Foto Erik Voncken
Ik ben de Muur. En Mathieu wordt verwacht.
Wat krijg je als je de Muur van Geraardsbergen een stem geeft en Mathieu van der Poel een altaar waar hij nooit verschijnt? Een afspraak die de koersgeschiedenis eist, maar dit jaar wordt genegeerd. Jos Mans schreef het op, Erik Voncken tekende het uit. Woord en beeld als tweekoppige preekstoel.
Ze noemen me een helling. Een verzameling kasseien die zich omhoog wringt naar een kapel. Ze denken dat ik een decorstuk ben. Een relikwie tussen bierdampen en plastic vlaggen. Ze praten over de Oude Kwaremont en de Paterberg alsof die iets voorstellen. Drie keer over dezelfde heuvels, alsof herhaling een beproeving is. Ik ben geen marketingtruc. Ik ben een oordeel. En ze hebben me verwaarloosd.
Vroeger kwamen ze hier omdat het moest. Niet omdat iemand hen vertelde dat het belangrijk was. Het draaide niet om parcoursbouwers met laptops of mannen die over camera-angles praten. Het draaide om breken. Hier. Op mij. Het altaar waar niets werd vergeven. Ik ken ze allemaal. Cancellara, Boonen, Museeuw. Ze kwamen hier als pelgrims zonder priester. Geen genade, geen respijt. Ogen leeg als kerken zonder licht. Ze wisten waarvoor ze kwamen. Niet voor een kroon, niet voor een trofee. Voor het oordeel.
Nu ben ik een passage. Soms zit ik erin, soms niet. Als het wel zo is, komen ze hier fris en gladgeschoren overheen. Als toeristen in een museum. Schuifelend, snel een foto en door. Een relikwie in een zuipfestijn.
Mathieu van der Poel is misschien wel de beste klassieke renner van zijn generatie. Hij rijdt zoals het hoort. Rauw, zonder genade. Maar hij rijdt hier zonder betekenis. Altijd te vroeg. Een fotomoment op weg naar zijn echte doel. Ze noemen hem straks de grootste als hij zondag wint. Groter dan Boonen, groter dan Cancellara, groter dan Magni. Maar hoe kan dat zo zijn als hij nooit het oordeel, ik, de Muur, heeft ervaren?
En toch… Mathieu begrijpt wat de Ronde is. Hij rijdt niet om te winnen, hij rijdt om de koers te eren. Dat is waarom hij steeds terugkomt. Omdat hij weet dat ik de ware kern ben. Het altaar waarop elke afspraak met de geschiedenis wordt bezegeld.
Ik voel dat hij het begrijpt. Daarom verwacht ik hem. Want als hij de grootste wil worden, moet hij hierheen komen. Niet als een passant, niet als een toerist. Maar als iemand die begrijpt dat verlossing wordt verdiend. Hij heeft een afspraak met de geschiedenis. Ik ben het altaar van die afspraak.
Dit jaar rijden ze niet eens langs. Ze hebben me uit de Hoogmis geschrapt, alsof ik een bladzijde in de verkeerde taal ben. Alsof de Ronde niet langer om het oordeel draait, maar om een ingestudeerde circusact (lees: het rondje Oude Kwaremont – Paterberg).
Mathieu weet het. Maar zolang hij hier wegblijft, blijft hij een renner zonder verlossing. Een pelgrim zonder altaar. Een koning zonder kroon. Een heilige zonder kapel.
—
Erik Voncken (38) is autodidactisch kunstenaar en illustrator. Bekijk zijn werk op www.erikvoncken.nl of volg zijn pagina @vonckenerik op Instagram.
Jos Mans (39) is schrijver, columnist en copywriter. Hij schrijft voor Het is Koers! en Fietssport en deed redactiewerk voor MT/Sprout en Change Inc. – www.josmans.nl
