HET IS KOERS!

Lossen op de Col de Néronne

Als ik ziek ben, kan ik me niet voorstellen dat ik ooit beter word. Echt geen flauw idee meer hoe het voelt om niet ziek te zijn.

Ik kan uitstekend ‘in het moment zijn’.

Hetzelfde gebeurt voor de televisie, kijkend naar een zwoegend peloton. Col de Néronne, vandaag. De weg loopt omhoog en plots wapperen ze er allemaal af.

Dunne schijt langs de dijen (vrij naar Alex Roeka).

Ook al ben ik niet zelden met het hol open een berg opgereden – sterker: zelden met gesloten hol – kan ik me er niets bij voorstellen. ‘Kom op, trappen’, hoor ik mezelf roepen. En: ‘Volhouden gast, nog maar 800 meter.’

Wie ooit 800 meter à 13 procent is opgereden, weet: ‘even’ is een pertinente leugen.

Het duurt een eeuwigheid, net als de hel.

Tegelijk: du moment dat je laat lopen, is alles prima. Vredig, in balans. ‘Ik heb mijn best gedaan, meer kan niet’. Dat gevoel.

Zennnn.

Gerrie Knetemann zei ooit (vrij naar ‘De Renner’): ‘Ze rijden van je weg en dat is het.’

Allemaal leuk en aardig, maar beetje makkelijk gezegd als je zelf op die fiets zit. Denk ook eens aan die arme tv-kijkers.

Mobiele versie afsluiten