Foto Nederlands Nationaal Archief, Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau (Anefo), 1945-1989 toegangsnummer: 2.24.01.05 File nummer: 916-6428

Wielercultuur

Op de geboortedag van Anquetil: het verloren WK van 1966

Op 8 januari zou hij jarig zijn. Jacques Anquetil, de man die het wielrennen leerde rekenen. Koel, wat afstandelijk, genadeloos efficiënt. Tenminste, als het op fietsen aan kwam. Over zijn privé leven zijn vele verhalen geschreven, maar daar was hij alles behalve afstandelijk.

Vijf keer won hij de Tour de France, iets wat vóór hem ondenkbaar leek. Maar hoe groot Anquetil ook was, zijn naam wordt nooit uitgesproken zonder die van Raymond Poulidor. Zijn eeuwige rivaal

Poulidor, PouPou. De eeuwige tweede. De man die nooit geel droeg in Parijs, maar wél het hart van Frankrijk veroverde. Waar Anquetil won, daar verloor Poulidor. Waar Anquetil afstand hield, zocht Poulidor de aanval. Hun rivaliteit was echt. Volgens de overlevering belde Anquetil nog even met Poulidor, vlak voor zijn sterven en zei hij: ‘je gaat weer tweede worden’. Als het klopt een verwijzing dat Anquetil als eerste zou sterven. Tja, dat is natuurlijk ook iets.

Er is op wielermedia veel geschreven over deze rivaliteit en dan met name het duel op de flanken van de Puy de Dôme en die ene, legendarische slotrit in Parijs-Nice. Altijd met ‘Monsieur Chrono’ als winnaar. Maar over het WK 1966, daar waren we nog niet over uitgeschreven. Daar liep alles anders.

WK Nürburgring 1966: als je elkaar de winst niet gunt

Als je kijkt naar rivalen in de sport, dan zul je vaker gekke dingen tegenkomen. Rivalen die elkaar het zo niet gunnen, dat het ten koste gaat van hun eigen prestaties. In mijn herinnering staat altijd nog Tonya Harding en Nancy Kerrigan en de winterspelen van 1994. Harding’s man liet Kerrigan mishandelen met een knuppel. Harding werd er niet beter van, Kerrigan pakte zilver, maar greep naast het goud. Het was niet fraai, zullen we maar zeggen. Veel andere rivaliteiten, zoals Armstrong vs Ullrich zorgden meestal niet voor problemen. Ze waren vooral rivaliteiten op papier. Of je moet Ullrich vs Virenque en het ‘betaal’ gebaar zien, maar dat waren niet echte rivalen.

Niet zoals Anquetil en Poulidor. En dan zul je net zien, dat je na jaren van vechten tegen elkaar, met z’n tweeën op kop rijdt op het WK.  In 1966 was dit het geval. Op het zware parcours van de Nürburgring rijden Anquetil en Poulidor samen voorop. De twee gunden elkaar het licht in de ogen niet, of in ieder geval werden ze het niet eens wie er het meeste kopwerk moest doen. Mogelijk had Anquetil schrik van de sprintkwaliteiten van Poulidor. Monsieur Chrono was immers de betere hardrijder, maar het is nog maar de vraag of PouPou hem had geklopt. Achteraf is mooi wonen en met beide kemphanen inmiddels in het hiernamaals kunnen we het ook niet meer navragen.

Terwijl de twee het niet eens konden worden, kwam vanuit de achtergrond de Duitser Rudi Altig opstomen. En om het geheel moeilijker te maken, was Altig een ploegmaat van Anquetil. Een ding was zeker: Altig had van de drie de beste sprint. Maar toch lieten beide Fransen hem terug in het wiel komen en reden ze met z’n drieën naar de streep. En je raadt het al: Altig won de sprint. Anquetil werd tweede – dichter bij een wereldtitel was hij nog niet geweest – en Poulidor derde.

Een aantal Franse journalisten -vermoedelijk de “Poulidoriens’- beweerden dat Anquetil ervoor had gekozen ten gunste van zijn Saint Raphael ploegmaat Altig te rijden en daarmee te voorkomen dat Poulidor het goud greep.Deze beschuldiging werd gevoed door het feit dat Anquetil en zijn vrouw de nacht vóór de wedstrijd gelogeerd hadden bij de Altigs.

De bijzondere twist is ook nog dat Altig en Poulidor samen op het podium stonden, maar Anquetil ontbreekt op die foto. Of hij nu woest op Poulidor was, of dat er iets anders speelde, dat blijft een raadsel. Een ding is zeker: Anquetil kwam nooit meer dichterbij een wereldtitel dan die dag in 1966.

Fournel zegt daarover: “Dat WK-verhaal is een schande. Dit was de bespottelijke kant van hun onderlinge strijd. Daarna moest het ophouden. Het had niet alleen te maken met dat Parijs-Nice verhaal, het was het resultaat van duizenden artikelen en verklaringen, honderden wedstrijden en iets teveel klappen onder de gordel”.
Voor wie het nog eens terug wil kijken is hier de link naar een YouTube filmpje. Waarin ook duidelijk wordt dat Altig de twee Fransozen er ruim op legt.

Anquetil overleed in 1987. Poulidor leefde langer, bleef geliefd, bleef aanwezig en overleed in 2019. Altig blies in 2016 zijn laatste adem uit, maar hij is in het verhaal van Poulidor en Anquetil eigenlijk meer een figurant.

Zonder Poulidor was Anquetil misschien “gewoon” een groot kampioen geweest. Zonder Anquetil was Poulidor misschien nooit zo iconisch geworden.

De één won alles. De ander verloor alles behalve het publiek. En misschien is dat wel de mooiste overwinning van allemaal.

Lees ook van HetisKoers!

Nieuwe outfit Pidcock & co heeft hoge Aqua Blue vibes

Het Pinarello-Q36.5 Pro Cycling Team steekt zich in Blauw-Goud

Service Course (Materiaal)

Op de geboortedag van Anquetil: het verloren WK van 1966

Zo dichtbij, maar nooit wereldkampioen

Wielercultuur