Foto A.S.O./Charly Lopez
Vrouwenpeloton onder druk: Classica de Almeria met 48 rensters en een holle piramide
Een 1.Pro-koers met slechts 48 starsters uit acht teams. De Clásica de Almería legt bloot wat cijfers en kenners al langer fluisteren of soms zelfs roepen: de basis van het vrouwenwielrennen kalft af terwijl de top blijft groeien.
Een peloton dat je in één camerashot vangt. Op 22 februari 2026 startten 48 rensters verdeeld over acht teams in de Clásica de Almería Femenina, een wedstrijd met 1.Pro-status, de categorie die bedoeld is als brug tussen de WorldTour en de rest van het vrouwenpeloton. Federica Venturelli wint de 118,8 kilometer lange koers voor Arlenis Sierra en Jasmin Liechti, 37 rensters totaal halen de finish. Maar het is niet het resultaat dat na afloop veel besproken wordt.
Een brug zonder planken
Een 1.Pro-wedstrijd hoort een breed veld aan te trekken, een mix van WorldTour-ploegen en sterke continentale teams. Dat het startveld in Almería niet verder komt dan 48 namen is geen logistiek ongemak, maar een structurele diagnose. De laag onder de WorldTour is te smal geworden om de kalender te dragen. Iets waar bijvoorbeeld Natascha Knaven al tijden over schrijft. Voor de buhne ziet het eruit alsof het vrouwenpeloton in de lift zit, maar het is een huis zonder fundament.
Sinds 2021 daalde het aantal vrouwelijke continentale teams met circa 27 procent. Het aantal WorldTour-rensters kromp van 268 in 2025 naar 233 in 2026. Van de vijftien beschikbare WorldTour-licenties zijn er dit seizoen slechts veertien ingevuld: twee teams hielden op te bestaan, één ProTeam schoof door.
De salarisparadox
De invoering van minimumlonen was een noodzakelijke stap voor het welzijn van rensters. Maar de schaarste aan echte toprensters stuwt salarissen aan de bovenkant omhoog, waardoor teams met kleinere selecties werken om het budget rond te krijgen. Gemiddeld telt een WorldTour-ploeg zestien rensters. Dat is krap voor een veeleisende kalender, en het duwt ontwikkelingsrensters in de rol van invaller in plaats van dat ze op eigen niveau koershardheid opdoen.
Uit de meest recente enquête van The Cyclists’ Alliance (TCA), de belangenorganisatie voor vrouwelijke profrensters, blijkt dat 84 procent van de continentale rensters minder dan 20.000 euro per jaar verdient. Meer dan de helft van de rensters in hun eerste twee profjaren overweegt te stoppen om financiële redenen.
Een krimpende groei
De UCI synchroniseerde de licentiecyclus van vrouwen en mannen voor de periode 2026–2028, bedoeld als planningszekerheid. Maar zekerheid aan de top betekent weinig als de onderlaag verdwijnt. Minder continentale teams betekent minder plekken, minder koerskilometers, minder kansen op de doorbraak die een carrière bepaalt.
Almería is één koers op één dag in februari. Een peloton van 48 rensters toont de spanning tussen de commerciële groei en de feitelijke krimp van het peloton. De vraag of er genoeg rensters zijn om de kalender te dragen, valt steeds lastiger te beantwoorden.