Foto A.S.O./Billy Ceusters
Parijs-Roubaix 2026: iedere ploeg zijn verhaal: ook Uno-X niet ongeschonden uit de strijd
Søren Wærenskjold ging zwaar tegen de grond in het Bos van Arenberg, Jonas Abrahamsen wisselde vier keer van fiets. Terwijl Wout van Aert naar de zege reed, konden de stoere Scandinaviers van Uno-X geen weerstand bieden tegen de elementen van Roubaix.
De kasseien van het Bos van Arenberg liggen er zondag 12 april bij als een mijnenveld wanneer Søren Wærenskjold, de Noor van Uno-X Mobility, tegen de grond gaat. Het gevolg: een diepe snijwond in de heup die ter plekke wordt dichtgelijmd, pijn aan de pols en het besef dat zijn Parijs-Roubaix voorbij is voordat het finalegevecht begint. Enkele kilometers verderop vecht ploegmaat Jonas Abrahamsen, de aanvaller van dezelfde ploeg, zijn eigen strijd, maar dan tegen de materie. Drie, misschien vier fietswissels later zijn zijn benen leeg en zijn ambities verdwenen.
De 123e editie van de Hel van het Noorden werd uiteindelijk gewonnen door Wout van Aert van Team Visma | Lease a Bike, die de chaos overleefde en in de velodroom van Roubaix afrekende met Pogacar. Voor Uno-X bleef alleen de schade over.
Arenberg als scherprechter
De val van Wærenskjold in Arenberg was bepalend voor zijn koersverloop. De sector, meer een samenraapsel van steen dan een echte weg, staat bekend als de plek waar Roubaix openbreekt. Wie er valt, verliest niet alleen tijd maar ook positie in het peloton, en moet vervolgens op de pavé van achteren terugkomen, een inspanning die op dit punt in de koers bijna onmogelijk vol te houden is. Dat was ook waar voor o.a. Mathieu van der Poel, wiens Roubaix in rook op ging in Arenber.
De schade bij Wærenskjold was concreet: de heupwonde was diep genoeg om gelijmd te moeten worden en kan volgens TV 2 flinke littekens achterlaten. Daarbovenop speelde een pijnlijke pols mee, wat het sturen en absorberen van schokken op de resterende sectoren tot een echte hel maakten. In een koers van meer dan 250 kilometer over de ruigste wegen van Noord-Frankrijk is dat een handicap die je liever thuis laat.
Fietswissels die de benen leegrijden
Abrahamsen kende een ander soort ellende. Waar Wærenskjold in één keer plat ging, raakte Abrahamsen de zijne kwijt in etappes. Bij elke fietswissel moest hij stilstaan, opnieuw optrekken en door het lint terugvechten naar zijn positie. Op de pavé betekent dat telkens een explosieve inspanning op een ondergrond die elke watt extra zwaar maakt.
Na drie of vier van die onderbrekingen waren zijn benen leeg. Het telkens weer opstarten na een fietswissel hadden ‘m gesloopt. Abrahamsen reed de koers uit, maar niet meer als deelnemer aan het gevecht.
De nieuwe toetreder tot het WorldTour geweld staat weer even met de beide benen op de grond.
Het laat ook zien dat er weinig koersen zijn in de wielerkalender waarbij elk team zijn eigen verhaal heeft, waarbij elke renner zijn eigen demonen moet weerstaan. Dat gold voor Van Aert, Van Der Poel, Pogacar, maar ook voor de mannen (en vrouwen) van Uno-X.