Foto Sirotti
Alles over Strade Bianche 2026: minder stroken, dezelfde klim naar de finish
De twintigste editie van Strade Bianche gaat zaterdag 7 maart van start met een korter parcours, een wereldkampioen die topfavoriet is en de vraag of minder gravel meer onzekerheid oplevert. Een vooruitblik op de Italiaanse WorldTour-opener.
Stof hangt als een sluier boven de Toscaanse heuvels wanneer het peloton voor de laatste keer richting Siena draait. Ergens in die wolk van kalk en ambitie zit de renner die straks als eerste de Via Santa Caterina in duikt, de 16% hellingsgraad op, met de Piazza del Campo als enig eindpunt. Het is het beeld dat Strade Bianche elk jaar opnieuw oplevert, en dat zaterdag 7 maart 2026 zijn twintigste versie krijgt.
De koers die ooit begon als curiositeit op de Italiaanse kalender, een wedstrijd over witte gravelwegen die geen enkel ander WorldTour-evenement durfde te kopiëren, is inmiddels uitgegroeid tot wat kenners het ‘zesde monument’ noemen. Europa’s zuidelijkste Noordelijke klassieker, die het ruwe van een soort Vlaamse hellingen combineert met het theatrale van een Toscaans decor. Typisch Italië dus. En die dit jaar een ingreep in het parcours ondergaat.
Vernieuwd Parcours
Organisator RCS Sport heeft het parcours voor 2026 ingekort. De mannen rijden 201 kilometer over veertien gravelstroken (64,1 km totaal), de vrouwen 131 kilometer over elf stroken (circa 33 km). In vergelijking met voorgaande edities verdwijnen twee sectoren volledig: La Piana (6,4 km) en Serravalle (9,3 km). De openingsstrook Vidritta wordt gehalveerd van 4,4 naar 2,4 kilometer.

De officiële verklaring spreekt van een ‘compacter’ parcours. De ondertoon is duidelijker: na jaren waarin de koers al vroeg uit elkaar werd getrokken door één dominante kracht, wil de organisatie de spanning terugduwen naar de finale. Minder slijtageslag in de eerste helft, meer explosie in de laatste zeventig kilometer.
Wat overeind blijft, zijn de scherprechters. Lucignano d’Asso (11,9 km), het langste gravelstuk, fungeert als eerste selectiemoment. Monte Sante Marie (11,5 km, pieken tot 18%) blijft een van de belangrijke momenten in de koers. Daar wordt meestal de eerste schifting gemaakt of worden ambities gebroken, met nog zo’n zeventig kilometer te gaan. Daarna volgt het beslissende circuit dat in 2024 werd geïntroduceerd: twee passages over Colle Pinzuto (2,4 km, max 15%) en Le Tolfe (1,1 km, max 18%), de laatste gravelstrook van de dag. De mannenkoers telt 3.500 hoogtemeters. Minder gravel betekent hier geenszins minder leed.


Wie durft vóór Siena?
Gaan we weer de grote Pogacar show zien bij de mannen? En wie pakt dit jaar de eer en glorie bij de vrouwen? Vorig jaar zagen we een heel sterke Pauline Ferrand-Prévot maar juist ook een dominante Vollering.
Mannen
In samenwerking met Voorjaarsklassiekers.be kijkt HetIsKoers.nl vooruit naar de dag waarop Toscane weer wit uitslaat van het stof, niet van sneeuw. Strade Bianche is geen koers die je “uitzit”; het is een wedstrijd die je inademt. Je proeft gruis tussen je tanden, je hoort het tikken van steentjes tegen carbon, en je weet: wie hier wil winnen, moet kunnen versnellen alsof vermoeidheid een mening is.
De logica van Strade blijft hard en simpel. Er is altijd die ene man die iedereen meet: Tadej Pogačar. Zelfs als hij nog geen rugnummer heeft opgespeld in 2026, blijft hij het middelpunt van de foto in Siena. Hij won drie van de laatste vier edities waarin hij startte, en zijn seizoensdebuut is vaker een solo dan een opwarmronde. Pogačar kan Strade rijden als een statement: vroeg, lang, meedogenloos. En als hij één keer vertrekt op de sterrati, gaat de rest niet achter hem aan, maar achter de hoop dat hij een moment van menselijkheid toont.

Maar dit jaar wil je ook naar de koers kijken met een tweede blik. Want zelfs met Pogačar aan het vertrek is Strade niet alleen het verhaal van de favoriet, maar ook van de mannen die durven geloven dat Siena óók voor hen bestaat. Tom Pidcock hoort in dat rijtje als vanzelf: hij heeft in deze koers een bijna onwaarschijnlijk constante relatie met de top-5 en weet hoe je op de laatste stroken moet vechten met timing, positionering en lef. Als iemand Pogačar kan laten twijfelen in het laatste uur, dan is het de Brit die Strade rijdt alsof hij het parcours zelf heeft getekend.

