Foto Stefano Sirotti
Gravel op de Angliru, het toppunt van geitenpadzucht
De Vuelta-organisatie onderzoekt of er onverharde stroken moeten worden toegevoegd aan de beklimming van de Angliru. In vredesnaam, waarom?
Dit artikel verscheen als eerste op ons Substack-kanaal, volg je ons daar ook al?
“Op de televisie baanden renners zich een weg over een veredeld geitenpad dat loodrecht naar de hemel leek te voeren. Langs het pad stonden mensen. Schimmen met paraplu en felgekleurde cape als bescherming tegen de regen en de mist. Sommige coureurs zwalkten naar boven, als een zeilboot, laverend tegen de wind. Het dicht opeengepakte publiek verstoorde hun vaart. Gebalde vuisten, vlaggen, vervaarlijk wapperend langs de fietsen en wijd opengesperde monden die brulden in allerlei talen. Geen onderscheid tussen hemel, berg en ravijn. Een grauwe brij van wolken waarin renners zich als trage schaduwen voortbewogen. De commentator vertelde dat de Alto de l’Angliru een moordenaar zonder genade was.”
In 2014 schreef Joost-Jan Kool op Het is Koers deze opening over de Alto d’el Angliru. Het is een beschrijving die ruim een decennium later nog net zo accuraat is als destijds, met beelden van kruipende renners op hellingspercentages waarbij zelfs een berggeit zich afvraagt waar hij aan begonnen is. Renners uit het huidige peloton kruipen hooguit iets minder langzaam omhoog, de verschrikking van de Angliru is er niet minder om. En toch wordt bekeken of het niet nóg iets verschrikkelijker kan.

Deze week werd bekend dat de Vuelta-organisatie onderzoekt of twee onverharde stroken van elk ongeveer drie kilometer kunnen worden opgenomen in het eerste deel van de beruchte Asturische berg. Het toevoegen van een geitenpad aan een geitenpad dus. Letterlijk. Want de beruchtste strook van de Angliru, de Cueña les Cabres, betekent letterlijk pad voor de geiten. En nu wil de organisatie dus een extra geitenpad toevoegen, voordat de renners aankomen bij het echte geitenpad. Waarom, in vredesnaam?
Is het imago-bescherming? De Vuelta heeft nu eenmaal naam gemaakt met het vinden van geitenpaden. Lagos de Covadonga, de klim naar Covatilla, de alto d’el Gamoniteiru. Zeg je Vuelta, dan zeg je geitenpad. Waren de geitenpaden nu dan op? Spanje lijkt bezaaid te liggen met paadjes waar zelfs de lichtste klimmers schrik van hebben. Zoek, en gij zult vinden. Maar zoek alsjeblieft vooral niet aan de voet van de Angliru.
Laat de Angliru, de Angliru
De Alto d’el Angliru heeft helemaal geen rare kunstgrepen nodig om spektakel te leveren. De klim heeft van zichzelf al alles in zich om de koers op zijn kop te zetten. De verschillen zijn vaak groot en de beelden heroïsch. José María Jiménez, Roberto Heras, Alberto Contador, Wout Poels, grote namen die voor altijd verbonden zijn aan een ooit eenvoudig geitenpad in Asturië.

Wat voegt een paar kilometer gravel daar dan nog aan toe? Een extra element van onvoorspelbaarheid, waarschijnlijk. Maar ook extra risico op lekke banden, materiaalpech en discussies over de invloed van de omstandigheden op het koersverloop. En onvoorspelbaarheid door de omstandigheden moet in het wielrennen geen doel op zich worden. De koers wordt gemaakt door de renners, laat dat vooral blijven bestaan.
Koersdirecteur Javier Guillén erkent zelf dat de Angliru al tegen de grens van het extreme aan zit. Toch wil hij onderzoeken of het idee de etappe interessanter kan maken, zonder de renners onnodig extra te belasten. Maar misschien kan hij zichzelf beter de vraag stellen: waarom moet er eigenlijk nog iets bij? Is het niet gewoon genoeg?
Laat de Angliru vooral de Angliru blijven. De klim heeft zijn reputatie niet ondanks het ontbreken van onverharde wegen opgebouwd, maar juist doordat die wegen ooit zijn geasfalteerd. En als dat niet sensationeel genoeg is, ligt het probleem misschien niet bij het parcours.

Hoofdredacteur Het is Koers