Foto Stefano Sirotti

Wielercultuur

De jarige Romāns Vainšteins: Hoe een outsider het WK van 2000 won dankzij tactiek en een Litouwse huurling

Als een kudde losgeslagen stieren komt een groep van 24 renners met iedere pedaalslag dichter bij een dappere vluchter. Tweehonderd meter is het nog maar. Het moment voor een laatste krachtsexplosie. Voor zover daar sprake van kan zijn na een koers van 265 kilometer. Een laatste aanzet, tenminste. Het moegestreden lijf hijst zich nog één keer uit het zadel. Elke spier protesteert, maar de geest wint het voor even van het lichaam. De gedachte aan de regenboogtrui verdringt de pijn. Honderd meter nog.

Bijna letterlijk is de hete adem van de achtervolgende groep nu voelbaar. Negentig. Waar blijft die finishlijn? Tachtig. Zeventig, nog maar. Ineens stormen ze voorbij. Eén, twee, drie renners denderen over de koploper heen. En nog een stuk of vijf. Tien zelfs. Moegestreden bolt de dappere aanvaller over de finish, in de buik van de groep die hem zo-even nog op de hielen zat. Niets regenboogtrui. Een troosteloze, anonieme negentiende plaats; meer levert het WK van 2000 niet op voor de man die een handvol seconden eerder in kansrijke positie verkeerde. Terwijl Andrei Tchmil de teleurstelling verbijt, wordt een paar meter verderop een wereldtitel gevierd. Eigenlijk kan het de tot Belg genaturaliseerde Moldaviër weinig schelen wie zich de nieuwe drager van de regenboogtrui mag noemen, maar hij kan het toch niet laten een blik op het scorebord boven de finish te werpen. Niet hijzelf, maar een ander die ooit een paspoort van de Sovjet-Unie bezat, wint. ‘Champion du Monde: Romāns Vainšteins’, luidt het verdict van Plouay.

Ondanks top 10-klasseringen in onder meer Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Gold Race en een fraaie reeks ereplaatsen in massasprints, wordt Vainšteins in Plouay niet beschouwd als favoriet voor de 67ste wereldtitel. De meeste kenners rekenen op Michele Bartoli of een van zijn landgenoten. De Italianen kunnen immers ook Davide Rebellin, Francesco Casagrande en Paolo Bettini in de finale uitspelen. Als hun grootste uitdagers worden Laurent Jalabert, Andrei Tchmil en Óscar Freire gezien. Vainšteins is slechts een outsider, ondanks dat de Let zich minutieus voorbereidt op de mondiale titelstrijd. Terwijl veel specialisten in het eendaagse werk zich na de Tour richten op de Olympische wegwedstrijd in Sydney, besluit Vainšteins alles te zetten op het WK. Tot onvrede van het Olympisch comité in zijn thuisland. De kritiek deert de Let niet. Hij trekt zijn eigen plan, zoals hij dat sinds zijn zestiende gedaan heeft. Ook op de Bretonse wegen staat Vainšteins er nagenoeg alleen voor. Slechts twee landgenoten staan aan het vertrek, Arvis Piziks en Raivis Belohvoščiks. Als de finale van het WK aanbreekt zijn zij in geen velden of wegen te zien.

De titelstrijd lijkt een duel tussen de Italianen en de Belgen te worden. Eerst rijdt Axel Merckx het gat naar de ontsnapte Casagrande dicht en als die is gegrepen knijpt Merckx’ ‘landgenoot’ Tchmil er van tussen. Terwijl de koploper zijn voorsprong vergroot en Rebellin de achtervolging inzet, reageren de anderen aarzelend. Titelverdediger Freire zit als enige Spanjaard van voren en ook outsiders als Michael Boogerd en Zbigniew Spruch beschikken niet over een landgenoot om de kastanjes uit het vuur te halen. Even lijkt de achtervolging te stokken, maar dan zet een renner in een geel tricot zich op kop. Met een forse versnelling trekt hij de groep in gang en voert het tempo steeds verder op. Meter voor meter wordt het gat naar de voorhoede gedicht. Als de Franse regie inzoomt op de achtervolgingsscène, die spannender begint te worden dan het scenario van menig actiefilm, wordt duidelijk wie de krachtpatser in het geel is, Raimondas Rumšas. De Litouwer neemt alle kanshebbers op sleeptouw en loopt rap in op Rebellin, die inmiddels in een ‘chasse patate’ is beland, en Tchmil. In het wiel van Rumšas zit Vainšteins als lachende derde te wachten tot het juiste moment daar is en hij zijn beslissende eindschot kan inzetten. In de Belgische huiskamers neemt niet alleen de spanning toe, maar ook de verontwaardiging. Waarom rijdt die dekselse Rumšas nou zo hard op kop? Niet voor zichzelf in ieder geval. Met zijn beulswerk zet de Litouwer een streep door zijn eigen kansen. Ook niet voor een landgenoot. Rumšas is in Plouay de enige afgevaardigde namens Litouwen. De Italiaanse Fassa Bortolo-ploeg, waarvan hij normaal gesproken deel uitmaakt, heeft eveneens geen andere renners in de voorste groep zitten en als Rumšas zou zijn ‘ingehuurd’ door de Italianen zou hij niet als een raket achter Rebellin aan gaan. Pas jaren later zal de Vlaamse televisie onthullen hoe de vork in de steel zat, daar in Plouay.

Niet lang voor het WK heeft Vainšteins zijn handtekening gezet onder een contract bij de nieuwe Domo–Farm Frites-ploeg van Patrick Lefevere. Als de kersverse aanwinst zijn beklag doet over het feit dat hij maar twee Letse helpers tot zijn beschikking heeft en zijn nieuwe baas om advies vraagt, heeft de Belgische teammanager de gouden tip: Rumšas. De eenling uit Litouwen zou in ruil voor een extra zakcentje zijn eigen kansen waarschijnlijk wel willen opofferen voor een renner uit buurland Letland, luidt de theorie van Lefevere. Het blijkt een juiste inschatting. Rumšas hapt inderdaad toe als in de laatste WK-kilometers een bod wordt gedaan op zijn inspanningen. Op die manier helpt de huurling niet alleen Vainšteins aan de regenboogtrui, Lefevere kan eindelijk zijn wraak nemen op Tchmil. Die had zeven jaar eerder in Oslo namelijk verzuimd zijn toenmalige GB-MG-ploeggenoot Johan Museeuw uit de brand te helpen, nadat de uiteindelijke kampioen Lance Armstrong zijn beslissende demarrage plaatste. De ‘werkweigering’ kostte de Belgen mogelijk de wereldtitel. Lefevere, destijds de ploegleider van zowel Museeuw als Tchmil, was zo boos geworden dat hij die laatste na de teleurstellende afloop van het WK direct te kennen gaf een andere ploeg te kunnen zoeken. Tussen de twee komt het nooit meer goed en Belgische wielerfans zullen Tchmil nog jarenlang voor ‘Judas’ uitmaken. In 2000 heeft Lefevere in Plouay zijn revanche op zijn vroegere pupil te pakken. Lachende derde is Romāns Vainšteins. Die wordt, mede dankzij de diep gekoesterde wrok bij zijn nieuwe teammanager, verrassend de nieuwe wereldkampioen.

Foto Stefano Sirotti
Foto Stefano Sirotti

Bekijk ook van HetisKoers!

Alles over Strade Bianche 2026: minder stroken, dezelfde klim naar de finish

Koersverhalen

De jarige Romāns Vainšteins: Hoe een outsider het WK van 2000 won dankzij tactiek en een Litouwse huurling

Wielercultuur