En dan: Ben Healy. Healy is precies het type renner dat Strade Bianche zo vaak zijn mooiste winnaars oplevert: onverschrokken, koersslim en nooit bang om te vroeg “ja” te zeggen tegen zijn eigen aanval. Hij kan op de gravelstroken het tempo niet alleen volgen, maar ook dicteren. Healy is geen renner die wacht tot de finale hem toestemming geeft—hij maakt de finale. Als Pogačar een dag heeft waarop hij even moet rekenen, dan is Healy de man die hem dwingt om sneller te rekenen.
Achter die grote drie ligt een boeiende tweede laag, waarin de toekomst al op de deur klopt. Isaac Del Toro heeft alles om op de sterrati te floreren: punch, souplesse en een motor die groter lijkt dan zijn leeftijd. De vraag is alleen hoe de hiërarchie binnen UAE precies valt wanneer Pogačar er is—maar Strade is ook de koers waarin ploeggenoten soms plots vooral zichzelf herkennen. Jan Christen is daarin misschien wel de gevaarlijkste schaduw: explosief, in vorm, en iemand die op aankomsten zoals Siena niet bang is om een sprint te rijden alsof het een demarrage is. UAE heeft hier, als de puzzel goed valt, meer dan één sleutel.
Daarnaast is er een generatie die het podium niet meer “hoopt”, maar opeist. Paul Seixas rijdt rond met dat zeldzame aura van een talent dat te vroeg volwassen is: resultaten, uitstraling, en een manier van winnen die overtuigt. Romain Grégoire is dan weer de puncheur die van dit soort finales houdt, maar hij moet eerst het hele gravelverhaal overleven om bij dat laatste hoofdstuk te komen. Matteo Jorgenson lijkt met zijn vorm in de juiste richting te wijzen en hoort bij de mannen die Strade kunnen maken tot een uitputtingsslag—al is de hamvraag of hij in Siena ook die laatste versnelling vindt.
En dan is er nog het mysterie dat altijd rond Toscane hangt: Wout van Aert. Zijn Strade-palmares is indrukwekkend en zijn klasse staat niet ter discussie, maar ziekte rond het Openingsweekend maakt dat we hem nu vooral moeten lezen via signalen in plaats van uitslagen. Als hij fit en scherp is, kan hij hier meedoen om winst—zeker omdat hij op de sterrati niet alleen kan overleven, maar ook kan domineren.
Tot slot zijn er de renners die Strade vaak “bijna” maken: types die op papier outsiders heten, maar in de praktijk gevaarlijk zijn zodra de koers breekt. Denk aan mannen als Florian Vermeersch (op de juiste dag ijzersterk in het lange, harde werk), maar ook aan namen met ervaring en top-10-verleden die in chaos juist groeien. En Strade is altijd chaos, alleen in een mooiere kleur.
Op welke Nederlanders kunnen we letten?
Ook zonder Mathieu van der Poel (voorlopig) aan het vertrek—want met Van der Poel weet je het nooit helemaal zeker—zijn er genoeg Nederlandse ogen om op te vallen tussen het Toscaanse stof. Thymen Arensman is er zo één: als de koers echt hard wordt en Strade verandert in een klimkoers met gravel als bijschrift, kan zijn inhoud hem ver brengen. En dan is er de nieuwsgierigheid rond debutanten en jonge types die niet komen om “ervaring op te doen”, maar om meteen mee te draaien in de finale.
Tibor Del Grosso is zo’n naam waar je automatisch naar blijft kijken: hoe hij zich positioneert, hoe hij de stroken verteert, hoe snel hij leert. Strade is een koers waarin een Nederlander niet per se hoeft te winnen om op te vallen—soms is één strook, één aanval, één moment van brutaliteit al genoeg om je te laten denken: deze komt later terug voor meer.
Vrouwen
Bij de vrouwen ontvouwt zich een prachtige strijd die het wielrennen al meerdere seizoenen in zijn greep houdt. Demi Vollering (FDJ-SUEZ), titelverdedigster en winnares in 2023, liet in de Omloop geen twijfel bestaan over haar vorm. Ze heeft het vermogen om solo weg te rijden zodra de percentages in de dubbele cijfers kruipen. Gaat ze haar teller op drie overwinningen zetten?
Tegenover haar staat Lotte Kopecky (SD Worx-Protime), tweevoudig winnares (2022, 2024) en een kei in positionering. De Belgische koos bewust voor een zwaar klassieker programma in 2026, na een 2025 dat enigzins getekend werd door blessures. Ploeggenote Anna van der Breggen, winnares in 2018, finishte vorig jaar als tweede en bewijst dat haar comeback meer is dan nostalgie.

