Zo. Het rumoer rond Lance Armstrong gaat langzaam liggen, er zijn nog een paar oprispingen zoals het verbreken van het contract van Nike met de renner en het terugtrekken van The Boss Himself uit Livestrong. Kathy LeMond klapt nog wat uit de school en dat is het dan: we kunnen terugkeren terug naar de waan van de dag. De fabeltjes van dat het nu allemaal schoner is worden weer bovengehaald. Niets aan de hand, de zon schijnt weer over het wielrennen. Sommige wielerjournalisten kunnen nu opnieuw hagiografieën schrijven over bijvoorbeeld het wonderjaar van Tom Boonen, maar gelukkig zijn er een paar andere die de wielersport kritisch blijven volgen. Als u behoort bij hen die alleen willen worden geïnformeerd door de eerste categorie dan is het geraadzaam om nu te stoppen met lezen. Dit is het enige advies dat ik kan geven. Het heeft echt geen nut – straks, over een paar jaar, mogen jullie dan weer verontwaardigd doen en beweren dat jullie zijn belogen en dat al die wielerjournalisten op de een of andere manier fraudeurs zijn. De andere lezer wil ik graag meenemen in de wondere wereld van de hoogtestages.

Maar eerst toch nog even dit: ik wil geen enkel moreel oordeel vellen. Het enige dat ik wil is het mooie spel van list en bedrog beschrijven. Want, niet zelden stelt men me de vraag of ik nu voor of tegen doping ben. Los van het feit dat dit een vrij idiote vraag is moet ik in alle eerlijkheid antwoorden: ‘Ik weet het niet.’ Waarbij ik niet wil beweren dat het zomaar moet worden vrijgelaten. Het is een discussie waarover ik, zoals gezegd, niet echt een scherpe mening kan ventileren. Maar daar gaat het eigenlijk niet echt om. Nu ja, wat ik eigenlijk wil zeggen is dat doping bij het spel hoort. Wielrennen: het is een cowboyfilm. Of een ouderwetse policier, genre Henri Verneuil – eventjes terzijde: Armstrong, dat was Schwarzeneggergeweld.

Leuk, maar dan wel in beperkte dosis.

Zeker, bij list en bedrog hoort ook doping. Het is een onderdeel van een spel dat wordt gespeeld. Of het nu al dan niet moet worden toegelaten of moreel verwerpelijk, dat doet weinig ter zake. Het is er en het moet beschreven worden. Net als men de pogingen tot het kopen en verkopen van wedstrijden moet beschrijven. Net als al die vuile trucs die worden uitgehaald. Kortom, al die dingen die wielrennen een fascinerende vorm van fictie maakt. Meer dan dat moet het niet zijn. En ja, als er dan iemand wordt betrapt of een held van zijn voetstuk valt, dan is dat niets anders dan een nieuw hoofdstuk in het voortdurende verhaal dat wielrennen is.

Ik dwaal af, het gaat hier over het volgende schandaal, over enkele jaren uitgebreid te lezen in de vorm van een stripverhaal. Jammer dat reporter Kuifje sinds de dood van Hergé werkloos is geworden, ik zie hem al door de bergen struinen, verrekijker in aanslag, op zoek naar de oplossing van Het mysterie van de hoogtestages.

hoogtestageOm een beetje resultaat te halen in een grote ronde gaan de renners tegenwoordig maandenlang op hoogtestage. De ploeg van Sky trekt zich terug in Teide, Nibali doet zijn kilometers op de Etna, de jongens van Rabo zitten ook voortdurend ergens verscholen in een woest berglandschap, Jürgen Van den Broeck en Valverde trainen in de Sierra Nevada. Basso en Thomas De Gendt op de Stelvio. Kortom, je trekt je terug op grote hoogte en het liefst heel ver weg van enige drukte. Men kan ook thuisblijven en dan slapen in een hogedrukkamer, een vorm van natuurlijke en dus toegelaten doping. Door op hoge hoogte te verblijven, of het te simuleren, maken de nieren natuurlijke epo aan, het stimuleert het beenmerg om meer rode bloedcellen te maken. Resultaat: de uithouding verbetert, de conditie groeit. Kortom, hetzelfde effect als het gebruik van niet toegelaten bloedtransfusies en epo-gebruik.

Nu begint het te wringen.

Carsten Lundby, Professor of Integrative Human Physiology aan de Universiteit van Zürich deed in 2011 een onderzoek naar het effect van hoogtestages en hogedrukcabines. U voelt hem al aankomen: er is nauwelijks effect. Zijn test bestond erin dat een groot aantal personen trainden en leefden op hoogte of in een tent, een andere groep op gewone hoogte. Na vier weken bleek er nagenoeg geen verschil te zijn ontstaan in hun bloedwaarden of in hun prestaties

[1]. Als alternatief voor bloeddoping of het gebruik van epo heeft het dus geen enkele zin zich af te beulen in de bergen, ver weg van elk menselijk contact. Het enige dat men doet is een crisis veroorzaken in de relationele sfeer.

Kan ook een reden zijn om vrijwillig in een tentje te slapen.

