Wielercultuur

Op 6 januari: de jarig Vladislav Bobrik (1971) en het jaar dat Gewiss alles won in het wielrennen

Zoals Gargamel een hekel heeft aan blauwe smurfen, zo roepen de blauwgekleurde tenues van de Gewiss-renners in de jaren ’90 veelvuldig frustratie en irritatie op in het peloton. In de Hollywoodfilm The Program, over de dopingpraktijken van Lance Armstrong, wordt het collectieve succes van de Italiaanse ploeg zelfs neergezet als de directe aanleiding voor diens eigen gebruik van allerlei verboden spul. Ondanks dat Gewiss onlosmakelijk verbonden is met sportarts Michele Ferrari en EPO, staan de vele zeges, in tegenstelling tot die van Armstrong, voor eeuwig in de boeken.

Gewiss rijdt in 1994 collectief bijna overal het hele jaar lang de stenen uit de straat. De even eerder soms nog middelmatige renners of knechten transformeren binnen de kortste keren in veel winnende kampioenen. Giorgio Furlan is de beste in de Tirreno-Adriatico en Milaan-Sanremo, Jevgeni Berzin wint voor zijn Girozege ook al Luik-Bastenaken-Luik en het is dat er nog renners van het kaliber Miguel Induráin en Johan Museeuw deel uit maken van het peloton, anders zou Pjotr Oegroemov de Tour hebben gewonnen en Bruno Cenghialta de Amstel Gold Race. Nu worden ze tweede achter de genoemde grootheden, van wie de Belg later ook dopinggebruik zou toegeven overigens. Het zijn prestaties die even vaak met argusogen als met bewonderende blikken worden bekeken. Hoogtepunt, of misschien is ‘dieptepunt’ een betere woordkeuze, is de Waalse Pijl. Argentin, Furlan en Berzin geven met z’n drieën het voltallige peloton het nakijken en maken er op de Muur van Hoei met veel machtsvertoon een galavoorstelling van. Pas later komt de aap uit de mouw en blijkt dat EPO haar intrede in het peloton heeft gedaan. De opmerkelijke prestaties van de Gewiss-renners lijken vooral te danken aan de omstreden dokter Ferrari. Officieel is dat echter nooit als zodanig bewezen, waardoor de vele zeges nog altijd tellen. Het maakt 1994 het jaar van Gewiss, of daar nou een positieve of negatieve geur aan kleeft. De ploeg domineert van begin tot eind, want ook in de laatste grote klassieker van het jaar slaat de blauwe brigade weer genadeloos toe. De tot dan nagenoeg onbekende voormalige Sovjetrus Vladislav Bobrik staat na afloop van de Ronde van Lombardije met de bloemen te zwaaien.

 

Bibberen in Siberië

Ondanks dat de in de Siberische hoofdstad Novosibirsk geboren renner in zijn amateurtijd geldt als een groter talent dan zijn vriend Berzin, lijkt hij in zijn eerste twee profjaren een duidelijk geval ‘te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken’. Waar Bobriks landgenoot wel de laatste stap kan zetten en aansluiting vindt bij de top van het profpeloton, lijkt hij daar zelf niet in te slagen. Fraaie prestaties in zijn tijd als Russisch staatsamateur, met onder meer een derde plek in de Piccolo Giro di Lombardia, de juniorenversie van de monumentale klassieker, en een ritzege in de Tour de Trump van 1990, waar Bobrik afrekent met een grotendeels uit profs bestaand peloton, weet hij in dienst van het Italiaanse Mecair geen gevolg te geven. Daar hadden ze op voorhand al het motto ‘eerst zien, dan geloven’ gehanteerd, toen in de winter van 1992 Berzin en Bobrik werden aangetrokken. De Russische vrienden krijgen aanvankelijk niet meer dan het minimumloon van 35 miljoen lire per jaar – omgerekend ongeveer 40.000 gulden – dat ze kunnen aanvullen met premies. Het tweetal slaagt daar nauwelijks in. Er valt weinig te vieren in hun gezamenlijke appartement in Broni, ten zuiden van Milaan, dat de Russen bewonen. Lang zullen ze daar niet samenleven. In de optiek van ploegleider Emanuele Bombini wordt Bobrik te veel meegesleept in de interesses voor het luxe Italiaanse leven en met name de bijbehorende bloedsnelle sportauto’s, waar Berzin zich langzaamaan steeds meer door laat opslurpen. Nog voor het volgende seizoen begint en Mecair als hoofdsponsor van het team wordt afgelost door Gewiss, haalt Bombini de beide Russen uit elkaar. In de optiek van de ploegleider is Bobrik beter af zonder zijn boezemvriend en diens negatieve invloed. Opvallend genoeg is het echter Berzin die in 1994 onmiddellijk de aansluiting bij de wereldtop vindt. Waar hij, evenals ploeggenoten Furlan, Argentin, Oegroemov en Riis, de zeges en ereplaatsen aan elkaar begint te rijgen, blijft Bobrik achter. Slechts een ritje in de Ronde van Aragon weet hij te winnen. Pas in het najaar, als de honger van zijn ploeggenoten gestild is, komt hij aan bod.

