Foto Sander Kolsloot

Koersverhalen

Hier moet je staan om de klassiekers écht te zien: de beste plekken van Omloop tot Luik

Van de Muur van Geraardsbergen tot de Roche-aux-Faucons: eigenlijk is er niets mooier dan op dé plek in de koers staan waar het gebeurt. Wij zetten de mooiste plekken op een rijtje, per klassieker, met twee opties. Weet jij nog een ‘hidden gem?’ Laat het ons weten!

Over acht dagen rijdt het peloton weer over de Haaghoek. Over zes weken valt de beslissing op de Oude Kwaremont. Over tien weken rijdt het peloton in de heuvels rond Luik.

Deze gids behandelt elke WorldTour-klassieker van eind februari tot eind april, telkens met één prime spot, waar de koers breekt, en één alternatief, waar je dichter op de renners staat en verder van de chaos. Plus het beslissende moment van vorig jaar.

Omloop Het Nieuwsblad (28 februari)

Prime spot: Muur van Geraardsbergen. De Kapelmuur is het eerste examen van het seizoen. Op de steile kasseien wordt de groep gereduceerd tot een handvol namen, precies op het moment dat de benen nog moeten wennen aan de koude.

Alternatief: Haaghoek. De lange, glooiende kasseistrook die in 2026 opnieuw in het parcours zit, gevolgd door de Leberg. Je kunt hier de renners ook de Leberg op zien rijden. Minder publiek, twee passages, en je hoort de kettingen kraken. En als je een beetje opschiet kun je daarna de renners nog op de Muur zien.

Klaar voor de koers op de Haaghoek

Strade Bianche (7 maart)

Prime spot: Piazza del Campo, Siena. De renners duiken via de steile, smalle Via Santa Caterina het schelp­vormige plein op, wit van het stof. Eigenlijk is de straat zelf misschien wel de mooiste, want het plein, daar is het al beslist. Maar er is relatief weinig plek.

Alternatief: Monte Sante Marie (Sector 8). De zwaarste gravelstrook van de koers, 11,5 kilometer lang. In 2024 viel hier al de beslissende aanval. In 2025 schoof Tadej Pogačar, de Sloveense wereldkampioen die op dat moment al twee edities op zijn naam had, pas op de Colle Pinzuto (sector 15, 19 km voor de finish) weg van Tom Pidcock, nadat een valpartij op 50 kilometer het script had verscheurd. Monte Sante Marie blijft de plek waar het fundament wordt gelegd.

Milano-Sanremo (21 maart)

De langste eendagskoers ter wereld (288+ km) is een oefening in geduld. Vijf uur lang gebeurt er weinig, en dan ontploft alles.

Prime spot: de Poggio. De laatste klim, 3,7 kilometer aan gemiddeld 3,7%, is het decor voor de finale. Je ziet de renners op hun limiet én de afdaling waar koersen worden gewonnen of verloren.

Alternatief: de Cipressa. In 2025 zette UAE Team Emirates hier een recordtempo neer om de zuivere sprinters te lozen. Het tempo was zo hoog dat de Cipressa de facto het eerste scheidingsmoment werd. Mathieu van der Poel, de 30-jarige Nederlandse kampioen, overleefde die selectie en klopte vervolgens Filippo Ganna en Pogačar in de sprint op de Via Roma. Wie op de Cipressa gaat staan, ziet de koers van 150 man naar 30 krimpen.

E3 Saxo Classic (27 maart)

Prime spot: de Paterberg. De mini-Ronde van Vlaanderen heeft zijn eigen scherprechter: 400 meter aan maximaal 20%, daar heb je perfect zicht op de renners.

Alternatief: de Taaienberg. Minder steil, maar de smalle weg en het slechte wegdek zorgen voor nervositeit en valpartijen. Minder publiek dan op de Paterberg.

Gent-Wevelgem (29 maart)

Prime spot: de Kemmelberg (kant Ossuaire). De steilste, smalste passage van de koers, twee keer beklommen. In 2025 reed Mads Pedersen, de Deense ex-wereldkampioen, hier op de tweede beklimming weg voor een solo van 56 kilometer. Niemand zag hem meer terug.

Alternatief: de Plugstreets. De halfverharde wegen die als eerbetoon aan de Eerste Wereldoorlog in het parcours liggen. Stof, modder, lekke banden: Stof, modder, lekke banden.

Dwars door Vlaanderen (1 april)

Prime spot: de Knokteberg. De laatste helling van betekenis voor de aanloop naar Waregem. De laatste helling van betekenis voor de aanloop naar Waregem.

