Gisteren zag ik Mathieu van der Poel opnieuw op grandioze wijze de Amstel Gold Race 2019 winnen en ik kreeg kippenvel van mijn hakken tot aan mijn kruin en tegelijkertijd werd ik er ongelooflijk treurig van. Net zoals ik dat word van al die andere, bij gebrek aan live sport opgerakelde beelden, omdat ze herinneren aan een tijd waarin alles zo verschrikkelijk vanzelfsprekend was.

Ik zag het publiek, rijendik, tegenwoordig een aanklacht, toen nog gewoon een uiting van heerlijk enthousiasme en ongeloof: wat is hier in hemelsnaam gebeurd! En ik zag het journaille, ongeduldig samendrommend om een op de straat neergeplofte winnaar.

Gewapend met hun microfoons knokten ze verbeten om een eerste quote. Schouder aan schouder, elleboog voor elleboog. En even later, meteen nadat Het Wonder zich had opgericht, de omhelzing van de koersdirecteur, van Leo van Vliet. Het nog nadampende rood-wit-blauw werd stevig tegen de trotse borst getrokken.

En dat allemaal gebeurde op precies dezelfde plek als de plek waarop NOS-verslaggeefster Dione de Graaff zo ongeveer een jaar later, op RIVM-gepaste afstand, sprak met een strijdlustige, maar duidelijk aangeslagen Leo van Vliet. Een gesprek tussen twee mensen met enkel een boom als stille getuige. En ik dacht: een arm, sla een arm om zijn schouders. En anders gewoon een korte aanraking, een hand op zijn onderarm, een klein gebaar van troost. Maar dat kon allemaal niet, dat mocht allemaal niet, wat even begrijpelijk als surrealistisch was.

Na het gesprek en voor de herhaling van die legendarische editie van 2019 dook men als opwarmer de geschiedenis van de Amstel Gold Race in. Een medley van legendarische beelden, aansprekende namen; een ingedikte bloemlezing van het Nederlands cyclisme. En ik dacht, ik voelde: mijn hemel, wat mis ik de koers! En hoe sympathiek dan ook: virtueel koersen is surrogaat. En van terugblikken word ik verdrietig.

Maar ik besefte: het is niet enkel het ontbreken van de koers; het is ook, of eigenlijk vooral het ontbreken van de vanzelfsprekendheid, en daardoor het ontbreken van een spontane en fysieke interactie in vreugde, rijendik en dronken van geluk, en verdriet.

En natuurlijk weet ik dat er ergere dingen in de wereld spelen dan het niet doorgaan van een koers. Ik weet het, net zoals ik uit ervaring maar al te goed weet hoe het is om een geliefde langzaam maar onvermijdelijk door de vingers te zien glippen op een intensive care. Maar wanneer ik daarna weer buiten kwam, wanneer het meest donkere stof weer weggetrokken was, was daar het leven weer en dan sloot ik na een paar rondjes vergoeding, net als bij een wielercriterium na een lekke band, weer aan in het peloton van het doodnormale bestaan. De koers van het leven die gevuld wordt met belangrijke zaken, maar zeker ook met heel veel onbelangrijke zaken. En die twee hebben elkaar nodig, houden elkaar in balans. En die balans is zoek, de koers is stilgevallen en gisteren vloog mij dat aan.

Maar ik zag ook, en misschien is dat niet meer dan een goedkope symboliek, dat alles mogelijk is zolang je er maar in gelooft. Er is altijd hoop, en soms moet je daar een minuut achterstand in 1500 meter voor dichtrijden, wat onmogelijk lijkt, misschien ook is, maar op de een of andere manier toch gebeurt.

Joost-Jan Kool
Latest posts by Joost-Jan Kool (see all)