De vandaag jarige Catherine Marsal: één jaar koningin in het vrouwenwielrennen
Je kunt dan wel kroonprinses zijn, als de vorstin weigert haar plek op de troon af te staan of na een korte periode terugkomt op haar abdicatie, word je nooit koningin. Of maar voor een heel korte periode, om daarna, met een gezicht als een oorwurm, de kroon weer net zo snel te moeten inleveren. Vraag het Catherine Marsal. Aanvankelijk lijkt er geen vuiltje aan de lucht voor de jonge Française. Sterker, het moment waarop Jeannie Longo, die samen met de Italiaanse Maria Canins het mondiale vrouwenpeloton een vol decennium lang domineert, besluit een punt achter haar loopbaan te zetten, kan voor Marsal op het eerste gezicht niet beter zijn. In het najaar van 1989 kondigt Longo met een klinkend werelduurrecord op de wielerbaan van Mexico-Stad haar afscheid aan. Haar gedoodverfde opvolgster als ‘leading lady’ van niet alleen het Franse, maar het gehele internationale dameswielrennen moet haar negentiende verjaardag nog vieren, maar heeft zich al nadrukkelijk geprofileerd als een waardig toekomstig koningin. De kroonprinses rijdt op het wereldkampioenschap van 1989 naar een zilveren medaille, vanzelfsprekend in de schaduw van de regerende vorstin. Die had op de zware omloop in Chambéry het voltallige peloton al in een vroegtijdig stadium het nakijken gegeven en was onbedreigd naar haar vierde wegtitel gereden. Marsal had op haar beurt de belangen van haar landgenote met verve behartigd. Als een betonblok had ze zich aan het achterwiel van Canins geklonken en zich zo door de Italiaanse laten meevoeren naar een podiumplek. Terwijl Longo de finish al meer dan vier minuten eerder was gepasseerd, kon de relatief frisse Marsal, ze had immers kilometerslang geen trap te veel hoeven doen, haar belaagster in het sprintje om de tweede plek het nakijken geven. Nipt, dat wel.
De uitslag van het wereldkampioenschap legt de verhoudingen binnen de Franse damesselectie nog maar eens feilloos bloot. Longo is de koningin, Marsal de kroonprinses die het stokje mag overnemen wanneer het haar voorgangster behaagt. Door de abdicatie in de herfst van 1989 lijken de jaren ’90 het decennium van Marsal te worden. Wat niemand dan nog kan bevroeden is dat de renster van een koude kermis zal thuiskomen. Slechts anderhalf jaar lang kan ze genieten van haar troon. Dan kondigt Longo even onverwacht als plotseling haar comeback aan. Ze eist haar kroon en troon terug. Thuis op de bank had ze haar palmares nog eens goed onder de loep genomen. Het grote hiaat, het ontbreken van Olympisch goud, was Longo steeds meer dwars gaan zitten. Vandaar dat ze in de zomer van 1991, een jaar voor de Spelen van Barcelona, besluit weer te gaan trainen om haar rentree in het peloton te maken. De aankondiging is Marsal en talentvolle landgenotes als Cécile Odin en Lydie Lucas een doorn in het oog. Opnieuw zullen zij zich moeten schikken naar de grillen van Longo, die niet alleen qua karakter, maar ook als het op prestaties aankomt in elk opzicht hun meerdere is. Met terugwerkende kracht blijkt Marsal een tussenpaus. Geen troonopvolgster, maar een interim-koningin, die voor een periode van iets meer dan twaalf maanden de zetel van Longo warm had mogen houden. Al doet Marsal dat uitstekend. Had ze van tevoren geweten dat ze in 1990 maar één enkel jaar de tijd zou krijgen om een indrukwekkende zegereeks op te bouwen, dan was haar dat door de torenhoge druk vermoedelijk niet eens gelukt.
De jonge Française profiteert precies op het juiste moment van de leemte die is ontstaan door het tijdelijke pensioen van Longo en het feit dat Leontien van Moorsel op dat moment vooral een aanstormend talent is en nog niet de veel-winnares, die ze vanaf 1991 zal zijn. Het geeft Marsal de kans overwinningen aan elkaar te rijgen met het gemak van een kleuter die een kralenketting maakt op een knutselmiddag. De Postgiro Féminin, een op dat moment hoog aangeschreven etappekoers in Noorwegen, de Giro d’Italia Femminile, de Franse nationale titel; Marsal plaatst overal haar naam op de erelijst. Als kroon op haar hegemonie wint ze in september ook het wereldkampioenschap in het Japanse Utsunomiya, om amper twee weken later in haar kakelverse regenboogtrui als kers op de taart de Tour de la CEE Féminin te winnen. In de opvolger van de Tour de France Féminin, die in de jaren ’80 werd gedomineerd door het duo Longo/Canins, is ze een klasse beter dan Van Moorsel. Kenners voorspellen dat Marsal, die dan haar twintigste verjaardag nog moet vieren, een glorieuze toekomst tegemoet gaat en net als Longo tenminste tien jaar op de troon van het Franse en het mondiale vrouwenwielrennen zal zitten. Thuis op de bank voor de televisie ziet haar voorgangster het met lede ogen aan. De combinatie van een groot eergevoel en een hiaat op haar erelijst leveren de kracht haar kroon te willen heroveren. Iets waar ze niet lang daarna daadwerkelijk in zal slagen. Marsal is terug bij af. Ze staat opnieuw in de schaduw van Longo, in plaats van dat ze zelf op de troon zit. Zelfs als Marsal in 1995 het dan al zes jaar oude werelduurrecord verbreekt, eist Longo dat niet veel later weer op. Ondanks die korte succesperiode in 1990 is Catherine Marsal voor altijd kroonprinses in plaats van koningin.