Alternatief: de Kanarieberg. Iets eerder in de koers, maar steil genoeg om het verschil te maken, met een smal pad waar de renners bijna binnen handbereik passeren.

Ronde van Vlaanderen (5 april)

De Hoogmis. Geen koers waar positiekeuze, zowel voor renner als toeschouwer, meer uitmaakt.

Prime spot: de Oude Kwaremont. De renners beklimmen deze kasseistrook drie keer. Bij de derde passage, doorgaans rond 18 kilometer voor de finish, valt de beslissing. In 2025 plaatste Pogačar, in de regenboogtrui, hier zijn definitieve versnelling. Van der Poel moest lossen, waarna de Sloveen solo naar Oudenaarde reed voor zijn tweede Ronde-zege, zijn achtste Monument. Grote schermen, VIP-tenten, duizenden fans: Grote schermen, VIP-tenten, duizenden fans.

Alternatief: de Paterberg. Slechts 400 meter, maximaal 20%. De laatste klim van de dag, op 13 kilometer van de finish. Je ziet het lijden op de gezichten. Wie hier nog vooraan zit, rijdt het podium op.

Paris-Roubaix (12 april)

De editie van 2026 (de 123ste) telt 30 kasseistroken over 258,3 kilometer, met als nieuwigheid een klim van 800 meter nabij Briastre in de openingsfase.

Drie vijfsterrenstroken bepalen het lot:

  • Trouée d’Arenberg ★★★★★ (~95 km voor finish) – 2,3 kilometer door het bos van Wallers. Puur spektakel, oorverdovend publiek. In 2026 wordt de ingang opnieuw via haakse bochten aangereden in plaats van de controversiële chicane.
  • Mons-en-Pévèle ★★★★★ (~48 km) – 3 kilometer onregelmatige kasseien waar de tweede selectie plaatsvindt. 3 kilometer onregelmatige kasseien waar de tweede selectie plaatsvindt.
  • Carrefour de l’Arbre ★★★★★ (~17 km) – De laatste vijfsterrenstrook. Doorgaans de plek van de definitieve aanval.

In 2025 viel de beslissing eerder dan verwacht: Van der Poel plaatste zijn aanval al op 38 kilometer van de finish, nadat Pogačar door een valpartij en fietswissel kostbare seconden had verloren. De Nederlander reed solo naar de Vélodrome van Roubaix.

Prime spot: Carrefour de l’Arbre. De technische bochten, de kasseien, het publiek langs de kant.

Alternatief: Trouée d’Arenberg. 2,3 kilometer door het bos van Wallers. In 2026 wordt de ingang opnieuw via haakse bochten aangereden in plaats van de controversiële chicane. Dit is een absolute klassieker!

Amstel Gold Race (19 april)

Prime spot: de Cauberg. Meerdere passages, groot scherm, centraal gelegen in Valkenburg. Meerdere passages, groot scherm, centraal gelegen in Valkenburg.

Alternatief: de Bemelerberg. Omdat je moeilijk op de Keutenberg kunt komen is dit de beste optie. Deze zit in de volgorde net voor de Cauberg. Hoewel je niet direct hoeft te verwachten dat hier de forcing wordt gevoerd, kun je de renners en rensters wel meerdere keren voorbij zien komen.

Luik-Bastenaken-Luik (26 april)

De oudste klassieker ter wereld.

Prime spot: La Redoute. De legendarische klim waar het peloton traditioneel explodeert. Steil, smal, vol publiek.

Alternatief: Côte de la Roche-aux-Faucons. De laatste klim voor de afdaling naar Luik. Meestal zijn er nog twee, hooguit drie renners samen op de top. Wie hier de benen heeft, wint La Doyenne.

Andere koersen

Tussen deze Monumenten liggen: Le Samyn op de Henegouwse kasseien, Nokere Koerse voor de puncheurs, Brugge-De Panne waar waaiers het peloton in stukken scheuren, Scheldeprijs als sprintlaboratorium, de Brabantse Pijl als brug tussen Vlaanderen en de Ardennen. Overal geldt dezelfde logica: zoek de plek waar het peloton breekt! Tenzij van der Poel meedoet, dan kan alles anders worden.

Bekijk ook van HetisKoers!

Daan Hoole is jarig! Gefeliciteerd!

Over de Giro tijdrit in 2025 die hij won

Wielercultuur

Hier moet je staan om de klassiekers écht te zien: de beste plekken van Omloop tot Luik

Koersverhalen