saganHet wegwielrennen, een bij wijlen heel tactische en mede daardoor ook wondermooie sport, kan soms toch voorspelbaar zijn. Zo weet iedereen dat Fabian Cancellara komende zondag Parijs-Roubaix wint: Boonen is geblesseerd, Sagan rijdt niet mee, de rest is een klasse minder sterk. Als hij gespaard blijft van al te veel of al te brute pech, dan wint Spartacus in Noord-Frankrijk honderd procent zeker zijn zesde Monument.

Ook in het huidige specialisatieklimaat blijven er nog realiseerbare ‘challenges’ over voor de renners. Zo behaalde Alberto Contador in 2008 nog de ‘Grand Tour Triple’ (winst in de drie grote ronden – soms ook wel Grand Slam genoemd), iets wat slechts vier renners hem voordeden. Afgelopen herfst meldde de Britse krant The Telegraph dat Bradley Wiggins hetzelfde wil proberen. Als hem dat niet lukt, dan zijn er trouwens nog een heleboel andere uitdagingen op groterondegebied te bedenken (zie hier voor enkele statistiekjes).

Waar we echter al sinds de Ronde van 1977 (en sinds – niet toevallig? – Roger De Vlaeminck) op wachten, is een nieuwe renner die de vijf Monumenten op zijn erelijst heeft staan: de Primavera, de Ronde, de Hel, La Doyenne en de Ronde van Lombardije. Naast De Vlaeminck zijn enkel Eddy Merckx en Rik Van Looy erin geslaagd in de vijf grootste klassiekers te zegevieren.

Van de huidige generatie heeft Cancellara de beste papieren om ooit hetzelfde te verwezenlijken: hij won al in Sanremo, Meerbeke en Roubaix. De heuvelklassiekers laat hij echter jaar na jaar aan zich voorbijgaan, hoewel heel wat volgers geloven dat hij ook in die wedstrijden zou kunnen scoren, mocht hij ernaar pieken. Boonen? Die heeft wel al zeven zeges in Monumenten behaald, maar slechts in twee verschillende wedstrijden. Lang dachten we dat het Bettini misschien zou lukken, maar hij kon in Vlaanderen dan weer net niet met de allerbesten mee. Philippe Gilbert dan? Hoe vreemd het ook mag lijken, hij heeft nog maar twee van de vijf superklassiekers binnengehaald. Alle hoop rust dus op de schouders van de jonge Peter Sagan. Hij won tot op heden nog geen enkel Monument, maar niemand die eraan twijfelt dat hij ze in theorie allemaal kán winnen.

Sagan heeft, net als Gilbert en – vroeger – Bettini, één probleem: hij moet voorbij Roubaix. En om te winnen in de Helleklassieker moet je er natuurlijk eerst aan deelnemen. Bettini deed het niet, Gilbert doet het niet (meer), en nu slaat ook Sagan de kasseienklassieker over. Wellicht is dat een goed idee als je een mooi resultaat wilt boeken in de Ardennen, maar zo raakt dat Monumentenlijstje natuurlijk nooit compleet. Ooit wonnen Tourwinnaars op de bekendste betonnen wielerbaan ter wereld, maar die tijden lijken nu ver achter ons te liggen. Heeft de specialisatie ervoor gezorgd dat Roger De Vlaeminck de allerlaatste was die de vijf Monumenten kon winnen?

En dan is er nog een probleem. We vinden namelijk nergens een mooie naam voor de prestatie die Van Looy, Merckx en De Vlaeminck leverden, behalve dan het nogal omslachtige “winst in de vijf Monumenten”. Ideeën voor betere namen zijn meer dan welkom, maar ook wij hebben een voorstel: Sagan Slam – op voorwaarde natuurlijk dat de Slovaak er zelf in slaagt die Sagan Slam te behalen.

Tot slot: we beseffen dat sinds de podiumceremonie van de Ronde van Vlaanderen ‘Sagan Slam’ ook anders geïnterpreteerd kan worden, maar, eerlijk waar, we hadden de term al bedacht vóór het Maja-incidentje!

Latest posts by Tim Vuylsteke (see all)