Pauline Ferrand-Prévot (Visma | Lease a Bike Women), derde in 2025, richt zich dit seizoen nadrukkelijker op de weg. De Franse alleskunner combineert techniek op onverharde stroken met een punch die op Le Tolfe dodelijk kan zijn. Vorig jaar viel ze, maar werd ze door haar power en inhoud toch ‘derde’. Na een dominante Tour de France Femmes is het nu uitkijken naar har performance in Toscane.
Wie we ook altijd opschrijven? Kasia Niewiadoma-Phinney (Canyon-SRAM), winnares van de Tour de France Femmes 2024 en ook gravel wereldkampioene. Zij blijft altijd een kandidate voor het podium en met een sterke Omloop liet ze zien al vroeg in vorm te zijn.
Als we nog eentje erin mogen gooien: Magdaleine Vallieres? De verrassende wereldkampioene kan in ieder geval een zware koers aan. Maar is dit zwaar genoeg?

En wat te denken van Lucinda Brand? Dit is allemaal kort punchy werk, perfect voor crossers. En na haar monsterseizoen in het veld liggen er wellicht kansen.
Ook Kim Le Court zou mee kunnen doen. Na haar overwinning in L-B-L in 2025 is de ban echt gebroken en kan ze nu ook op de lijstjes voor deze koers. Vorig jaar werd ze 14e.
De officiele fan guide vind je hier: Fanguide Strade Bianche2026
Startlijsten en teams vind je op de site van Strade Bianche
Palmares: tien jaar Strade Bianche
Mannen (2016–2025)
| Jaar | Winnaar | Ploeg |
|---|---|---|
| 2025 | Tadej Pogačar (SLO) | UAE Team Emirates-XRG |
| 2024 | Tadej Pogačar (SLO) | UAE Team Emirates |
| 2023 | Tom Pidcock (GBR) | INEOS Grenadiers |
| 2022 | Tadej Pogačar (SLO) | UAE Team Emirates |
| 2021 | Mathieu van der Poel (NED) | Alpecin-Fenix |
| 2020 | Wout van Aert (BEL) | Jumbo-Visma |
| 2019 | Julian Alaphilippe (FRA) | Deceuninck-Quick-Step |
| 2018 | Tiesj Benoot (BEL) | Lotto Soudal |
| 2017 | Michał Kwiatkowski (POL) | Team Sky |
| 2016 | Fabian Cancellara (SUI) | Trek-Segafredo |
Vrouwen (2016–2025)
| Jaar | Winnares | Ploeg |
|---|---|---|
| 2025 | Demi Vollering (NED) | FDJ-SUEZ |
| 2024 | Lotte Kopecky (BEL) | SD Worx-Protime |
| 2023 | Demi Vollering (NED) | SD Worx |
| 2022 | Lotte Kopecky (BEL) | SD Worx |
| 2021 | Chantal van den Broek-Blaak (NED) | Team SD Worx |
| 2020 | Annemiek van Vleuten (NED) | Mitchelton-Scott |
| 2019 | Annemiek van Vleuten (NED) | Mitchelton-Scott |
| 2018 | Anna van der Breggen (NED) | Boels Dolmans |
| 2017 | Elisa Longo Borghini (ITA) | Wiggle High5 |
| 2016 | Elizabeth Armitstead (GBR) | Boels Dolmans |
Het patroon dat uit de erelijst oprijst, is helder: Strade Bianche wordt gedomineerd door tijdperken. Cancellara als afsluiter van een era, Van Aert en Van der Poel als eenmalige kampioenen in elkaars schaduw, Pogačar als de man die de koers naar zich toe trok en niet meer losliet. Bij de vrouwen spiegelt het beeld: Van Vleuten, Kopecky, Vollering, steeds een nieuwe heerschappij.
Wat de verkorte editie van 2026 zal opleveren, weet niemand. Minder sterrato verschuift het accent van uitputtingsoorlog naar timing, van wie het langst kan doorgaan naar wie het laatst durft te wachten. De gravelstroken blijven genadeloos genoeg om illusies te breken. En de Via Santa Caterina, die laatste pijl naar de Piazza del Campo, kent geen genade, ongeacht hoeveel kilometer je eerder wel of niet over wit grind hebt gereden.
Zaterdag kijkt Siena opnieuw toe. De rest is aan het stof.
Starttijden en TV
De mannen starten hun Strade Bianche om 11:40 uur en de race finisht naar verwachting rond 16:45 uur.
De vrouwen starten hun Strade Bianche om 10:15 en de race finisht naar verwachting om 14:00 uur.
Dat wordt dus al vroeg voor de TV zitten! Helaas wordt de mannen variant vanaf 14:15 pas uitgezonden op Sporza, Eurosport en HBO Max
De dames zijn vanaf 11:45 op Eurosport en HBO max en vanaf 12:00 op VRT 1 (Sporza) en vanaf 12:50 op VRT/Canvas (Sporza)