‘Een van de allermooiste dingen van een WK wielrennen: je kunt er nog jaren over napraten’, zo twitterde Thijs Zonneveld na afloop van het WK op de weg voor mannen in Imola. Waar hij op doelde mag voor elke volger duidelijk zijn: had Sloveen Primoz Roglic zich moeten wegcijferen voor de Belg Wout van Aert? Stond er geen ‘morele rekening’ open van Van Aert aan het adres van Roglic? Tenslotte zijn kopman in de Tour waarvoor hij zich drie weken het schompes had gereden? Zijn hiermee de verhoudingen binnen superploeg Jumbo-Visma op scherp gezet, nota bene een week na de – voor hen – ontgoochelende afloop van de Ronde van Frankrijk? Het zijn interessante vragen, en het is verleidelijk er nog even over door te bomen.

De meeste van onze zuiderburen zijn alvast duidelijk: Roglic is een Judas, en Van Aert is welbeschouwd bestolen van een regenboogtrui. Michel Wuyts stelde – uiteraard – in ‘zak en as’ te zijn. Ook veel andere mensen lijken de mening toegedaan dat Roglic een vuil spelletje heeft gespeeld, of op zijn minst niet helemaal ‘eerlijk’ is als hij stelt dat hij simpelweg op de limiet zat en geen trap extra kon geven. De Vlamingen laten het er vast niet bij zitten, en analyseren nu zelfs al minutieus de beelden van de aflossingen in de finale. Daarbij vergeten ze overigens steeds vaker te zeggen Julian Alaphilippe de terechte wereldkampioen is geworden; zowat de enige stelling in dit hele debat waarvan ik vind dat het antwoord erop volmondig JA is. Voor het geval ‘Roglic vs V Aert’ vind ik de vlieger niet opgaan. Sterker, ik vind dat Primoz Roglic zelfs alle récht en reden bezat om eventueel ‘oneerlijk’ te zijn, om zijn Jumbo-Visma-kompaan Van Aert aan zijn lot over te laten. Ik zal dit uiteenzetten in drie kraakheldere argumenten, die allen neerkomen op hetzelfde: Primoz Roglic heeft het ‘gelijk van de kopman’ aan zijn zijde.

De morele rekening

Laten we eens beginnen bij die zogenaamde ‘morele rekening’ die Van Aert zou kunnen claimen aan het adres van Roglic. Natuurlijk is er geen speld tussen te krijgen als je zegt ‘Van Aert heeft zich drie weken helemaal weggecijferd voor Primoz, en hij mag iets terug verwachten’. De vraag is alleen wát hij terug mag verwachten, en of hij dat niet al lang gekregen heeft. Als wij normale stervelingen een ander op een buitengewone manier helpen, dan is het simpelweg rot als de ander dat vervolgens andersom ‘vergeet’. Als jij de buurman uren hebt geholpen met pech aan zijn wagen en hij zegt als jij panne hebt ‘jammer voor je’, dan is hij een lul van het zuiverste water.

Maar, wielrenners zijn geen gewone stervelingen, en dat zijn ze al helemaal niet op het WK, de enige koers van het jaar waar ze een landentricot dragen in plaats van hun eigen commerciële truitje. Wielrennen is een sport waarin een lul zijn zelfs aangemoedigd wordt vanaf de prille jeugd. Niet voor niks is Kuipers befaamde uitspraak ‘eerst het bord van je tegenstander leegeten en dan dat van je zelf’ zo bekend geworden. Het is het wielrennen in een notendop. Van Roglic verwachten dat hij eerst zijn eigen bord leeg eet voor dat dat van een tegenstander ‘op’ is, is verwachten dat hij voor even geen wielrenner is. En dat is Primoz bij uitstek wél, sterker: hij is een van de beste. Wat de reden is dat hij een (schaduw)favoriet was voor het WK. Wie echt dacht dat Roglic zich open en bloot zou wegcijferen die snapt wielrennen niet.

Slovenië boven!

Het kleine sportland Slovenië beleeft momenteel ongekende hoogtijdagen in het wielrennen. Niet alleen hebben ze de winnaar van de Tour in hun gelederen, ze hebben ook de nummer twee. Die nummer twee domineert al jaren de etappekoersen van weeklengte, en won vorig jaar de Vuelta. De nummer een is een wonderkind. Dat wonderkind gooide op het WK de eerste knuppel in het hoenderhok: Pogacars aanval leek eerst iets Merckxiaans te veinzen, maar bleek later in dienst van Roglic (althans, ik denk dat er geen andere interpretatie is). Door zo lang mogelijk te rekken, rookte Pogacar de machtige Belgische ploeg uit. Het was waarschijnlijk de reden dat Van Aert in extremis moest passen voor de punch van Alaphilippe, of dat hij niet genoeg sterke ploegmaats meer had om het gat te dichten. Dat Roglic, na het werk van Pogacar, niet sterk genoeg bleek om mee te kunnen met de Fransman, of om zelf een aanval te plaatsen, doet niet af aan het feit dat hij schijnbaar de kopman en het speerpunt van de Sloveense ploeg was.

