkers naar keuze in] Milaan-San Remo in al haar facetten (humor heeft De Wielerliefhebber altijd al belangrijk gevonden) overtreft. Weet hij nog wel beter? Wie Milaan-San Remo apprecieert, de innerlijke pracht en praal ervan onderschrijft, mateloos kan genieten van de onwrikbaar vaste opbouw, mag vrezen een reeds uitgestorven variant van De Wielerliefhebber te zijn.

***

Te goed voor een woensdag, te weinig klassieke allures voor een zondag en bijgevolg op een vrijdag. De E3 vond twee dagen na Dwars door Vlaanderen plaats, die bijna niet doorging. De Wielerliefhebber, niettemin getraind in kwesties van filosofische en ethische aard, moest zich plots uitspreken over wereldse aangelegenheden die geen juist antwoord kennen. Terreur in de hoofdstad: fietsen of niet fietsen? Geen vraag natuurlijk. Wielrennen is een microkosmos met eigen regels, gebruiken, jaartelling en bekommernissen die zich niet zomaar laat corrumperen door naburige universums. Niet op een zondagnamiddag wanneer de razende nieuwsmachine even uitrust, niet wanneer pers en politiek sereniteit en rouw vertolken als een kakofonie van recuperatie en sensatiedrang. Moeiteloos stapt De Wielerliefhebber ‘s namiddags van het ene universum in het andere, anders al, nu nog soepeler.

***

Op de divan gezeten volgt De Wielerliefhebber de gebeurtenissen op televisie. Soms legt hij zich ondanks zijn gezeten positie neer, laat hij zonder enige vorm van weerstand zijn ogen toe vallen, schiet hij door het plafond wanneer Renaat intervenieert alsof de Derde Wereldoorlog uitbreekt, het nummer 137 ging even voor het peloton uitrijden om een zakje proviand aan te nemen, José murmelt iets over eten en drinken, De Wielerliefhebber begint dan maar met nog steeds een bonzend hart in de keel het aantal wandelaars op straat te tellen, twaalf in één uur, hij verzinnebeeldt het leven van lieden die zich op zondagnamiddag omstreeks halfvier op straat begeven, het lukt hem niet. In Gent-Wevelgem is dat een risico. Een wedstrijd die voor de hand liggend start in Deinze en aankomt in Wevelgem. Nooit vergt het een inspanning het bestaan van een ander universum te miskennen wanneer het peloton Gent-Wevelgem afwerkt. Doof en blind voor alles om hem heen, onbewust dat er een om hem heen bestaat, verdrinkt De Wielerliefhebber in zijn scherm, schuifelt hij naar het puntje van het kantje van zijn divan. Geen waaier kan hij missen.

***

Aan de rouw herkent men de streek. Wanneer u slecht geheelde littekens ziet berokkend door verdriet om een gekasseide heuvel of stevig gevloek hoort wanneer een renner die nooit won, maar sinds kort begon te winnen met een gebroken sleutelbeen en een hoopje as in een zak op een lapje beton zit, het accuraatst te omschrijven als een verzameling van trottoir, fietspad, waterafvoer, leeg gekieperde glascontainers en oordeelkundig geplaatste bloembakken, dan is Vlaanderen niet veraf.

***

Alle woorden zijn ontoereikend om het relaas van Parijs-Roubaix te vatten. Elke samenvatting evenzeer. De Wielerliefhebber had beter moeten weten. Door een roman in negentig seconden samen te vatten door de belangrijkste handelingen in chronologische volgorde op te sommen krijg je altijd een vertroebeld beeld, waarom zou het in het geval van een wielerwedstrijd ook anders zijn? Of begint De Wielerliefhebber nu reeds te mythologiseren? Is hij zijn gedachten aan het herordenen? Won Tom Boonen dan Parijs-Roubaix niet, of toch deze editie niet? Het maakt weinig uit. Zijn subjectieve belevingen worden herinneringen die door de tijd eroderen. Bepaalde punten van deze Parijs-Roubaix zal hij zich levendig blijven herinneren (de eerste honderdnegenentwintig kilometer en de laatste honderdnegenentwintig), andere worden weggegumd om langer dan morgen een treffende, hapklare indruk na te laten. Zulke indruk is niet tegen alles bestand. Herinnert De Wielerliefhebber zich nog goed hoe hij zich door verbazing en verstomming liet verleiden, maar nu alleen nog meewarig kan zuchten wanneer hij edities bekijkt van de Amstel Gold Race in 2011, de Waalse Pijl in 2011 of Luik-Bastenaken-Luik in 2011. Parijs-Roubaix 2016, terloops kwam er ook iemand als eerste over de eindstreep.

***

Mocht de wielerliefhebber zich in het openbaar vertonen, let dan op, het is geen licht individu. Hij is verslaafd aan heroïek, spanning en dolle omwentelingen, hij wil een meeslepende strijd, demarrages, inzinkingen, herrijzenissen, dramatiek, epische verhalen, bovenal geen bedrog en dit alles geschoeid op traditionele leest. Boink. Een onzachte val verraadt de hogere sferen waarin De Wielerliefhebber zich bevond in zijn droom. Renners rijden gegroepeerd heuvel op, heuvel af in een streek die sedert mensenheugenis gekenmerkt wordt door lukraak geparkeerde wagens. In plaats van het schouwspel te eerbiedigen, begint De Wielerliefhebber zich te ergeren en aan de kleinste prullaria eerst. Het contrast met hetgeen voorafging was te groot. Was zijn droom aan het afzwakken? Begon het bewustzijn waarmee hij zijn eigen nietszeggende persoontje in het alledaagse leven bestuurt te knagen aan het schrikbewind van zijn onderbewuste fantasie? De feiten liegen er alvast niet om: waar hij tijdens Milaan-San Remo genoot van een relatief onzichtbaar tactisch steekspel of van een hazenslaapje, maakte De Wielerliefhebber zich in dit geval druk over de passiviteit. Driftig en haast zonder ironie begon hij te twitteren, saai, gaap, waar is de eerste honderd kilometer van Milaan-San Remo als je ze nodig hebt? Met gepaste spoed schoolde hij zich om tot parcoursbouwer, organisator en expert in het algemeen, meer in het bijzonder. Minder deelnemers? Andere formule? Parcours wijzigen? De Wielerliefhebber nam de hele namiddag onbaatzuchtig de tijd om zijn kop hierover in Frank Schleck-stukken te breken, er was ook niet echt iets anders op televisie. De sterkte van het deelnemersveld zag hij over het hoofd. Ook de winnaar kon hem maar matig bekoren. Een kleine Italiaan, rijdend voor een al even klein Belgisch team met een omnibus omerta (68) achter het stuur, en die de wachtkamer van Michele Ferrari nog heeft behangen won. Van traditionele leest gesproken.

***

Koers bestaat bij gratie van variatie op voorspelbaarheid. Zo werd vorig jaar Michael Albasini derde in de Waalse Pijl, dit jaar Daniel Martin.

***

Op naar de Rund um den Henninger-Turm Finanzplatz Eschborn-Frankfurt City Loop, toch? Het klonk De Wielerliefhebber ook maar weinig melodieus in de oren. Je kan het onherroepelijke einde voor je blijven uitschuiven, de droom rekken en rekken, het zou op den duur maar een zielige vertoning worden. ‘Het klassieke wielervoorjaar is voorbij. Het is gezien en niet onopgemerkt gebleven,’ mompelde hij. De Wielerliefhebber strekte zich uit, stond op en zocht naar een nieuwe zin in zijn leven. Zes mei is een hernieuwde eeuwigheid.