Anthony staart mistroostig voor zich uit. Gelaten ondergaat hij de verplichte ceremonie die hem ten deel valt. Een trui, een bloemstukje en twee maal twee kussen van de in rood-wit gehulde rondemissen – de onderkant van hun sierlijke jurkjes heeft opvallend veel weg van een paraplu, of van een paddenstoel. Het gaat in een roes aan hem voorbij. Liever had hij hier nu niet gestaan, op het erepodium na afloop van de negende Touretappe van 2010 in Saint-Jean-de-Maurienne. Nou ja, juist wel graag, maar dan enkele minuten eerder. Op het moment dat de winnaar van de etappe gehuldigd werd. Met een brede grijns om zijn mond had Sandy Casar zo-even die eer voor zich opgeëist. Anthony had het feestelijke tafereel vanachter de coulissen gade geslagen, terwijl hij een dikke brok teleurstelling probeerde weg te slikken. Een gevoel dat het beste te vergelijken valt met dat van iemand die een glaasje champagne mag meedrinken omdat diens buurman zojuist de loterij heeft gewonnen, maakt zich van de gedrongen Fransman meester wanneer hij het podium wordt opgeroepen. Als schrale troost mag hij een bolletjestrui komen afhalen. Het was dat Blaise Chauviere, een van de assistenten bij de Bbox Bouygues Télécom-ploeg, hem direct na de finish had opgevangen en hem op de podiumceremonie had geattendeerd. Anders was Anthony ongewis van zijn troostprijs direct de lichtblauw gekleurde teambus in gestapt, om zijn deceptie het eerstvolgende half uur onder een handdoek te verstoppen. Een veel-winnaar is hij allerminst en kansen op een zege zijn spaarzaam. Zeker in een Touretappe. Nu Anthony Charteau er zo dichtbij was, maar uiteindelijk in zijn opzet gefaald heeft, kan niets de teleurstelling goedmaken. Ook niet het mogen aantrekken van de bolletjestrui als kersvers leider in het bergklassement.

Opgelucht en vol goede moed is Anthony Charteau anderhalve week eerder begonnen aan zijn vierde Ronde van Frankrijk. Na twee jaar absentie is hij eindelijk weer van de partij als een kleine tweehonderd renners één voor één van het startpodium rollen op het Zuidplein in Rotterdam. Voor het eerst in de Tourgeschiedenis is de havenstad het beginpunt van de drieweekse expeditie die zich, op de eerste dagen in Nederland en België na, geheel in Frankrijk afspeelt. Al aan het einde van het vorige seizoen, bij het tekenen van een contract bij de bescheiden Franse ploeg Bbox Bouygues Télécom, had Anthony heldere afspraken gemaakt met ploegleider Jean-René Bernaudeau. De Tour, die wilde hij weer rijden. Geen discussies, mitsen of maren, maar de garantie op één van de negen startplekken binnen het team waar Thomas Voeckler de blikvanger is. Vier jaar eerder was het uitblijven van een plaatsje in de Tourselectie precies de reden geweest dat Anthony Bouygues Télécom en Bernaudeau de rug had toegekeerd. Woest was hij toen zijn ploegleider hem daags na het Franse nationale kampioenschap telefonisch mededeelde dat hij niet mee mocht naar de ronde. Direct had Anthony besloten te willen verkassen. Niet veel later had hij de daad bij het besluit gevoegd en een overstap naar Crédit Agricole aangekondigd. Na twee seizoenen in het groenwit van de Franse boerenleenbank was Anthony naar Spanje uitgeweken, maar het shirt van Caisse d’Epargne had hij in de Tour niet mogen aantrekken. Vandaar dat Anthony niet lang had getwijfeld toen Bernaudeau hem polste voor een terugkeer bij de ploeg waar hij in 2001 zijn profcarrière was begonnen. Geen uitgesproken kopman om zich voor te hoeven wegcijferen, maar lekker aanvallen. Televisieminuten meepakken voor de shirtsponsor en proberen een van de twintig felbegeerde Tourritzeges te bemachtigen. Iets wat Voeckler en ploeggenoot Pierrick Fédrigo ook elk jaar deden en dat regelmatig tot succes had geleid. Bij het vooruitzicht alleen al weerklonk er direct een bugeloproep in het hoofd van de Fransman. Bernaudeau stemde in met de eis een plaatsje in de Tourselectie te reserveren en de deal was sneller beklonken dan de verkoop van een woning op een totaal overspannen huizenmarkt.

