Over de ingekorte profcarriere van de jarige Jean Habets
Gelaten ploft Jean Habets op de bank in de woonkamer van zijn nieuwe huis in Sint Geertruid. De Limburger had al weinig zin in de jaarwisseling, maar nu daags voordat 1986 voorgoed tot het verleden behoort, het zo gevreesde telefoontje is gekomen, is ook het laatste restje verdwenen. In korte, zakelijke bewoordingen had hij van ploegleider Roger Swerts te horen gekregen dat er voor hem definitief geen plaats is in de nieuwe Roland-Skala formatie.
Wekenlang had Habets gevoelsmatig op de wip gezeten, om er op de valreep van het jaar alsnog keihard van af te donderen. Swerts heeft te elfder ure de kip met de gouden eieren binnen gehaald. Habets is het kind van de rekening en moet plaats maken. Het verdict kan zomaar betekenen dat de Limburger na drie profseizoenen op zoek moet naar een andere baan en het koersen voortaan slechts op amateurniveau zal kunnen doen. Wie anno 2026 naar de bonte, internationale samenstelling van de gemiddelde WorldTour-ploeg kijkt, kan zich weinig voorstellen bij de regels die vier decennia geleden gehanteerd werden door de UCI. Ploegen moeten voor meer dan de helft bestaan uit renners met dezelfde nationaliteit als hun werkgever. Doordat het nieuwe, door Swerts geleide, Roland-Skala op een Belgische licentie rijdt dient dus de helft plus één van het rennersbestand uit Vlaanderen of Wallonië te komen. Aangezien de fusieploeg – Roland-Skala is een samensmelting van twee teams die in 1986 nog afzonderlijk reden; het Nederlandse Skala-Skil en het Belgische Roland-Van de Ven – slechts vijftien renners op de payroll kan zetten, moet de bezem flink door de selectie. De regelgeving impliceert dat er minimaal acht Belgen moeten zijn en dus hoogstens zeven buitenlanders. Dat zijn in eerste instantie de Denen Jesper Skibby en Brian Holm, waardoor er voor maar vijf van de negentien Nederlanders van Skala-Skil plaats is bij Roland-Skala. John Bogers, Hennie Kuiper, Adri van Houwelingen en Jacques van der Poel staan hoger in de pikorde dan het vijfde wiel aan de wagen. Dat is Habets. De Limburger moet op het laatste moment plaatsmaken voor een andere buitenlander, die Swerts veel liever in zijn ploeg heeft.
Ploegleider Merck en Poulidor
De Belgische ploegleider, zelf als renner in de jaren ’60 en ‘70 een gerespecteerd knecht van kampioenen als Raymond Poulidor en Eddy Merckx, overziet het seizoen zoals een schaker zijn bord en schudt een strategische meesterzet uit zijn mouw waar grootmeester Garri Kasparov een buiging voor zou maken. Tourdeelname, daar heeft Swerts zijn zinnen op gezet. In tegenstelling tot een jaar eerder dient er niets aan het toeval overgelaten te worden. Veteraan Kuiper en aanstormend talent Jean-Paul van Poppel konden de Franse rondedirecteuren toen niet verleiden om Skala-Skil uit te nodigen, maar met de renner die Swerts vlak voor oudejaarsavond in 1986 naar zijn nieuwe ploeg haalt schiet hij in de roos. De Tour start dat jaar immers in West-Berlijn en zal, na een tussentijdse verplaatsing per vliegtuig, ook Karlsruhe, Stuttgart en Pforzheim aandoen. Liefst vijf dagen zal het Tourpeloton in Duitsland bivakkeren, voordat bij Straatsburg de Franse grens wordt overgestoken. De bekendste Duitse renner van de jaren ’80 is vanzelfsprekend de ultieme ambassadeur om zijn ploeg naar de Tour te loodsen, beredeneert Swerts. Ten koste van Habets mag niemand dan voormalig geletruidrager Dietrich Thurau in 1987 het shirt van Roland-Skala aantrekken. Habets hoort het telefonisch teleurgesteld aan. Tegen deze concurrentie kan hij simpelweg niet op. Zodra hij de hoorn terug op het toestel legt, schiet de gedachte door zijn hoofd dat zijn optreden in Parijs-Tours, tien weken eerder – Habets was er keurig vijftiende geworden – misschien wel zijn laatste profkoers is geweest
Geen veelwinnaar
Een veel-winnaar is hij zelf niet. Integendeel. Meer dan een enkele zege kan Habets niet overleggen. Op 8 september 1985 was hij in de semiklassieker GP de Fourmies de slimste van een kopgroep van negen geweest. In de slotfase had hij een sprint tegen onder anderen Leo van Vliet en Gilbert Duclos-Lassalle weten te ontlopen door weg te springen. Met precies een tel voorsprong had hij de meet in de Noord-Franse stad bereikt en zijn nog maagdelijk witte palmares opgefleurd. Het was de redding van een rampzalig seizoen waarin Habets door Jean de Gribaldy, zijn ploegleider bij Skil-Sem, kort voor Milaan-Sanremo uit de selectie was gekegeld. Ook toen was de reden dat er net een buitenlander te veel bij de Franse formatie onder contract stond. Habets was het kind van de rekening. Het leverde vervolgens de merkwaardige constructie op dat hij slechts sporadisch als ‘gastrenner’ van de ploeg mocht aantreden. Zodoende stond Habets in Fourmies toch aan de start van de koers, die hij enkele uren later zou weten te winnen. Iets meer dan een jaar later lijkt iedereen dat kortstondige succes al lang weer te zijn vergeten. Swerts is, net als zijn collega De Gribaldy eerder, onverbiddelijk. ‘Entree Thurau’ betekent ‘exit Habets’. De Limburger had het verdict al weken voelen aankomen. In dat licht bezien was de verbouwing van zijn nieuwe huis in Sint-Geertruid een welkome afleiding. Keerzijde is dat een dergelijk groot project zonder het vooruitzicht van een vast inkomen voor menig grijze haar zorgt. Vandaar dat Habets tussen de huiselijke werkzaamheden door voortdurend in contact staat met Nederlandse en Belgische ploegen om zijn profloopbaan alsnog te kunnen verlengen. Opnieuw belandt hij in de wachtkamer.
Interesse
De Transvemij-ploeg heeft interesse, maar kan Habets alleen op de loonlijst zetten als een andere renner afhaakt. Dat zou Rob Kleinsman kunnen zijn. De neoprof moet zijn dienstplicht vervullen en mocht hij geen militaire vrijstelling krijgen, dan zal hij een jaar langer amateur blijven. Bingo voor Habets, in dat geval. De reddingsboei zal uiteindelijk uit een andere hoek worden geworpen. Kleinsman krijgt zijn permissie om prof te worden, maar niet ten koste van Habets. Hij is op zijn beurt dan inmiddels rond met privésponsor Minus Odekerken, die de helpende hand biedt. In plaats van een zelfstandige overeenkomst met de renner te sluiten, stelt de Limburgse geldschieter voor een bedrag in de ploegkas van Transvemij te storten, waarvan een trainingskamp belegd wordt. Van het vrijgekomen budget kan zijn provinciegenoot alsnog gecontracteerd worden. Dankzij die constructie is de profcarrière van Jean Habets voor even gered. Nog twee jaar zal hij beroepsrenner zijn. Winnen doet hij niet. Knechten voor Transvemij- en daarna TVM-kopmannen Peter Pieters en Phil Anderson des te meer.