Hardop speculerend zou je met terugwerkende kracht kunnen zeggen dat dokter Ferrari zijn wondermiddeltjes vermoedelijk niet aan alle Gewiss-renners tegelijk af. De bijna collectieve heerschappij van de ploeg, die met name in de Waalse Pijl goed zichtbaar was maar ook in andere koersen aan de dag werd gelegd, was immers al verdacht genoeg. Of zou de omstreden arts een soort pikorde of hiërarchie hebben gehanteerd en kwam Bobrik pas toen de ‘r’ alweer in de maand was eindelijk aan bod? Wie het weet mag het zeggen. Feit is dat de Rus in najaarskoersen als de Coppa Sabatini en Milaan-Turijn plotseling zijn neus aan het venster steekt, lang met de besten mee strijdt en enkele fraaie klasseringen achter zijn naam zet. Het maakt dat zijn aanwezigheid in de finale van de Ronde van Lombardije, enkele dagen later, geen buitengewoon grote verrassing is. De ‘koers van de vallende bladeren’ is in die tijd bovendien niet heel sterk bezet en vooral een aangelegenheid van Italianen en renners in dienst van ploegen uit de ‘laars van Europa’. Veel anderen hebben hun seizoen op dat moment al afgesloten en zoeken hun heil in een vakantieoord.

Niet vreemd dus dat renners van drie van de grootste Italiaanse teams van dat moment de dienst uitmaken in de 244 kilometer lange klassieker, die in 1994 zowel start als finisht in Monza. Lange tijd lijkt Pascal Richard, in dienst van GB-MG Maglificio, zijn zege van een jaar eerder te gaan prolongeren, maar in de slotfase valt de moegestreden Zwitser stil. De laatste kilometer naar de finish wordt een ware lijdensweg voor Richard, die meermaals tracht de slipstream van de ploegleidersauto op te zoeken voor wat meer comfort en snelheid, maar hij is nauwelijks nog vooruit te branden. Op amper vijftig meter van de verlossende streep wordt hij overstoken door twee achtervolgers die, eendrachtig samenwerkend, in de laatste kilometers een verschil van driekwart minuut hebben goed gemaakt. De ene is publiekslieveling Claudio Chiappucci namens de Carrera-ploeg, de ander draagt het blauw van Gewiss dat het hele jaar al door menig renner en volger gevreesd wordt en dat veelvuldig om het bovenlijf van een winnaar een finishlijn overschreed. In Monza is dat opnieuw het geval. Als een roofvogel op een weerloos muisje duikt Bobrik op de uitgeputte Richard en passeert hem alsof hij er nooit was. De verbouwereerde Chiappucci is dan al afgeschud. Ook in de laatste grote koers van 1994 doet een renner van Gewiss wat de ploeg het hele jaar al deed. Winnen. Op niets ontziende wijze. Al moet die verbazingwekkende zegereeks met de kennis van nu heel anders worden beoordeeld dan toen.

 

Bekijk ook van HetisKoers!

Simon Yates stopt abrupt met fietsen!

Koersverhalen

Dumoulin nieuwe directeur van de Amstel Gold Race

De Giro winnaar wordt de opvolger van Leo van Vliet

Algemeen