Alpen

In de eerste Tourweek van 2010 houdt Anthony zich rustig. Op de Nederlandse, Belgische en Noord-Franse wegen acht hij zichzelf niet heel kansrijk. Bovendien zijn er ploeggenoten die hun kans schoon zien en mee sluipen in kopgroepen. Ondanks verwoede inspanningen halen de ontsnappingen waar Sébastien Turgot, Pierre Rolland en Nicolas Vogondy deel van uitmaken het telkens niet tot de finish, waardoor de renners van Bbox Bouygues Télécom over het algemeen anoniem in de buik van het peloton de eerste etappes beëindigen. Enige uitzondering is de al genoemde Turgot, die in massasprints een paar keurige top 10-klasseringen bij elkaar rijdt. Charteau en zijn ploeggenoten kijken dan al uit naar het tweede Tourweekeinde, als de Alpen opdoemen. Vooral in niet al te zware bergetappes en overgangsritten kunnen de Fransen hun slag slaan. In de zevende etappe, naar Station des Rousses, zitten Voeckler en Fédrigo dan ook voortdurend in de voorste gelederen, nadat Charteau puik knechtenwerk heeft geleverd. Het gehoopte succes brengt het echter niet.

Een dag later is het Anthony Charteau zelf die zich voor het eerst laat zien. De aankomstlijn van de achtste etappe is getrokken op Morzine-Avoriaz, een klim van eerste categorie met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,1%. In aanloop naar de Alpenreus gaat Charteau in de tegenaanval als Mario Aerts, Koos Moerenhout en Amaël Moinard gedrieën voor het peloton uitrijden. De achtervolging blijkt echter al snel een typisch voorbeeld van een ‘chasse patate’ en nog voordat het serieuze klimwerk is begonnen verslinden klassementsrenners als Andy Schleck, Alberto Contador, Cadel Evans en Samuel Sánchez de arme Charteau en de drie koplopers als weerloze zebra’s, die aan een roedel hongerige hyena’s ten prooi vallen. Schleck zal de etappe winnen en uiteindelijk ook de Tour van 2010 op zijn naam schrijven als Contador een minimale, doch te hoge, dosis clenbuterol uit plast bij een dopingcontrole – vervuilde biefstuk, weet u nog?! – waardoor hij zijn eindzege achteraf zal moeten inleveren.

Met zijn mislukte achtervolgingspoging van twee dagen eerder, de achtste en negende etappe worden gescheiden door een rustdag, nog vers in het achterhoofd besluit Anthony het in de volgende rit slimmer aan te pakken. De samenstellers van het Tourmenu schotelen de renners liefst vier Alpencols voor, waaronder de Col de la Colombière en de Col de la Madeleine, uitgesmeerd over een afstand van meer dan 200 kilometer. Aanvallers die vandaag willen meestrijden om de dagzege zullen moeten zorgen dat ze direct in de kopgroep zitten. Later alsnog de achtervolging inzetten zal niet meer zijn dan een totaal overbodige verspilling van krachten, die in de resterende twee Tourweken nog hard nodig zullen zijn. En dus is Anthony meteen alert als al na zeven kilometer koers Thor Hushovd en Jérôme Pineau het hazenpad kiezen. De twee zijn toevallig allebei oud-ploeggenoten van Anthony. Hushovd in zijn eerste jaar bij Crédit Agricole en Pineau in de jaren daarvoor bij Bouyques Télécom. De Noor en de Fransman hebben vandaag een andere missie dan de dagzege. Eerstgenoemde draagt het groen, terwijl Pineau de bolletjestrui in zijn bezit heeft. Beiden willen de vlucht vooral gebruiken om punten te verzamelen voor de twee nevenklassementen. Daarna zien ze wel of er nog meer in het vat zit en ze wellicht ook nog om de ritzege mee kunnen strijden.

