Wielercultuur

Davide Cassani en het ‘verraad’ van Rasmussen

Als Davide Cassani in 1996 zijn fiets aan de wilgen hangt, kan niemand bevroeden dat het moment waarop de Italiaan een diepe, onuitwisbare voetafdruk nalaat in de wielergeschiedenis nog moet komen. De carrière van de dan 34-jarige renner ging zeker niet geruisloos voorbij. Cassani is jarenlang een bovengemiddeld goede coureur die met name in de eerste helft van de jaren ’90 tot diep in de finale van de zwaarste koersen mee strijdt. Podiumplaatsen in de Waalse Pijl, de Amstel Gold Race en de Ronde van Lombardije zijn er het bewijs van. Winnen kan Cassani ook, al is het aantal zeges dat hij boekt bescheiden. De Italiaan, die in zijn liefst vijftien profseizoenen de belangen behartigt van roemruchte ploegen als Carrera, Gewiss, Ariostea en GB-MG Maglificio – stuk voor stuk werkgevers waar met terugwerkende kracht een zweem van EPO-gebruik aan kleeft, precies in de periode dat Cassani er zijn hoogtijdagen beleeft – is vooral succesvol binnen de grenzen van zijn thuisland. Twee Giro-etappes, in respectievelijk 1991 en 1993, wint hij onder meer, evenals semiklassiekers Milaan-Turijn, de Ronde van Lazio en die van Emilia. In die laatste is hij zelfs driemaal de beste. De sporen die de zegereeks nalaat in de historie vallen echter geheel in het niet bij hetgeen Cassani in de zomer van 2007, net zo onbewust als onbedoeld, ontketent. De oud-renner is dan al enige tijd werkzaam als televisiecommentator namens de Italiaanse publieke omroep RAI en in die hoedanigheid naar Frankrijk gestuurd om er de Tour te verslaan. Met een korte, persoonlijke anekdote tijdens een van de vele live-uitzendingen zal Cassani de afloop van de ronde beïnvloeden, alsof er midden in een rivier een dam wordt geconstrueerd, die de richting waarin het water stroomt voor eeuwig zal veranderen.

Laten we eerst nog even kort het geheugen opfrissen. De Tour van 2007 is op anderhalf jaar na immers al weer bijna twee decennia voltooid verleden tijd. Het is wat de ronde van de Rabobank-ploeg had moeten worden, iets dat twee en een halve week lang ook daadwerkelijk leek te gaan gebeuren. Michael Rasmussen wint namens de Nederlandse boerenleenbank niet alleen de eerste echte bergetappe van die beruchte Tour, hij grijpt in skioord Tignes ook meteen het geel. Als de graatmagere Deen tien dagen later zijn voornaamste concurrenten, onder wie Alberto Contador, Levi Leipheimer en Cadel Evans op de Col d’Aubisque opnieuw zijn wil oplegt, lijkt de Tour beslist. Na de koninginnenrit door de Pyreneeën volgen nog maar vier etappes, waarvan alleen een 55 kilometer lange tijdrit nog serieuze verschillen tussen de klassementsrenners kan opleveren. Ondanks dat Rasmussen bepaald geen tijdrijder is – in 2005 komt hij in de chronorace op de voorlaatste dag zelfs meermaals ten val en verspeelt zo een mogelijke podiumplek in Parijs – zijn marge van dik drie minuten op Contador zou ruim voldoende moeten zijn om de Franse hoofdstad een dag later als klassementsleider te bereiken. Zo ver komt het niet. Geheel in strijd met het scenario dat Rasmussen en zijn Rabo-ploeg hebben bedacht voor de slotdagen, komt Cassani door een zijdeur van het toneel uit de coulissen het podium op gelopen. Met niet meer dan een paar volzinnen, al eerder uitgesproken in de commentaarmicrofoon van de RAI, zet de Italiaan de ronde in de slotweek ondersteboven.