Het gezeur vanuit België doet niet alleen vermoeden dat zij slechte verliezers zijn, maar ook dat ze nogal egocentristisch naar de koers kijken.  Het wielrennen behoort al een tijdje niet meer toe aan de ‘traditionele’ wielerlanden. Roglic was lang nummer een van de wereld, en leek de Tour te gaan winnen, tot een andere Sloveen hem in het ravijn van La Planche des Belles Filles kieperde. Denken ze nu echt dat de mensen in Slovenië niet op de banken staan voor hun renners? Als Roglic al een ‘morele verplichting’ zou hebben, dan is het dáár. Als hij meer in de tank had dan hij deed uitschijnen richting Van Aert, dan was dat voor zijn terechte hoop op nog een waterkansje op de wereldtitel. Dat Van Aert het meeste werk in de achtervolging moest doen, was normaal en terecht. Zoals Roglic’ pokerspel terecht was – het gelijk van de kopman, in dit geval van de Sloveense ploeg en niet van Jumbo-Visma.

Het gelijk van de kopman

Ik heb het nu al een paar keer gezegd: het gelijk van de kopman. Volgens mij is het een van de oudste, en stérkste ongeschreven regels in het wielrennen. Je kunt daarop proberen afdingen, maar het is een procedé dat zijn waarde keer op keer heeft bewezen. Als we in het licht van ‘Imola’ even niet naar de landenteams kijken, maar naar de ploegen, dan kun je denk ik met recht en reden de volgende pikorde binnen Jumbo-Visma aanduiden: Roglic, Dumoulin, Van Aert. Of misschien is Van Aert na zijn zeges in de Strade Bianche en de Primavera al nummer twee, maar feit is dat Roglic de grootste man is binnen de ploeg van Richard Plugge. Alleen daarom al had Roglic gelijk om niet ‘zomaar’ voor Van Aert te gaan rijden. Zeker na zijn smadelijke nederlaag in de Tour, zou dat zijn positie binnen zijn eigen team aantasten. Daarbij pleit het al voor Roglic dat hij een zeer ruimhartige kopman ís. Van Aert heeft zich inderdaad afgepeigerd voor Roglic in de Tour, maar was dat niet simpelweg zijn werk? Krijgt hij daar, weer volgens die pikorde, geen riant salaris voor? De bijwerking hiervan is ook dat de nederlaag in de Tour niet op Wout afstraalt; zijn harde labeur staat nog steeds in het hoogste aanzien. Roglic kan zich op dat vlak geen ‘misstap’ meer veroorloven, denk ik. Dan zal hij zakken in de pikorde.

Terug naar Roglic’ ruimhartigheid: naast zijn werk voor de ploeg, kreeg Van Aert in de Tour ook alle ruimte van zijn kopman om voor eigen succes te gaan, daar waar hij kon meespelen. Sprinten en vol op de limiet tijdrijden: het mag van Roglic, die evengoed had kunnen zeggen ‘mij te riskant dat sprinten, ik wil het niet hebben, straks ligt mijn sterkste helper eruit met een gebroken sleutelbeen’. Maar dat doet Roglic niet, want hij is een teamspeler. Tenminste, als hij hetzelfde tricot draagt als zijn ploegmaat. Wie stelt dat Roglic zich had moeten wegcijferen heeft niet opgelet: Roglic hééft zich al weggecijferd, op een bepaalde manier. Namelijk: door het ‘gelijk van de kopman’ om ploegmaats te verbieden aan te vallen (Froome had Van Aert zeker aan de leiband gehouden) in te wisselen voor een Ridders van de Ronde Tafel-principe. Dat siert hem.

De Belgen mogen teleurgesteld zijn dat Van Aert geen wereldkampioen werd in Imola. Hij was beresterk, er was alleen helaas een Fransman op het beslissende moment nog nét wat beresterker. Van Aert heeft verder niks te klagen over zijn reguliere kopman; die deed alles wat er van een renner en geboren kopman te verwachten valt: rijden om te winnen, en als dat niet meer gaat, erkennen dat het niet lukte, en weer door naar de volgende stip op de horizon. En er worden geen cadeautjes gegeven. Wout van Aert moet gewoon doorgaan op zijn ongelooflijke parcours en dan vindt hij zich vanzelf terug op de hoogste plek van de apenrots. Het gelijk van de kopman komt hem toe, maar hij heeft het nog niet helemaal binnen. Geen probleem; volgend jaar weer een kans.