Als Anthony Charteau na een flinke inspanning aanhaakt bij Hushovd en Pineau, samen met een aantal andere gelukszoekers de voorsprong op het peloton monstert en inventariseert wie er nog meer van de partij zijn, ziet hij al gauw gezichten die hem tevreden stemmen. Met renners als Jens Voigt, Luis-León Sánchez, Christophe Moreau en Sandy Casar erbij heeft deze kopgroep een goede kans de Alpenpassen over te komen en de finish in Saint-Jean-de-Maurienne eerder te bereiken dan de klassementsrenners. Tegelijk realiseert Anthony zich dat het in dit gezelschap niet gemakkelijk zal zijn de winst op te strijken. Eerst maar eens het tijdverschil met het peloton uitbouwen en de cols overleven. Daarna ziet Anthony verder.

Op de eerste drie beklimmingen van de dag strijden Pineau en Moreau om de punten voor het bergklassement. Beide Fransen rijden, net als Anthony Charteau, in vrijbuitersploegen zonder uitgesproken kopman en hebben dus alle vrijheid om voor eigen succes te gaan. Pineau is na zeven jaar onder de hoede van Jean-René Bernaudeau in 2009 overgestapt naar Quick-Step. De ploeg van Patrick Lefevere richt zich vooral op eendagswedstrijden en drijft in de Tour op de uitspattingen van Sylvain Chavanel. Dat klinkt niet als het sterkste strijdplan, maar aan het einde van de eerste Tourweek van 2010 heeft de immer aanvalslustige Fransman al twee ritzeges en evenzoveel dagen in de gele trui achter zijn naam staan. De successen van zijn ploeggenoot geven Pineau de ruimte om zonder druk aan te vallen. In een kopgroep of een uitgedund peloton is hij met zijn sterke eindschot niet kansloos. Die ‘punch’ heeft Pineau in de tweede etappe de bolletjestrui opgeleverd, toen hij op de klimmetjes van vierde categorie zijn medevluchters wist te verschalken. Nu hij het kleinood om de schouders heeft, is hem er alles aan gelegen de trui zo lang mogelijk in bezit te houden. Een klimmer is Pineau niet, maar wie voldoende sprokkelt kan een groot vuur brandende houden en dat is precies wat de renner van Quick-Step in de negende Tourrit naar Saint-Jean-de-Maurienne van plan is.

Gelijke hoogte

Voor Christophe Moreau zou de bolletjestrui een mooi afscheidscadeau zijn aan het einde van zijn zeventienjarige profcarrière. De 39-jarige Fransman, die in zijn hoogtijdagen vier keer top 10 reed in de Tour, is in zijn laatste seizoen bij het Spaanse Caisse d’Epargne terecht gekomen. Voor een goed klassement heeft het verstrijken der jaren te veel impact gehad op het rennerslijf, vandaar dat Moreau zijn zinnen heeft gezet op etappezeges en het bergklassement. In een sprint tegen Pineau legt de blonde Fransman het echter op alle fronten af tegen zijn snellere landgenoot, die zo zijn voorsprong in het bergklassement steeds verder uitbouwt. Achter de twee komt Charteau op de eerste drie cols van de dag telkens als derde boven. Zo snoept hij ook wat bergpuntjes mee. Een doel is de bolletjestrui voor hem echter niet. Ook Charteau weet dat hij tegen puncher Pineau weinig kans maakt. Liever spaart hij zo veel mogelijk krachten voor de slotklim, de Col de la Madeleine, en de resterende kilometers.

Op de Madeleine dunt de kopgroep uit in het tempo waarin overrijpe appelen van een boom vallen. Caisse d’Epargne, met liefst drie renners vertegenwoordigd in de frontlinie, neemt direct het initiatief. Luis-León Sánchez, Christophe Moreau en José Iván Gutiérrez schroeven het tempo vooraan dusdanig op dat de meesten van hun medevluchters de witte vlag moeten hijsen. Zelf moeten de twee ploeggenoten van Sánchez hun inspanning ook snel bekopen, zodat nog vier renners strijden om de bergpunten en de premie op de Madeleine. Terwijl de Franse televisieregie begrijpelijkerwijs meer aandacht heeft voor de strijd tussen de klassementsrenners, die Schleck en Contador in hun voordeel beslechten door geletruidrager Evans, oud-Tourwinnaar Sastre en alle andere favorieten op achterstand te zetten, wipt Anthony Charteau in de laatste meters van de Madeleine voorbij Sánchez, Casar en Damiano Cunego en pakt zo de volle mep aan bergpunten. En dat zijn er nogal wat. De Tourorganisatie kent dubbele punten toe op de slotbeklimming van de dag, als die van tweede, eerste of buitencategorie is. Ongeacht of daar de finishstreep ligt of dat er nog gedaald dient te worden. Daardoor zijn er op de Madeleine, een col van buitencategorie, liefst veertig punten voor de eerste renner te verdienen. Anthony Charteau is dankzij zijn korte tempoversnelling op de top spekkoper. Als het bergklassement een hitparade was geweest zou hij met superstip zijn gestegen. Het is slechts een aardige bijkomstigheid, want honderd keer liever dan op de Madeleine wil hij Sánchez, Casar en Cunego straks klop geven op de aankomstlijn.