De op het eerste gehoor achteloos vertelde anekdote, die Cassani opdiept als hij de ritzege van Rasmussen in Tignes van commentaar voorziet, is geenszins bedoeld om een smet te werpen op het succes van de Deen. Integendeel. Een lofzang was het geweest op de onverzettelijke hoeveelheid ijver en arbeidsethos, die Cassani een maand eerder bij Rasmussen had waargenomen. De Italiaan wilde aan zijn kijkers de minutieuze manier van voorbereiden door de Raborenner uit de doeken doen. Met eigen ogen had hij namelijk gezien hoe de Deen in de Dolomieten naar de Tour toe werkte. Bij toeval. De twee waren elkaar tegengekomen toen Rasmussen zich, in de stromende regen, op de Italiaanse bergpassen in grootse vorm aan het trainen was. Voor een klus voor de krant Gazzetta dello Sport reed Cassani met zijn auto door de Noord-Italiaanse bergen, toen hij in de afzink van de Passo San Pellegrino plotseling in de verte een renner ontwaarde, die zich niet door het beestenweer had laten afschrikken. Rasmussen dus. Een korte groet hadden ze zelfs uitgewisseld. Als Cassani toen had geweten dat de Rabo-renner op dat moment het beste kon worden vergeleken met een vreemdganger, die bij het verlaten van de woning van zijn maîtresse per ongeluk op een buurtgenoot stuit, had hij vanzelfsprekend z’n mond gehouden. Maar Cassani had geen idee.

De toevallige ontmoeting maakte indruk op hem en leek de basis voor een mooie lofzang op de prestaties van Rasmussen, een maand later in de Franse Alpen. In werkelijkheid zou het de ondergang van de Deen worden. In de kleine bubbel die de wielerwereld en haar entourage is gaat nieuws immers rond met de snelheid van lopend vuur. Niet lang nadat Cassani zijn verslag van de Touretappe naar Tignes heeft verfraait met de anekdote over die toevallige ontmoeting in de verregende Dolomieten, hangt de Deense sportverslaggever Niels Christian Jung aan de telefoon. Hem is het commentaar van zijn Italiaanse collega ter ore gekomen en nu belt hij om het verhaal te verifiëren. Het simpele ‘si’ dat als antwoord gegeven wordt, zet een ware en niet te stoppen tsunami in gang. Wat Cassani dan pas hoort en niet eerder wist, is dat hij zich met zijn anekdote, tegen wil en dank, kroongetuige heeft gemaakt in een zaak die zal draaien om het feit dat Rasmussen heeft gelogen over zijn ‘whereabouts’. De Deen had doorgegeven in de maand juni in Mexico te bivakkeren, maar zat in werkelijkheid in Noord-Italië. Foute boel dus. Rabobank besluit de liegende renner op staande voet te ontslaan en uit de Tour te zetten. Weg gele trui. Weg Tourzege. Later zullen de betrokkenen in de vele reconstructies, die van het schandaal zijn gemaakt, meermaals aangeven dat zonder Cassani en diens anekdote in het commentaarhokje van de RAI, de sneeuwbal die Rasmussen de kop kostte hoogstwaarschijnlijk nooit was gaan rollen. Als het Nederlandse televisieprogramma Zembla het tweetal een jaar later samen aan tafel zet, kunnen beiden de noodlottige ontmoeting op de flanken van de San Pellegrino nog goed herinneren. Rasmussen verwijt de kroongetuige niets. Die laat op zijn beurt weten te hebben gehuild toen hij hoorde dat de Deen de Tour moest verlaten. De twee spraken elkaar kort door de telefoon op die bewuste avond. Ook toen al verweet Rasmussen hem niets, maar onbedoeld schrijft Davide Cassani een inktzwarte bladzijde in de wielergeschiedenis, die zijn prestaties als renner ruim overvleugelt.

Deze docu van Zembla is er ook eentje om in te lijsten. Net zoals de commercial die voor de Tour van het jaar erop werd gemaakt. Tot ergernis van toenmalig sponsormanager Heleen Crielaard. 🙂

Cassani, Rasmussen, ZemblaFoto Zembla

Bekijk ook van HetisKoers!

Davide Cassani en het ‘verraad’ van Rasmussen

hoe de koersliefde van Cassani een tsunami veroorzaakte

Wielercultuur

De jarige Davide Cassani en zijn levenslange liefde voor de Giro d’Italia

Wielercultuur