Soms is een renner die in de Tour de France als eerste aan de finish is, een uurtje later niet meer de winnaar. Stayeren, gevaarlijk sprinten en valsspelen bij de dopingcontrole zijn zomaar wat mogelijke redenen van diskwalificatie.

Als het ontsnapte duo Jens Heppner en Bart Voskamp in de Tour van 1997 op de finish afstevent, kunnen beide renners net als de kijkers niet anders bedenken dan dat de ritzege naar een van de twee gaat. Maar de sprint tussen de Duitser en de Nederlander is geen normale. Helemaal recht vooruit rijden ze allebei niet en Heppner moet – noodgedwongen (?) – ook nog tegen Voskamp aan hangen. Voskamp komt als eerste over de streep maar winnen doet hij niet. Heppner evenmin, want ook hij wordt gediskwalificeerd omdat ie afwijkt van z’n lijn. De renner die de sprint van het achtervolgende groepje wint, mag met de bloemen zwaaien: Mario Traversoni.

In 1978 is er op Alpe d’Huez een diskwalificatie van een andere orde. Michel Pollentier wint maar wordt bij de dopingcontrole gesnapt. Met een peertje onder zijn oksel – met daarin allesbehalve zijn eigen recente plas – probeert hij de boel te flessen. Pollentier wordt gesnapt. Weg ritzege, weg geel en weg uit de Tour. De ritzege gaat naar Hennie Kuiper.

Een jaar later is Gerrie Knetemann zich van geen kwaad bewust als hij zijn medevluchter Serge Parsani te snel af is en de ritzege pakt. Hij heeft echter niet met de jury gerekend die de Kneet bestraft voor het vasthouden aan de ploegleiderswagen. Parsani mag naar het podium.
Knetemann neemt twee dagen wraak door weer met iemand (Giovanni Battaglin) op pad te gaan en weer de sprint met twee te winnen. Nu mag ie ‘m houden…

Jos van Nierop
Latest posts by Jos van Nierop (see all)