Foto Sirotti

Service Course (Materiaal)

Pogačar reed Strade Bianche met geheim Enve-prototype, 65 mm in plaats van 67

Na zijn dominante zege in Siena rees de vraag: hoe kon Pogačar rijden met wielen die sinds 1 januari te diep zijn? Het antwoord bleek een op maat gemaakt achterwiel, recht op de nieuwe UCI-grens.

Stof dwarrelt op over de strade bianche richting Siena als Tadej Pogačar op 7 maart opnieuw de koers naar zijn hand zet. Op beelden van zijn dominante zege valt oplettende kijkers iets op: de wielen onder zijn Colnago Y1Rs lijken veel op de Enve SES 6.7, een set waarvan het achterwiel met 67 millimeter velghoogte sinds 1 januari 2026 te diep is voor massastartwedstrijden.

UAE Team Emirates en Enve bevestigden na afloop dat Pogačar niet met de commerciële versie reed. Onder hem draaide een op maat gemaakt prototype: een 65 mm-variant van het SES 6.7-achterwiel, exact op de grens van het nieuwe reglement.

De regel

De UCI beperkt sinds dit seizoen de maximale velghoogte in massastartwedstrijden tot 65 millimeter. De maatregel, ingegeven door het SafeR-programma, richt zich op veiligheid bij zijwind en de almaar stijgende snelheden in het peloton. Voor de standaard SES 6.7, met een voorwiel van 60 mm en een achterwiel van 67 mm, betekent dat een probleem: het voorwiel is legaal, het achterwiel niet.

Liever aanpassen dan inleveren

Enve wilde niet dat het team zou terugvallen op een ondieper alternatief. Neil Shirley, VP Marketing bij Enve, zei dat het merk bewust koos voor de ontwikkeling van een UCI-legale variant binnen de 6.7-lijn, in plaats van een compromis met minder diep materiaal.

Het prototype past in een breder patroon. Al tijdens de UAE Tour van 2025 reed Pogačar met opvallend afwijkende Enve-wielen, toen nog met zilverkleurige naven en spaken die bij geen enkel commercieel model pasten.

Enve is niet de enige fabrikant die de nieuwe grens opzoekt. Swiss Side verving vlak voor het seizoen zijn Hadron Ultimate 680 (68 mm) door een 650-variant van precies 65 mm, terwijl CEO Jean-Paul Ballard de limiet publiekelijk betwistte met tien jaar aan eigen windtunneldata.

De grens ligt op 65 millimeter, een limiet die door fabrikanten tot het uiterste wordt opgezocht.