Of het aan die korte tempoversnelling op de Madeleine heeft gelegen, de afstand van ruim tweehonderd kilometer, het feit dat Anthony Charteau weliswaar redelijk een berg op kan fietsen, maar nu niet bepaald een rasklimmer is, of dat andere renners soms simpelweg net iets beter zijn, weet de verslagen en hevig teleurgestelde renner van Bbox Bouygues Télécom zelf ook niet als hij na het eindsprintje in Saint-Jean-de-Maurienne in de armen van Blaise Chauviere rijdt. Wat hij wel weet is dat hij bij het inzetten van zijn eindschot ruim te kort schoot. Misschien een te groot verzet had staan, maar in ieder geval bij elke pedaalomwenteling meer melkzuur door zijn benen voelde gieren. Een vijfde plek, achter ritwinnaar Casar, Cunego, Sánchez en de teruggekeerde Moreau en voor Schleck en Contador, die weliswaar in de afzink van de Madeleine waren aangesloten bij de koplopers, maar geen interesse hadden om mee te sprinten voor de ritwinst, is zijn deel in de daguitslag. Anthony Charteau is moegestreden en vooral teleurgesteld. Hoe vaak zal hij nog in een dergelijke uitgangspositie komen? Laat staan in de Tour?! Gelaten en in een roes van deceptie hoort hij Chauviere iets zeggen over ‘podium’ en ‘bolletjestrui’. Dat Anthony die mag overnemen van Jérôme Pineau heeft de Fransman zich onderweg nimmer gerealiseerd en is bij lange na niet genoeg om het verlies van de dagzege te compenseren. Met een mistroostige blik in zijn ogen laat hij de rondemissen het witte tricot met de rode stippen omhangen. In het bergklassement staan Charteau en Pineau op gelijke hoogte, met ieder 85 punten, maar omdat Charteau als eerste boven kwam op de Madeleine is hij de nieuwe leider.

Vriendschap

’s Avonds op zijn hotelkamer slaat Anthony aan het rekenen. Door de puntentelling, waarbij relatief veel te halen valt op beklimmingen van tweede, derde en vierde categorie is hij dankzij zijn ‘lucky shot’ op de Madeleine niet kansloos voor de bolletjestrui. Integendeel. De volgende dag besluit hij de handschoen op te pakken en de strijd met Pineau en Moreau aan te gaan. Die verliest hij meteen op de eerste de beste klim van de dag, de Côte de Laffrey. Doordat zes koplopers het gros van de punten opsnoepen zijn er nog maar een paar puntjes te verdienen voor de voorste twee van het peloton. Jérôme Pineau wendt nog maar eens zijn van Moeder Natuur meegekregen punchtalent aan. De uitgekookte oud-ploeggenoot herovert zijn trui. Anthony is er op zijn beurt niet heel rouwig om. De twaalfde etappe, een heuvelrit naar Mende, met onderweg twee cols van tweede en drie van derde categorie, heeft hij al voor de Tourstart in Rotterdam aangemerkt als een fraaie gelegenheid ten aanval te trekken in zijn jacht op ritwinst. Het voornemen is nu meteen een uitgelezen kans bergpunten te verzamelen.

