‘Kan me niet schelen wie er achter de eindstreep staat, ik wil water’. Aan het woord is Bernard Hinault. In 1985 ruilt de Tour de France-directie het Franse bronwater Perrier in voor Coca Cola. Ze betalen drie keer zoveel, luidt de misschien wel begrijpelijke verklaring.

Bij de finish van een Touretappe opende de bronwater-leverancier al meer dan 50 jaar flesjes voor de finishende renners. In het bijzijn van onder andere sportfotografen zetten de dorstige sporters de karakteristieke kegelvormige flesjes aan de mond. Dat is logisch.
Het is de marketing die werkt. Bekende en presterende renners staan met een flesje Perrier in de krant; waarschijnlijk heeft de drankleverancier er in de beginjaren niet meer voor betaald dan het leveren van de drank. Kom daar anno 2020, en ook anno1985, maar eens om.

Niet alle renners zijn blij met de switch van water naar cola. Zie Hinault, en in een ander oud krantenartikel valt te lezen dat Peter Winnen zo van moet boeten. Ook toenmalig wielerjournalist Guus van Holland (eerst Volkskrant, later NRC) vond de komst van het Amerikaanse drankje maar niks. Hij schreef erover en blikte daar niet zo lang geleden op terug.

‘Ineens moesten ze Cola gaan drinken, omdat die firma een nieuwe grote sponsor van de Tour was geworden. Perrier kon vertrekken. Bepaalde wielrenners zeiden toen: ik moet die troep niet. En flikkerden dat blikje weg. Ik schreef op dat die wielrenners dat zeiden en deden. En dan schreef ik een beetje ongenuanceerd op dat ze wat mij betreft gelijk hadden.’

Wat volgde was een brief op hoge poten van de directie van Coca Cola Nederland naar mijn hoofdredacteur. Van Holland: ‘Zo van: dat kan allemaal niet hè?! Ik stond er zelf achter van wat ik schreef. Waarop mijn hoofdredacteur zei, dat regel ik wel, joh. Die vrijheid van hem had ik nodig. Al had ik het achteraf gezien wel wat genuanceerder kunnen opschrijven.’

Jos van Nierop