Een late oktoberzondag. Het was een betamelijke 19 graden en in de zon kon je daar nog makkelijk 5 graden bovenop gooien. Mijn fietstochtje voelde als een laatste vrijpartij met een willekeurige ex. Je wist dat het over was, maar wederzijdse ontkenning van tijdelijke aard zorgde voor ouderwetse passie.

Ik genoot nog eenmaal vol van alles wat deze zomer tot een onvergetelijke maakte. Melancholiek bevolkte beide neusholtes vanaf kilometer één bij het opnemen van het geel en rood stervende loof.

Ik deelde mijn liefde voor het leven met elke Veluwse boom, iedere zonnestraal en elke passant.

Vandaag was de laatste dag van iets moois, een gevoel die het vergelijk met Il Lombardia aan kon.

Eén laatste fietstocht en dan kon zowel mijn fiets als de dopamine-aanmaak in de frontale hersenkwab voor een half jaar het vet in.

Aanvaarding van het eindige voelde nimmer zo comfortabel.

En dat geen enkele medewielrenner mij die dag mij groette, boeide mij niet. Dat het negeren van een soortgenoot blijkbaar niet meer alleen is voorbehouden aan de Hollandsche provinciën, concludeerde ik met speels gemak.

Het overlijdensbericht waarin vermeld stond dat de Veluwse renner die vroeger steevast de ander groette ook al reed je aan de overkant, niet meer was, las ik met een glimlach.

Dat individualisatie leidt tot asociaal fietsgedrag interesseerde me geen reet afgelopen zondag. Ik omarmde elke starre blik telkens nadat ik vriendelijk knikte. Elke door mij enthousiast uitgesproken ‘hoi’ die met een groot zwijgen beantwoord werd, accepteerde ik met liefde.

En hoe meer kilometers er onder mijn wielen verdwenen, des te ontspannender ging ik om met deze contactgestoorde lamlullen en sufkutten.

Bij iedere interactie met deze tot een karikatuur geworden sukkel die zichzelf in een te mooie pakje op een te dure fiets presenteerde als een quasi onaantastbare entiteit, voelde ik de liefde tot de ander groeien.

Ik houd namelijk gewoon te veel van jullie om het er maar bij te laten. Ik kan jullie gebrek aan eigenwaarde toch onmogelijk beantwoorden met onverschilligheid? Jullie gaan me aan het hart, ook al waren jullie afgelopen zondag groots uit vorm.

Vanaf nu laten jullie gewoon, voordat je de schuur verlaat, je onaantastbaarheid lekker thuis en maak je met jezelf de afspraak dat je weer effe normaal gaat doen en iedere wielrenner gewoon groet. Geen uitzonderingen. Overkant of niet, een lelijker outfit of niet, de perfecte houding of niet. Je groet.

En nee, we doen geen halfbakken knipoogjes vanachter je gespiegelde spacebril, maar we gaan gewoon ‘hoi’ zeggen op du moment. En daarbij haal je tegelijkertijd even één hand van je stuur en bal je je vuist. Juist. De vuist.

De vuist als teken van verbroedering. Nee, niet een witte, niet een zwarte, nee… de fietsvariant.

RIDE POWER!