Zonder geluk vaart niemand wel, luidt een bekend gezegde. De zeventiende-eeuwse Britse politicus en schrijver Joseph Addison voegde daar nog een mooie wijsheid aan toe: ‘vriendschap vergroot het geluk en vermindert ellende’. Beide oneliners zijn op 16 juli 2010, als het Tourpeloton koers zet naar Mende, geheel van toepassing op Anthony Charteau. In het eerste uur koers klapt Jérôme Pineau ongelukkig tegen het Franse asfalt. Weliswaar ‘zonder erg’, zoals Vlamingen zeggen, maar ondanks dat de leider in het bergklassement snel weer op zijn fiets zit en zijn weg kan vervolgen, maakt de valpartij hem kansloos mee te springen met de ontsnapping van de dag. Charteau heeft op zijn beurt de slag niet gemist en krijgt dus opnieuw een kans om punten te verzamelen. De Fransman heeft bovendien het geluk dat een oud-ploeggenoot uit zijn tijd bij Crédit Agricole ook een plekje in de voorste gelederen heeft weten te bemachtigen. Christophe Kern rijdt nu weliswaar in het rood-witte shirt van Cofidis, hij is niet te beroerd zijn twee voormalige ploegmaten in de kopgroep een handje toe te steken. Twee inderdaad, want ook Thor Hushovd is weer mee geglipt, in een poging het groen te heroveren op Alessandro Petacchi. De Noor komt nu uit voor Cervélo, maar ondanks dat Kern, Hushovd en Charteau inmiddels drie verschillende werkgevers hebben, werken ze slim samen om een zo hoog mogelijk rendement uit hun vlucht te halen. Al zal hun poging niet tot de eindstreep reiken. Op de slotklim van de dag, de Côte de la Croix Neuve, enkele kilometers voor de finish, gaan de dubbele bergpunten naar de klassementsrenners, waarna Joaquim Rodríguez de etappe wint. Desondanks is de moeite niet voor niets. Hushovd en Charteau slaan op weg naar Mende allebei een fraaie slag voor hun nevenklassementen.

Het opgebouwde puntentotaal geeft Anthony Charteau na de twaalfde rit even rust. In de komende overgangsetappes zijn relatief weinig punten te vergaren, zodat zijn bergtrui niet onmiddellijk in gevaar komt. Hij kan het iets rustiger aandoen. Een beetje op krachten komen in de luwte van het peloton. Ondertussen zullen ploeggenoten Thomas Voeckler en Pierrick Fédrigo hun kans schoon zien en met hun aanvalslust meteen wat bergpunten wegkapen. Zo slaan de renners van Bbox Bouygues Télécom twee vliegen in één klap.

Pyreneeën

De beslissing in het bergklassement zal vallen in de twee Pyreneeënetappes waarin, verdeeld over twee dagen die worden gescheiden door een rustdag, de Col de Peyresourde, Col d’Aspin, Col d’Aubisque, Col de Marie-Blanque, Col du Soulor en Col du Tourmalet bedwongen moeten worden. Die laatste klim staat zelfs twee keer op het programma. Tegen zoveel klimgeweld is Pineau niet opgewassen. Nu hij de bolletjestrui enkele dagen eerder kwijt is geraakt, verzoent hij zich met de wetenschap dat hij niet tot beste klimmer van de Tour van 2010 zal worden gekroond en mengt zich niet langer in de strijd om het bergklassement. Charteau weet dat het gevaar nog slechts van twee kanten kan komen: een uitspatting van Christophe Moreau of een klassementsrenner die op weg naar tijdwinst op zijn concurrenten ‘en passant’ een flinke hoeveelheid bergpunten mee harkt. Hij zal hoe dan ook nog een keer ten aanval moeten trekken wil hij zijn kansen op de bolletjestrui behouden. Anthony besluit het lot in eigen hand te nemen. Zodra na de start van de zestiende etappe in Bagnères-du-Luchon de Peyresourde opdoemt, maakt hij zich los uit het peloton. Niet om een solovlucht op touw te zetten, maar om naar een groep van achttien koplopers te springen. Zij zijn enkele kilometers eerder op avontuur gegaan. Een gevoel van trots kruipt door het lijf van Anthony als hij ziet in wiens gezelschap hij de Peyresourde op kachelt. Bradley Wiggins, Lance Armstrong, Roman Kreuziger. Stuk voor stuk zijn ze in de laatste Tourweek van 2010 kansloos geraakt voor een goede eindklassering en dus grijpen ze de Pyreneeënrit naar Pau aan als laatste strohalm om hun eer te redden. Geen van hen heeft belang bij bergpunten en dus krijgt Anthony alle ruimte om zijn totaal te vergroten. Missie geslaagd.

