De Jarige Ludo De Keulenaer en de GP Wieler Revue 1986
Een denkbeeldige ijsdeken ligt over de Achterhoek als op een winterse woensdagochtend de eerste gordijnen opzij worden geschoven en binnenhuisverlichtingen aan gaan. Het is weliswaar niet zo mistig als een jaar eerder, toen de Grote Prijs Wieler Revue haar primeur had beleefd, maar koud is het zeker. De wintertemperaturen zorgen ervoor dat de eendagskoers in het oosten van Nederland niet bepaald ‘top-of-mind’ is bij sportliefhebbers. Op het moment dat niet meer dan zestig dik aangeklede renners worden weggeschoten – aanvankelijk staan er 88 ingeschreven, maar door het barre weer kampen er liefst 28 met griepklachten. Of ze zijn ‘schoolziek’. In elk geval komen ze niet aan het vertrek in ’s-Heerenberg – vindt een slordige tweehonderd kilometer noordelijker een veel groter evenement plaats. In Friesland wordt de veertiende Elfstedentocht verreden. Had de organisatie van de Grote Prijs Wieler Revue een jaar eerder nog het geluk dat de befaamde ‘tocht der tochten’ zes dagen vóór de wielerwedstrijd al kon worden gehouden, een jaar later zijn de weergoden en de Friese rayonhoofden hen aanmerkelijk minder gunstig gezind. Beide sportwedstrijden vinden op precies hetzelfde moment plaats. Het is een van de oorzaken dat er voor de Grote Prijs Wieler Revue nauwelijks aandacht is in de uitzendingen van de NOS en ook in de ochtendkranten de volgende dag is er voor de koers niet meer dan een paar schamele regeltjes ingeruimd. Dat niet een grote naam als Eric Vanderaerden of Sean Kelly zich in een ijskoud ’s-Heerenberg de beste heeft getoond, maar de betrekkelijk anonieme Panasonic-knecht Ludo De Keulenaer helpt de Achterhoekse organisatoren ook niet.
Anderhalf jaar eerder had redacteur Wencel Maresch van Wieler Revue, dat dan nog elke twee weken verschijnt, de stoute schoenen aangetrokken. De Gelderse journalist was tijdens de vele interviews met renners en ploegleiders meermaals ter ore gekomen dat er in het peloton een sterkte behoefte bestaat aan extra wedstrijdkilometers in aanloop naar de Omloop Het Volk en Kuurne-Brussel-Kuurne. De Vlaamse semiklassiekers zijn in het laatste weekeinde van februari, of heel sporadisch het eerste van maart, de traditionele opening van het wielerseizoen in de Lage Landen. Eerder in de maand wordt er al wel gereden op Zuid-Europese wegen, maar op de kalender van de jaren ‘80 zit tussen etappewedstrijden als de Ronde van de Middellandse Zee of de Ronde van Valencia en het Vlaamse weekeinde een gapend gat van meer dan een week. Terwijl renners die willen vlammen in de Omloop en in Kuurne juist een even grote behoefte hebben aan wedstrijdritme als een jonge hond aan een lange boswandeling. Belgische initiatieven om het gat op de internationale kalender te vullen worden door de organisatie van de Omloop vakkundig in de kiem gesmoord, opdat die koers haar status van openingskoers niet verliest, maar op een wedstrijd over Nederlandse wegen hebben de Vlamingen uiteraard geen enkele invloed. Met de hulp van provinciegenoten Sjaak Reumer en Herman Brinkhoff slaagt Maresch er in FICP-baas Hein Verbruggen, de voorzitter van de profsectie van de internationale wielerbond UCI, te enthousiasmeren voor het plan en zo wordt op woensdag 27 februari 1985 de eerste Grote Prijs Wieler Revue verreden. Panasonic-renner Johan Lammerts heeft de eer zijn naam als eerste op de erelijst van Nederlands nieuwste profkoers te plaatsen. Met hem heeft de organisatie niet direct de grootste naam uit het startveld op haar erelijst, Lammerts heeft een jaar eerder echter de Ronde van Vlaanderen gewonnen en zo staat er wel mooi een winnaar van één van de vijf monumentale klassiekers met de bloemen te zwaaien in ’s-Heerenberg.
Terwijl het hele land in 1986 aan de buis zit gekluisterd om te zien hoe Evert van Benthem voor de tweede maal op rij zijn schaatsen als eerste over de aankomstlijn op de Bonkevaart glijdt, rijdt een bescheiden peloton, nagenoeg geheel buiten het zicht van sportminnend Nederland, meerdere lussen door het oosten van Gelderland, met de net over de Duitse grens gelegen Elterberg als voornaamste scherprechter. Een kleine opsteker voor de Achterhoekse organisatie is dat Skala-ploegleider Roger Swerts zijn pupil Gert Jakobs, die in de winter op topniveau marathons schaatst en dolgraag de tocht der tochten had willen rijden – Jakobs geldt zelfs als outsider voor de overwinning – dwingt om zijn contract na te leven en dus te fietsen, in plaats van te schaatsen. Er is in de vorm van Swerts dan zowaar toch één persoon die de Grote Prijs Wieler Revue belangrijker acht dan de Elfstedentocht. In de zonnige, maar bar koude Achterhoek zal een boze en teleurgestelde Jakobs geen rol van betekenis spelen. De koers draait uit op een tweestrijd tussen de Kwantum Hallen-ploeg van Jan Raas en het Panasonic van Peter Post. Als uit dat laatste team De Keulenaer in de slotfase ontsnapt uit een kleine kopgroep, duikt namens Raas Twan Poels meteen als een grommende waakhond op het wiel van de Belg. Die is hem in de sprint à deux echter simpel veel te snel af. Al heeft De Keulenaer op die koude februarimiddag wel heel veel geluk aan zijn kont hangen. Niet alleen maakt Poels een schakelfout in de laatste oplopende meters naar de finish, de wedstrijdleiding is uitermate coulant. De Keulenaer blijkt namelijk een naast de weg gelegen fietspad te hebben gebruikt om zijn aanval te plaatsen. Tegenwoordig is dat goed voor subiete diskwalificatie, maar in 1986 besluit wedstrijdleider Wim Jeremiasse het bij een stevige waarschuwing te laten. Publiciteit is er al nauwelijks voor de Grote Prijs Wieler Revue en bij een relletje is de koers niet gebaat. Het levert Panasonic-knecht Ludo De Keulenaer de grootste zege uit zijn profcarrière op. Al gaat die geheel geruisloos voorbij aan de aan een vurige Elfstedenkoorts lijdende Nederlandse sportliefhebbers.
