Valentijnsdag en de fiets: een liefdesverklaring aan de koers
Dat Valentijnsdag een commercieel vehikel is, ooit vakkundig aangejaagd door een kaartenfabrikant met een lege orderportefeuille en een goed gevoel voor timing, lijkt niemand nog te deren. Wie zich verdiept in de oorsprong van deze dag, verdwaalt in een wirwar van oude rituelen, handgeschreven liefdesverklaringen en anonieme gebaren. Liefde als mysterie. Liefde als gebaar. Tot iemand besloot dat er ook een prijskaartje aan kon hangen.
Sindsdien kopen we. Rozen die te snel verwelken. Parfums die te nadrukkelijk blijven hangen. Cadeaus die vooral bewijzen dat er aan de verwachting is voldaan. Ook de wielerliefhebber ontsnapt niet aan de lokroep. Valentijnsacties, gelimiteerde edities, aanbiedingen die inspelen op dat ene gevoel. Alsof liefde zich laat verpakken. Alsof devotie zich laat afrekenen bij de kassa.
En natuurlijk zijn er de gebaren. Diners bij kaarslicht. Voorzichtig uitgesproken woorden. Verwachtingen die op 14 februari net iets zwaarder wegen dan op andere dagen. Romantiek, zo blijkt, is een rekbaar begrip.
Maar mijn liefde laat zich niet plannen. Niet op een kalender. Niet op één dag.
Mijn liefde staat in de schuur. Wachtend. Tegen de muur. Klaar voor vertrek.
Want wat is er nu romantischer dan een prachtig vehikel waar je altijd op kunt vertrouwen? Zeker op een dag als vandaag. Valentijnsdag. De dag waarop liefde gevierd wordt. Liefde in alle vormen. Voor een ander. Voor een herinnering. Voor een verlangen.
En voor de fiets.
Die staat er altijd. Wachtend. Geduldig. Zonder oordeel. Een metgezel die om kan gaan met druk, die stopt als je erom vraagt en die je vooruit duwt als je dat zelf even niet meer kunt. Nee, de fiets zeurt niet. Ja, soms gooit hij z’n kont tegen de krib. En soms gooit hij jou tegen het asfalt. Maar wees eerlijk: dat is een relatie. Geen liefde zonder frictie. Geen liefde zonder verantwoordelijkheid.
De fiets brengt je naar grote hoogtes. Letterlijk en figuurlijk. Naar cols die je naam niet kennen, maar die je toch veranderen. Naar wegen waar je alleen bent met je gedachten. En bovenal: de fiets gaf ons de koers.
En met de koers kwam de romantiek.
De eeuwige spanning tussen Coppi en Bartali. De koele elegantie van Anquetil tegenover het eeuwige verlangen van Poulidor. Merckx tegen de rest van de wereld. Fignon en LeMond, gescheiden door acht seconden en een paardenstaart. Armstrong en Ullrich, gevangen in een tijdperk dat achteraf een andere waarheid bleek te hebben. En nu, in onze tijd, een soort open liefdesverklaring tussen Pogačar, Van der Poel, Vingegaard, Van Aert en Evenepoel. Rivalen. Geliefden van dezelfde sport. Elkaars reden om beter te zijn.
Wij geven onze devotie aan de fiets. Aan de koers. Soms blind. Soms tegen beter weten in. Mathieu kan niets fout doen. Pogačar rijdt alsof zwaartekracht een suggestie is. En Remco is, in onze hoofden, nog altijd die jongen die alles kan.
Dat is liefde. Niet rationeel. Niet objectief. Maar echt.
En dan zijn er de koppels. Niet de gepolijste bijrollen langs de hekken, maar de renners en rensters die elkaar vonden in dezelfde pijn, dezelfde honger, dezelfde wegen. Urška en Tadej. Dylan en Pauline. Edward en Lizzie. Julian en Marion. Hun zoontje Nino. Een naam die klinkt als een Zwitserse klok. Ze hebben ‘m vast naar Schurter vernoemd. Alsof de liefde voor de fiets al besloten had voordat hij geboren werd.
Toch is er niets dat zich laat plannen. Zelfs niet op Valentijnsdag.
Hoe mooi zou het zijn als Valentin het aanlegt met Valentina. Paret-Peintre met Cavallar. Of Madouas met Basilico. Twee namen die al voorbestemd lijken. Twee levens die op 14 februari samenkomen. Het klinkt als een scenario dat de koers zelf had kunnen schrijven. Maar ook weer zo plat, dat het met een Hallmark kaartje afgedaan kan worden.
Liefde laat zich niet dwingen. Niet in het peloton. Niet daarbuiten.
En misschien is dat wel de echte reden waarom we zo van de fiets houden. Omdat hij er altijd is. Omdat hij ons accepteert zoals we zijn. Omdat hij ons breekt en weer opbouwt. Omdat hij ons laat voelen.
En op deze Valentijnsdag is er maar één zekerheid.
Morgen staat hij er weer.