Als de koplopers na de Peyresourde en de Aspin aan de Tourmalet beginnen, dooft het vuur in het vermoeide lichaam van Anthony langzaam uit. Uitgerekend op het moment dat Christophe Moreau de achtervolging op de koplopers heeft ingezet, moet de drager van de bolletjestrui zijn metgezellen laten gaan. Meer bergpunten zal hij vandaag niet pakken. Nu kan hij slechts hopen dat Moreau niet te veel op hem inloopt. Die slaagt daar, ondanks verwoede pogingen van Charteau’s ploeggenoot Fédrigo hem van zo veel mogelijk punten af te houden, echter heel aardig in. Moreau sluit op tijd vooraan aan om als eerste de top van de Tourmalet te passeren en doet dat ook weer op de Aubisque. Ondanks dat er nog een afdaling volgt en meer dan veertig nagenoeg vlakke kilometers naar de aankomst in Pau, zijn er op de Aubisque, de slotklim van de dag, dubbele punten te verdienen. Kassa voor Moreau, die ineens een levensgrote bedreiging vormt voor Anthony Charteau. De leider in het bergklassement heeft nog maar vijftien luttele punten voorsprong als hij in Pau een vers exemplaar van ‘de bolletjes’ krijgt omgehangen. Die avond vloeit de champagne rijkelijk in het rennershotel van Bbox Bouygues Télécom. Pierrick Fédrigo is in Pau de snelste gebleken van de acht overgebleven koplopers en bezorgt ploegleider Bernaudeau een tweede ritzege op rij, nadat Thomas Voeckler een dag eerder in de overgangsetappe naar Bagnères-du-Luchon had toegeslagen. De beslissing in het bergklassement zal vallen in de zeventiende etappe, met aankomst op de Tourmalet. In de resterende drie ritten, een vlakke naar Bordeaux, een tijdrit en het criterium op de Champs-Élysées, zijn geen punten voor de bolletjestrui te verdienen.

Laatste opponent

Pau is twee dagen later, na de tweede rustdag, plaats van vertrek voor een 174 kilometer lange rit naar de top van de Tourmalet, met onderweg de Marie-Blanque en de Soulor. Alsof de afgelopen drie weken nog niet zwaar genoeg zijn geweest, laten de weergoden het flink spoken in de Pyreneeën. Koude druppels vallen op de met regenjacks bedekte rennerslichamen. Mecaniciens voeren nog snel een extra controle uit op remmen en banden. Met enkele spekgladde afdalingen in het vooruitzicht mag er uiteraard geen enkel risico worden genomen. Hetzelfde geldt voor de ploegentactiek bij Bbox Bouygues Télécom. Jean-René Bernaudeau heeft zijn renners op het hart gedrukt alles op alles te zetten om de bolletjestrui van Anthony Charteau veilig te stellen. Antagonist Christophe Moreau mag onder geen enkele voorwaarde in een kopgroep belanden en ook Cunego en Casar hebben genoeg bergpunten achter hun naam staan om nog altijd een bedreiging te vormen. En dus beveelt Bernaudeau zijn renners als magneten aan het achterwiel van de drie concurrenten te kleven. Voeckler, Fédrigo en Rolland voeren hun taak perfect uit, terwijl Cyril Gautier geen seconde van de zijde van zijn gelegenheidskopman wijkt. Al snel ontwikkelt zich een droomscenario voor Charteau en Bbox Bouygues Télécom. Een groep van zeven ongevaarlijke renners ontsnapt en zal het leeuwendeel van de bergpunten op de Marie-Blanque en de Soulor wegkapen. Als de gladde afdaling van de Soulor achter de rug is – Charteau daalt in een regenjas met de nationale driekleur van Frans kampioen Voeckler; de ervaren ploeggenoot van de bolletjestruidrager weet maar al te goed dat dit niet het moment is om doorweekt en onderkoeld de man met de hamer tegen te komen – brengen zijn ploeggenoten Charteau nog één keer naar de voorste rijen van het peloton. Je weet immers maar nooit. De zeven zullen het niet gaan redden en op de Tourmalet zijn veertig punten te verdienen. Moreau heeft er maar vijftien nodig om Charteau in te halen. Cunego en Casar kunnen hun achterstand dan inmiddels niet meer goedmaken. Moreau is de laatste opponent.

