De kasseienWoensdag 9 juli barst de hel los in de Tour. In het decor van Parijs-Roubaix wacht het peloton in de laatste 69 kilometer negen kasseistroken, goed voor 15,4 kilometer stuiterwerk.

Kasseien in de Tour – we weten wat dat betekent. Ik denk niet het eerst terug aan de rit van 2010, toen Fränk Schleck op de eerste de beste strook onderuitging en Lance Armstrong twee minuten verloor na een lekke band.

Nee, ik denk terug aan 2004. De val van Iban Mayo. Mayo, de gevleugelde klimmer die hoopte op een Tourzege, maar nog voor de renners de eerste stenen waren opgedraaid al was uitgeschakeld. Hij was in de aanloop naar de eerste kasseistrook ten val gekomen in het ellenbogenwerk van knechten die hun kopman zo veilig mogelijk naar het begin van de hel piloteerden; die hun kopman zo ver mogelijk van voren wilden afzetten zodat hij in de beste positie zou zitten als het slachtingswerk zou beginnen. Een gevecht waar Spaanse renners nooit in hebben uitgeblonken, zeker die van Euskaltel niet.

Deze Tour zal het niet anders zijn. Met het noemen van Mayo is de link naar Chris Froome snel gelegd. Ook Froome is een renner die vrijuit moet kunnen rijden. Geen renner die zijn elleboog uitsteekt als een concurrent laat onderdoor komt of van de stoep brutaalweg weer het peloton in springt. Zeker, hij heeft ploegmaten die op weg naar de kasseien een deel van het vuile werk voor hem kunnen opknappen. Maar je moet wel in hun wielen blijven durven rijden als het erom spant en de groep op hol slaat.

En áls hem dat lukt moet het echte werk nog beginnen. De eerste kasseistrook, die van Gruson, stelt weinig voor. Maar dan, 15 kilometer verder, wacht Ennevelin-Le Pont Thibault. Een kreng, met twee haakse bochten erin. Froomie, here you go! En dan wachten er nog bijna 13 ellendige kilometers met die klotestenen. ‘Fuck! Waaraan heb ik dit verdiend?’ zal Tourfavoriet nummer één zich vertwijfeld afvragen. Shit-ASO! Klotefransen!

Voor een lichtgewicht als Froome is het rijden over een kasseiweg een contradictio in terminis. Zijn fladderende rijstijl is in feite een belediging voor de bonkige steenblokken. Daar hoor je robuust op je fiets te zitten, stuurvast, eigen baas over de lijn die je rijdt. Als je over een asfaltweg naar de top van de Ventoux rijdt, mag je om de drie seconden ongestraft naar beneden kijken, mag je bewegen zo veel je wilt. Zonde van de energie, maar kwaad kan het niet. Op de kasseien is koersen een kwestie van je fiets in bedwang houden, je stuur stevig maar zeker niet verkrampt vasthouden. Soepel laveren, de route volgen die jij uitstippelt, vooruit kijkend tussen je concurrenten door. En zeker een tand zwaarder rijden dan anders. Niets voor Froome.

Daarom zal het de Kenyaanse Engelsman ruim van tevoren al dun door de broek lopen. Vanaf dag 1 zal het gaan over les pavés. Froome zal elke gedachte eraan proberen te ontlopen. Tevergeefs. Op dinsdag, na afloop van de finish, zullen negen van de tien vragen over de dag van morgen zullen gaan. ‘Heb je er vertrouwen in?’ ‘Ben je niet bang dat je onderuitgaat en een forse achterstand oploopt? Of een blessure?’ Of – wie zal het durven uitspreken – uitvalt?
Hij zal zich groot houden. Hij heeft zich optimaal voorbereid, zijn ploeg steunt hem door dik en dun, hij voelt zich sterk.

Ja, hij is de kasseien gaan verkennen, net als andere (would be) titelpretendenten: Contador, Valverde, Nibali, Mollema. Hem zal verteld zijn dat hij het best in het midden van een strook kan rijden, maar soms ook in de veel zachtere graskant aan de rand, als die er goed bij ligt. Maar hij weet ook dat koersen op de stenen iets heel anders is dan ze met wat ploegmaten verkennen in een vriendelijk tempo, zonder gedrang, met goed zicht, zonder stress. Niet voor niets was Froome bij de presentatie van het parcours, in oktober 2013, zo kritisch. ‘Ik maak me zorgen over de dingen die kunnen gebeuren: valpartijen en materiaalproblemen. Niemand wil op die manier de Tour verliezen.’ (nu.nl)  ‘Geluk is cruciaal op de kasseien’, zei Valverde.

Froome zei nog net niet: belachelijk om een keienrit op te nemen in de Tour de France. Zo’n anachronisme – hoe kom je op het idee? Froome heeft het mis. Kasseien horen bij de koers, dus stop je ze af en toe ook in de Tour. De ergste keien (het tweede deel van Mons en Pévèle in Parijs-Roubaix, het Bos van Wallers) zijn eruit gelaten. En de organisatie loopt alle stroken nog eens precies na om ze te fatsoeneren. De strook van Bersée, zeker geen lieverdje, is voor 160.000 euro opgeknapt. Froome mag blij zijn dat hij niet 34 jaar jonger is. In 1980, toen Zoetemelk won, zat er 32,5 kilometer kasseien in de hellerit die dat jaar werd gereden. Twee-en-dertig-en-een-half! Keep that in mind, Froomie! En ten slotte – wie zou het durven weerspreken – is een overwinning in een Tour met een kasseienrit veel indrukwekkender dan in een Tour zonder. Dus: vive le vélo, vive le Tour, vive les pavés!

Laatste berichten van Pieter Evelein (alles zien)