Het gesternte stond niet goed, die zondag 26 maart 1961. Het weer was guur, koud, winderig. Het voelde allemaal niet goed aan, toen in W. Terwijl dit toch eer een hoogdag zou moeten worden, zoals elk jaar. Een dag beter nog dan de kermis in september. Maar neen, er klopte iets niet.

W. kreeg de Ronde van Vlaanderen al sedert 1928 op bezoek. Hoe ging dat in die tijd? De burgemeester, Joseph Duchâteau, was goede vriendjes met Karel Van Wijnendaele. En dus kon er wel een aankomst in W. geregeld worden. Dat zou tien jaar het geval zijn, daarna zou de Ronde – vooruit, even het cliché “Vlaanderens Mooiste” – naar elders verhuizen. Maar de vriendschap was groot genoeg om de aankomst voor lange tijd in W. te houden.

Het dorp leefde elk jaar opnieuw naar de dag van de aankomst toe. Al de eerste keer, in 1928, was er een massa volk. “Wel 25.000 man”, zeggen de archieven. “Van het Felix Beernaertsplein tot de Jan Broeckaertlaan stonden ze tien rijen dik.” Een half uur voor de koers het dorp binnenreed, was er de officiële wedstrijdwagen. Door het open raampje stak een begeleider drie vingers op. Een eenvoudig signaal: drie renners op kop, straks zijn ze hier.

Rik van SteenbergenW., dat was de Ronde. Eerst op de Jan Broeckaertlaan, op de kasseien. Dan op de Warandelaan en de Markt, afwisselend. En alle groten wonnen er: eerst Jan Mertens, dan Jef Dervaes. En later Rik Van Steenbergen, Briek Schotte, Achiel Buysse – twee keer, in zijn eigen dorp! -, Raymond Impanis, Wim Van Est, Louison Bobet, Fred De Bruyne, Rik Van Looy, Tuur De Cabooter. Namen uit een jongensboek. En Fiorenzo Magni, natuurlijk. Drie keer op rij, van 1949 tot 1951.

In de krant van toen, in 1950, schreef Karel Van Wijnendaele: “Ja, dat is me nu weer ene ronde geweest, lijk we ze vroeger zagen! Ene zware, lastige Ronde, die alleen te winnen is, en maar kan gewonnen worden door een renner van groot formaat! Magni, een warm kind uit het zonnige Italië, die in het koude Noorden les komt geven: les in taaiheid om te volharden. ‘t Was zo koud op de Kruisberg! En ‘t is daar dat Magni wegliep! Hij is geen klimmer! Men zegt en schrijft het, ook in Italië. Maar ‘t is op de Kruisberg dat hij weg loopt! En daar staat Magni moederziel alleen in de wijde vlakte van een triestig Vlaanderen. Want het regent, het hagelt en ‘t is koud! Wat zal hij doen?

Hij denkt niet en hij talmt niet! Hij rijdt voort en verder! Want ‘t is in de verte dat de zege ligt! In de verte en in de hoogte! Magni was moe! Hij was af! Maar hij won en hij was groot in zijn zege. Mag ik het belijden? Aan onverbiddelijke en ongenadige strijd, tegen wind en storm, en hagel en koude, ik heb er… mag ik? Ik heb nu zoveel grote en heerlijke dingen weer herinnerd. Die lelijke Ronde is immers zo schoon geweest!” Veel uitroeptekens, zo schreef de journalist toen.

Maar neen, het voelde niet goed die zondag 26 maart 1961. Het was guur, koud. En de wind stak op: een stoot, meer niet. Maar het volstond. Het spandoek werd weggerukt. En de renners waren in aantocht. Nino Defilippis en Tom Simpson, met z’n tweeën. Ze waren op weg naar de Warandelaan.

Ze waren er weer met vele tienduizenden, het was weer kermis. De cafés zaten vol, de mannen werden dronken, de vrouwen kirden. Straks waren ze daar. Maar het voelde niet goed. Defilippis en Simpson gingen aan het spurten, op de tast. Waar was de aankomstlijn? Daar al? Of nog wat verder? Ze wisten het niet.

Een jaar later, in 1962, verhuisde de aankomst naar Gentbrugge. Het verdriet van W. was geboren. De Ronde keerde nooit meer terug. Alleen in 2009 was er even een trootsprijs. W. werd “Dorp van de Ronde”. Exact op het middaguur reden de renners, onder het luiden van de klokken, de Markt over. Oude mannen en vrouwen hadden tranen in de ogen, de cafés zaten vol. De inwoners van W. stonden rijen dik.

Even waren ze weer jong. Even was de Ronde weer thuis. Tom Simpson versloeg uiteindelijk Nino Defilippis in de spurt. Het was zijn eerste echt grote koers.

Enkele maanden later wordt hij de eerste Brit die de gele trui droeg in de Tour. Vijf jaar later stierf hij op de Ventoux. Zondag komt de Ronde niet langs W.

W. is gewoon weer Wetteren.

Filip Osselaer

Filip Osselaer (1960) is tekstschrijver, eindredacteur, cineast en
communicatiearchitect. Hij groeide op in de gloriejaren van Eddy Merckx,
Freddy Maertens en Lucien Van Impe. Hij bereidt zich al jaren voor op zijn
eerste beklimming van de Ventoux. Grootste prestatie op de fiets: de ronde
van zijn dorp, koers voor veertienjarigen. Won toen zowel de bergprijs als de
puntentrui voor Wim, Marc, Hendrik en Linda. Favoriete boek: De Renner,
natuurlijk (17 keer gelezen). Te volgen op www.filiposselaer.be en via Twitter: @filiposselaer

Latest posts by Filip Osselaer (see all)