Terwijl Andy Schleck en Alberto Contador een verbeten strijd om het geel uitvechten en de zeven koplopers voorbij snellen alsof ze stil staan, zien de renners van Bbox Bouygues Télécom dat dit niet de dag van Christophe Moreau is. De gewezen klassementsrenner moet zijn inspanningen van de vorige dag bekopen en staat geparkeerd op de flanken van de Tourmalet. De buit is binnen. Terwijl het Franse publiek de verse bergkoning uitbundig toejuicht, besluiten Charteau en ploegmaat Gautier op hun gemak naar boven te rijden. Ze willen volop genieten van een moment waarvan ze weten dat ze dit niet nog een keer meemaken. Met tranen in hun ogen voltooien ze hun zegetocht. Als Anthony na de finish weer een nieuwe bolletjestrui mag aantrekken, kijkt hij, net als negen dagen eerder in Saint-Jean-de-Maurienne, niet heel vrolijk. Ditmaal vecht hij echter niet tegen de teleurstelling om een verloren etappe, maar doet hij zijn uiterste best zijn emoties in bedwang te houden. Een strijd die hij drie dagen later op de Champs-Élysées nogmaals zal moeten aangaan.

Kritiek

Ondertussen is de kritiek op de nieuwste winnaar van de bolletjestrui niet van de lucht. Een ‘Walkowiak-je’ schrijft het journaille op een van azijn doordrenkt toetsenbord. Het is een verwijzing naar de Tourwinnaar van 1956, Roger Walkowiak; een outsider die dankzij een monsterontsnapping in de zevende etappe zoveel voorsprong opbouwde op alle favorieten dat een succesvolle aanval in de laatste Alpenrit voldoende was om de eindzege te behalen. Tot verbazing en onvrede van velen, die het succes van Walkowiak als toevalstreffer zagen en de naam van de Poolse Fransman zelfs als ‘smetje’ op de erelijst van de Tour beschouwen.

In 2010 heeft de Tourdirectie diep in haar hart ook liever een rasklimmer in de bolletjestrui dan een voor het grote publiek volslagen onbekende Franse knecht. Om herhaling te voorkomen wordt er ingegrepen. Het bergklassement gaat op de schop. Sprokkelen is vanaf 2011 een flink stuk lastiger. Voortaan vallen minder renners in de punten, het aantal punten op beklimmingen van tweede, derde en vierde categorie gaat omlaag, en dubbele punten zijn alleen te verdienen op cols waar de aankomstlijn ligt. De nieuwe regels werken in het nadeel van aanvallers en zijn koren op de molen van de klassementsrenners, die wachten tot de slotklim om daar hun duivels te ontbinden. Niet dat zij heel druk zijn met de bolletjestrui. Het bergklassement is voor hen niet veel meer dan bijvangst bij hun strijd om het geel. Een gevalletje ‘mooi meegenomen’. Het levert grotere namen op de erelijst op en, vooruit, betere klimmers, want op de keper beschouwd rijden de klassementsmannen als het er om gaat natuurlijk harder omhoog dan aanvallers die vooral in het eerste deel van een bergetappe hun punten pakken. Maar het legt ook de strijd om de bolletjestrui lam. Vorig jaar streden Wout Poels en Michael Woods beklimmingen lang om ieder bergpunt en ging Tourwinnaar Tadej Pogačar met de bolletjestrui aan de haal, dankzij zijn twee ritzeges op de Col du Portet en Luz-Ardiden. Terloops streek hij op beide slotbeklimmingen een bulk bergpunten op, waardoor hij Poels en Woods met gemak voorbij streefde. Om de spanning in het bergklassement weer wat terug te brengen zijn er dit jaar niet langer dubbele punten te verdienen op cols waar de aankomst ligt. De kans dat een aanvalslustige renner, net als Anthony Charteau in 2010, in Parijs met de bollen om de schouders staat is wat groter dan de laatste tien jaren. Laat de bugel maar schallen als het peloton de bergen ingaat. Aanvallen!