Foto Sirotti
Een inkijkje in de monsterinspanning van Silvan Dillier in Milano-Sanremo
De Zwitserse superknecht van Alpecin-Premier Tech onthult hoe hij zijn marathondienst overleefde: kwartierblokken, 120 gram koolhydraten per uur, en proberen aan niets te denken.
Wie de eerste paar uur naar Milaan-Sanremo heeft gekeken, zal wel even hebben getwijfeld aan de televisie. Elke switch terug naar het peloton gaf hetzelfde beeld. Silvan Dillier in dezelfde positie: vooraan het peloton, handen op de beugels, blik op oneindig.
De Zwitser van Alpecin-Premier Tech rijdt uiteindelijk vierenhalf uur alleen op kop van het peloton gereden, met een gemiddeld vermogen van 340 watt, om de koers onder controle te houden voor kopman Mathieu van der Poel. Wat opvallend was? Geen enkele andere ploeg hielp mee.
Het zegt iets over hoe een Monument van binnenuit wordt gebouwd. Milano-Sanremo wordt onthouden om de Poggio, om de sprint, om het moment dat de groten elkaar in de ogen kijken. Maar het is een koers van bijna 300 kilometer en die moeten ook worden gereden. Die uren rusten op de schouders van knechten als Dillier.
Eten in blokjes
Dillier schat zijn FTP op 400 tot 420 watt. Zijn gemiddelde van 340 watt lag daar dus merkbaar onder, maar dat cijfer krijgt pas gewicht als je de duur erbij neemt: vierenhalf uur aan één stuk, zonder aflossing, zonder mentale variatie. Hij reed niet op zijn max, maar dicht genoeg erbij om de inspanning na een paar uur tot achter z’n oren te voelen.
Om dat vol te houden, hakte hij de dag in blokken van vijftien minuten, want volgens de Zwitser gaan die best snel voorbij. Elk blok eindigde met eten of drinken, 120 gram koolhydraten per uur, een soort monotone uitvoering. Volgens Dillier was het een soort meditatie op de fiets. Het is een overlevingstactiek: wie de volledige omvang van de opdracht op zich laat inwerken, houdt het niet vol.
Geen UAE
Dillier zei dat hij verrast was dat geen enkele ploeg meehielp, en noemde UAE Team Emirates-XRG expliciet. Met Tadej Pogačar als topfavoriet had de formatie van Brandon McNulty, Jan Christen en Felix Großschartner genoeg manschappen om het controlewerk te delen. Dat gebeurde niet.
Vanuit het perspectief van UAE is daar een logische verklaring voor. De ploeg had een radicaal vernieuwd team samengesteld met één doel: Pogačar beschermen tot de Cipressa en hem daar laten aanvallen. Waarom energie verbranden in de vlakte als iemand anders het vuile werk al deed? Iets wat een bekende wielerwet is: eerst het bordje van de ander leegeten.
Het was overigens geen verrassing dat de taak bij hem terechtkwam. Het was niet zijn eerste MSR en eigenlijk elk jaar is het zijn taak om de vlucht te controleren. Maar uiteindelijk was het de omvang, niet de opdracht, die uitzonderlijk was.
Alles voor niets?
Het plan werkte, maar uiteindelijk bleek het voor niks. Dilliers uren op kop hielden de koers controleerbaar, en Van der Poel zat waar hij moest zitten toen de beslissende fase aanbrak. Op de Cipressa viel Pogačar aan met nog 22 kilometer te gaan. Alleen Tom Pidcock en Van der Poel konden volgen. Op de Poggio loste Van der Poel alsnog, en Pogačar klopte Pidcock in een sprint met twee. Van der Poel finishte als achtste.
Vierenhalf uur controlewerk, 340 watt gemiddeld, blokken van vijftien minuten, 120 gram koolhydraten per uur. Eigenlijk dus voor niks. Het werk van een knecht gaat niet over rozen.