Een ander argument voor de hoogtestages is natuurlijk dat men daar kan trainen ver weg van het rumoer, in alle rust, vrij van uitlaatgassen van auto’s en de moordende banden van veel te grote vrachtwagens. Zeker, het is een plausibel argument. Wat is er aangenamer dan trainen op een frisse bergtop, overal bloemetjes en kwetterende vogels? Maar was ik renner, ik zou mijn trainingskilometers maken in de Pyreneeën, op het parcours van de Tour. Kwestie van al die wegen goed te leren kennen, niet voor verrassingen komen te staan in een afdaling, weten waar het gevaarlijk is en valpartijen op de loer liggen. Of de hellingen van de Alpen oprijden. Het is daar ook rustig, er rijden daar echt niet veel meer auto’s dan in de Sierra Nevada, er zijn daar ook fraaie hotels, zelfs op de top van de cols, waar de lucht schoon is. Lijkt me verstandiger, maar dat kan een kwestie van smaak zijn. Veel mensen zie je trouwens niet op die hellingen en de moordende vrachtwagens nemen de tunnel onder de berg. Maar goed, ergens ver weg zijn er geen pottenkijkers en nieuwsgierige toeristen die wel eens een kijkje durven te nemen in de bus.

De Franse gendarmerie is ook ver weg.

Met andere woorden: de kans op onaangenaam bezoek is veel kleiner op de top van de Teide dan in Guillestre, een rustig Frans plaatsje aan de voet van de Izoard, de Vars, de Galibier, de Agnel – hellingen die wel eens in de Tour worden genomen. Of: het is toch vreemd dat Armstrong in 1999 driftig trainde in Frankrijk en eens men hem beter wilde controleren zich terugtrok in ander gebergte. Dat hij verhuisde van Nice naar Girona. Nu ja, vreemd? We weten wel waarom. Of zou het verkeer in een paar jaar tijd zo spectaculair zijn gestegen dat het daar plots veiliger trainen was?

Maar ik had het over het wringen van hoogtestages in afgelegen gebieden. Volgens Lundby kunnen hoogtestages of drukcabines misbruikt worden om doping te nemen. Bij controle komt op het bloedpaspoort naast de bloedwaarde een sterretje te staan: afgenomen op hoge hoogte of kort na een stage. Met andere woorden: de controle heeft geen enkele waarde. Michael Ashenden, een Australische dopingexpert, bevestigt alleen maar de mening van Lundby. Volgens hem zijn bloedwaardes nauwelijks te controleren tijdens hoogtestages en moeten daarom met grote voorzichtigheid worden behandeld. Een schommeling zou wel eens op een natuurlijke manier tot stand zijn gekomen. En, voegt hij er nog eens aan toe, dat zet de deur open voor fraude. Komt daar nog eens bij dat renners die bijvoorbeeld op de Teide, Etna of de Sierra Nevada aan het trainen zijn redelijk buiten schot blijven voor controle. De bloedmonsters moeten binnen de 36 uur gecontroleerd zijn in een officieel laboratorium, indien niet dan worden ze als vervuild beschouwd en zijn ze van geen enkele waarde meer. Lees: sporters kunnen een berekend risico nemen en hopen dat 1. de dopingcontroleur er niet geraakt of 2. het veel te lang duurt eer hun afgenomen bloed wordt gecontroleerd. Over wringen gesproken.

Het wrong zodanig dat ik het eerst nauwelijks kon geloven. Ik nam dan maar contact via de mail op met Hans Cooman [2]. Die bevestigde dat bij sporters die op hoogtestage zijn er rekening wordt gehouden met een afwijking in hun bloedwaarde. Maar, zo voegde hij er ook nog aan toe, om dan maar de conclusie te trekken dat het een maskering zou zijn voor dopinggebruik, neen, dat was voor hem ‘een brug te ver.’ Nu, Hans Cooman kennende, dacht ik dat hij gelijk zou kunnen hebben. Over de integriteit van Hans Cooman bestaat nu eens werkelijk geen enkele twijfel. Misschien schoten die Lundby en Ashenden wel te ver door in hun opinie. Sommigen zie nu eens werkelijk overal spoken en complotten.

Maar toch.

Als je dan leest dat de ploeg van Armstrong zich ergens in de bergen verstopte om georganiseerd doping te gebruiken begin je toch te denken dan er ergens wel waarheid schuilt in de mening van Lundby en Ashenden. Hebben ze gelijk? Ik weet het niet, eerlijk is eerlijk. Is het inderdaad een brug te ver om te denken dat hoogtestages een maskeringsmiddel zijn voor dopinggebruik? Dat weet ik ook niet. Wil dat zeggen dat al die atleten die op hoogtestage gaan of in zuurstoftentjes slapen fraudeurs zijn? Niet echt, de eerlijken onder hen hoeven zich hier dan ook niet aangesproken te voelen.

Maar het is wel zo dat men eens al die hoogtestages met gefronste wenkbrauwen mag bekijken.

Dus, heren wielerjournalisten die hun werk ernstig nemen: ga eens op onderzoek uit. De rest vult zijn tijd maar met het schrijven van boekskes die, vreemd genoeg, altijd verschijnen in de periode voor Sinterklaas.

[1] Carsten Lundby: ‘A reality check for altitude tents and houses’.
[2] Voor de Nederlandse lezers: Hans Cooman is dopingarts en –bestrijder in dienst van de Vlaamse Gemeenschap.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!



Of doneer! (*verantwoording)

Bedrag