Foto Decathlon CMACGM TEam
Van Bardet naar Benoot en Kooij: hoe een Franse ploeg plots Nederlands werd
Het is begin februari 2026 als Sander De Pestel, 27-jarige Flandrien aan zijn derde seizoen in Franse loondienst, zichzelf betrapt tijdens een trainingsrit in Zuid-Frankrijk. De conversatie met Olav Kooij en Tiesj Benoot gaat vanzelf over in het Nederlands. “We moesten zelfs opletten tijdens de training om niet automatisch te veel Nederlands te praten,” geeft De Pestel na afloop grijnzend toe aan Het Nieuwsblad. “Het is gewoon te makkelijk om in je moedertaal terug te vallen.”
Twee jaar eerder zag de ploeg er nog heel anders uit. Decathlon-CMA CGM, het voormalige AG2R La Mondiale, trad decennialang vooral met Franse kopmannen aan, van Jean-Christophe Péraud tot de recent gestopte Romain Bardet. Maar met een budget dat richting veertig miljoen euro kruipt en de steun van containerreus CMA CGM, heeft de ploeg voor 2026 negen nieuwe renners aangetrokken en zeven Fransen minder op de loonlijst staan dan een jaar eerder.
De weg naar een wereldploeg
In de transferperiode haalde de ploeg opvallend veel renners uit België en Nederland. De meest spraakmakende was wellicht die van Olav Kooij, 24-jarige sprinttroef uit Numansdorp, die overkwam van Visma-Lease a Bike als belangrijkste sprinter in een nieuwe sprinttrein. In zijn kielzog volgde Tiesj Benoot, de man voor het voorjaar maar ook een belangrijke kapitein voor de Tourploeg. Voor de sprinttrein werden Robbe Ghys, Daan Hoole en Cees Bol, waardoor de Nederlandstalige groep binnen de selectie sterk groeide.
De ambitie is navenant: een top vijf in de UCI-ranking, jacht op Monumenten en massasprints onder leiding van Mark Renshaw, de Australische lead-out-specialist die als ploegleider werd aangesteld.
Drie talen, drie lagen
Binnen de ploeg worden drie talen gebruikt. Op training domineert het Nederlands, met De Pestel, Kooij, Benoot, Ghys, Stan Dewulf, Oliver Naesen en Gianluca Pollefliet als kern. Aan de eettafel en tijdens ploegvergaderingen is Engels de standaard geworden, noodzakelijk om internationale renners als Matthew Riccitello en Stefan Bissegger te betrekken.
Frans wordt vooral gebruikt in de omkadering. Mecaniciens, soigneurs en verzorgers zijn overwegend Franstalig. “Het blijft nuttig om een woordje Frans te kunnen spreken,” aldus De Pestel, die als voorbeeld de massagetafel aanhaalt, waar hij in het Frans moet uitleggen waar het pijn doet.
Die bewuste ’taalhygiëne’ is nieuw voor een ploeg die onder de vlag van AG2R nooit hoefde na te denken over voertaal. De Pestel omschrijft het als een kwestie van respect: geen Nederlandstalige kliekjes vormen, niemand buitensluiten.
Druk zal hoog zijn
Buiten de ploeg gaat de meeste aandacht nog steeds naar de Franse renners. Paul Seixas, 19-jarige hoop uit Frankrijk, krijgt de verwachtingen mee van een land dat al veertig jaar wacht op een Franse Tourzege. De ploeg heeft een persattaché vrijgemaakt om de vele media-aanvragen rond de tiener te coördineren, terwijl ploegmaats proberen hem wat rust te geven. Binnen de ploeg is het Nederlands steeds vaker te horen; in de Franse media ligt de focus op de ontwikkeling van Seixas.
Strijd der lage landen
Met zoveel landgenoten in de ploeg zal er ook een soort strijd der lage landen ontstaan. Eén ding weten we ook al. Oliver Naesen rijdt voor het eerst in jaren NIET de Tour de France. De aimable Vlaming krijgt een Giro programma voorgeschoteld. Degene die daar het meest van profiteert? Juist, landgenoot Tiesj Benoot.